2.

San Francisco was heerlijk. Na het rare begin met Glenn Michelson kwamen ook andere klussen op mijn pad. Ik leefde inmiddels tussen San Francisco en New York en kwam in die tijd zelden in Nederland. Het was zelfs zo erg dat ik tijdens een bezoek van mijn ouders in San Francisco nauwelijks tijd voor ze had. Mijn moeder wist toen nog niet dat ze ziek was. Ze was regelmatig moe, maar zag er verder nog gezond uit en met een wat lager levenstempo genoot ze van de stad.

Mijn vader zei op één van die spaarzame avonden samen: ‘Maak je je niet te druk, leef je ook nog wel een beetje?’. Die man kon werkelijk alles tegen mij zeggen. Zelfs tijdens mijn puberteit, ik was echt niet te harden, was hij de liefste man op de wereld.

Ik vertelde mijn ouders niet veel over mijn werk. Ik denk dat ze wel wisten dat er links en rechts wat gevaren zaten aan het werk als journalist. Maar ze waren al lang al blij dat ik geen verslaggever was in oorlogsgebieden.

Maar hij had wel gelijk, naar Nederlandse normen leefde ik eigenlijk niet meer. Het sociale leven hier was gestoeld op loopbaan ontwikkeling, geld en de grootte van je auto en netwerk. In een restaurant zitten en voortdurend gezien worden door vrienden, bekenden en zakelijk relaties, de hoeveelheid telde, de kwaliteit deed er nauwelijks toe.

Ik moest wel eens lachen om die naïeve Nederlandse toeristen die dan serieus ingingen op de vraag ‘I am John, I am your waiter for this evening, how are you doing?’. Het ging die arme jongen puur om die 15% fooi, daar leefde hij van. Als toerist heb je dat pas door op het moment dat je weer in het vliegtuig zit, onderweg naar het zo kneuterige, maar o zo gezellige Nederland.

De aanwezigheid van mijn ouders irriteerde op den duur. Ze waren er maar liefst drie weken en zaten vaak in mijn apartement met een boek op schoot. Natuurlijk gingen ze wel eens naar buiten om wat boodschappen te doen, maar ze leefden alsof ze in Dordrecht waren. Ik was blij dat ik ze na drie weken op het vliegvled kon afleveren. We bedankten elkaar hartelijk. Mijn moeder huilde en zei zachtjes: ‘Wacht niet te lang met ons weer eens te bezoeken.’. Natuurlijk zou ik dat doen, dat soort beloftes doe je gewoon. Het gebeurde niet meer en ze stierf zonder dat ik afscheid kon nemen. In het vliegtuig naar ‘huis’ voor de creamatie zat ik uren te huilen, ik wist niet hoe ik me moest gedragen. Het was een vreselijke week en iedereen in mijn omgeving begreep mij niet, zo voelde dat. Ik wist niet hoe snel ik weer ik terug wilde keren. Ik vloog eerst naar New York om in mijn apartement daar een paar dagen uit te rusten. Mijn baas had alle begrip voor de situatie en zei: Doe maar rustig aan, ik bel je begin volgende week.’

Dat was niet waar, hij belde de volgende al en zei: ‘Chrystel, ik heb een belangrijke onderzoeksopdracht voor je in San Fran – hij was gek op dit soort afkortingen. Glenn Michelson belde me en vroeg of je morgenmiddag bij hem op kantoor wilde komen’. Ik was verrast over het feit dat Glenn de redactie in Nederland had gebeld om een afspraak met mij te maken. Na onze eerste kennismaking had ik verder niets van hem gehoord. Ook geen e-mail ontvangen, dus vond ik deze benadering wat vreemd. Ik sputterde een beetje tegen en zei dat ik nog een paar dagen bij wilde komen. Frank wilde daar niet van horen: ‘Ik begrijp het, je hebt je rust nodig, maar dit is nu even belangrijk, neem volgende week maar even een extra dagje. Vlieg morgenochtend naar San Fran, ik bel je daar op voor instructies’.

De wasmachine stond op volle toeren te draaien die avond om met voldoende schone kleren morgenochtend naar San Francisco te kunnen vertrekken. Inmiddels huurde ik daar een klein apartementje, niet zo fraai ingericht als in New York, maar ook daar voelde ik me prima thuis. Na de gebruikelijke snelle hap in de stad kroop ik vroeg mijn bed in. De taxi zou al om half zeven voor de deur staan voor vertrek naar JFK.

Glenn stond mij op het vliegveld op te wachten. Ik had geen idee waarom, ik zou eerst nog nadere instructies krijgen van mijn baas, maar kennelijk was het wel heel belangrijk dat ik meteen met Glen meeging naar een gebouw in San José, even buiten San Francisco. Onderweg zei ik weinig, beperkte me tot de gebruikelijke beleefdheden en Glen accepteerde dat. Mijn baas had hem ingelicht over mijn situatie, op de luchthaven had Glenn mij snel en oppervlakkig gecondoleerd met het overlijden van mijn moeder. Ik knikte slechts.

Aangekomen in San José stapten we uit bij een enorm groot gebouw. Merkwaardig genoeg geen bedrijfsnaam te zien, het lag een beetje afgelegen, maar toch opvallend genoeg. Ik besteedde er verder geen aandacht aan. Binnengekomen stonden 3 andere mannen al op mij te wachten. Glenn stelde mij aan de 3 mannen voor. We stapten allemaal in de lift en zwijgzaam stegen we naar de 24e verdieping.

Alles was heel neutraal ingericht, bijna levensloos zou ik zeggen. De grote spreekkamer waar ik uiteindelijk kon gaan zitten straalde niets uit, zelfs geen Amerikaanse afstandelijkheid en zakelijkheid. Het was doods. Maar misschien kwam dat wel doordat ik me leeg voelde na het overlijden van mijn moeder. Wat was ik moe, amper hersteld van al die emoties en nu hier zittend met 4 mannen in een groot saai gebouw. Waar was ik mee bezig. Ik zou vanavond met mijn baas bellen. Ik was toe aan vakantie. Het ging er niet van komen, die avond niet en de weken daarop volgend ook niet.

Eén van de mannen, James White, begon met het gesprek: ‘Chrystel, we hebben je hier naartoe gevraagd voor een bijzonder verhaal. We willen graag dat je verslag doet van een groep mensen die wij voor je geselecteerd hebben.’ Hij hield even een moment van rust om een mogelijke reactie te vernemen. Ik hield mijn mond en hij vervolgde. ‘Deze groep is een groep mensen die allemaal één bepaalde eigenschap gemeen hebben. Wat dat precies is, kunnen wij je niet zeggen. Maar we kunnen je garanderen dat die eigenschap een schok voor de wereld zal zijn’. Ik merkte dat ik mijn scherpte kwijt was door de gebeurtenissen van de afgelopen dagen en kon slechts half geïnteresseerd knikken. Het kon niemand iets schelen.

‘Deze groep mensen leeft verspreid over de Verenigde Staten, Europa en Azië, je zult veel onderweg zijn en verslag doen aan je eigen redactie in Nederland. Verder praat je met niemand over dit project’. Dat wekte argwaan, maar goed, ik zou mijn baas wel bellen, want daarmee stemde ik dit grotere projecten doorgaans eerst af alvorens ergens mee in zee te gaan.

Ik kreeg zonder verdere informatie een lijst met 200 namen en adressen, geen telefoonnummers, geen e-mail adressen. ‘Moet ik al die mensen afzonderlijk gaan opzoeken?’, vroeg ik een beetje verbaasd. ‘Dat gaat vanzelf, je zult versteld staan hoe snel je deze groep mensen gesproken hebt. Hier is je vluchtschema, een lijst met hotels en de volledige lijst met afspraken’.

Verder kreeg ik niets te horen. De mannen stonden op en we gingen weer naar de lift. Zwijgzaam, maar alert op mijn omgeving kwamen we in de grote ontvangsthal aan. Ook hier geen bordjes, geen namen, geen bewaking, maar wel oneigenlijk veel camera’s. Het woord ‘vreemd’ kwam ik mij op. Merkwaardig was ook dat van de drie mannen er slechts één steeds het woord had gevoerd. Ook Glenn had niet gezegd. Glenn liep met mij mee naar buiten en zei slechts: ‘Ik breng je naar je apartement’.

In de auto viel ik in slaap. De rit vanaf San José naar downtown San Francisco duurde door het drukke verkeer drie kwartier. Pas op het laatste moment werd ik wakkeer doordat Glenn zei: ‘Rust maar even lekker uit, je zult het nodig hebben, de komende wekene kom je niet aan rust toe.’

Ik nam beleefd afscheid en liep mijn apartement in. Ik gooide mijn spullen in een hoe en viel neer op de bank. Ik deed mijn laarzen uit, schonk een glas wijn in en luisterde mijn voice mails af. Naast wat telefoontjes van de redactie, ook een berichtje van mijn vader: ‘Schat, ik hoop dat het goed met je gaat. Veel mensen zeiden na de crematie dat ze zich zorgen om je maakten. Met mij gaat het wel. Het afscheid van je moeder was zwaar, maar ik heb veel steun aan vrienden. Bel me gauw’. Ik moest huilen, zuchtte diep en naam een grote slok wijn. Ik werd pas na een uur wat rustiger en dacht na over de rare sfeer waarin het gesprek van vandaag verliep. Morgen zou ik mijn baas bellen en vragen wat dit allemaal voorstelde.

Ik deed verder niets bijzonders meer die avond. In mijn kleine apartement was nog net plaats gevonden voor een klein bad. Voor ik naar bed ging, zou ik daar nog even van genieten. Ik ontdeed mij van mijn zakelijk getinte kleding, ging voor de spiegel staan en zag een vermoeid lichaam, waar al in geen tijden een man had aangezeten.

‘s Morgens werd ik pas om 8 uur wakker en werd gewekt door de telefoon. Mijn baas, die in Nederland dus op het punt stond om naar huis toe te gaan, vroeg hoe het met me ging. ‘Frank, doe me een plezier, maak me duidelijk wat ik moet doen, gisteren had ik een merkwaardige dag, ik heb een lijst met 200 namen, vliegtickets en een lijst met hotels. Wat stelt dit voor Frank?’

In de hoop duidelijkheid te krijgen wachtte ik op het verlossende antwoord van Frank, maar hij zei: ‘Ik weet het ook niet precies. Er is iets speciaals gaande en wij moeten daar verslag van doen, niemand anders, het kan een topverhaal worden. Ik weet dat het merkwaardig klinkt, maar een hoge regerings functionaris uit Washington heeft alles bevestigd en garandeert je veiligheid.’

‘Garandeert je veiligheid?’. ‘Frank, wat stelt dit voor, ik zit niet in een oorlogsgebied, ik ben internationaal economisch verslaggever. Wat willen die mannen?’

Frank zuchtte en zei: ‘Ik kan je eventueel vervangen, maar ik denk dat deze klus voor jou geknipt is’. Ik werd boos: ‘Stop met dit soort Amerikaanse dreigingen, die hoor ik hier elke dag. Gaan jullie dat nu ook al in Nederland doen, zodra er even wat weerstand is?’ Frank excuseerde zich en zei dat dat niet de bedoeling was: ‘Sorry, je hebt een zware tijd achter de rug, ik had dit niet moeten zeggen’.

Frank wist niets, helemaal niets. Dus niets over de aantallen mensen en de te bezoeken lokaties. Hij wist alleen dat het wereldnieuws zou worden niemand zou dat beter kunnen doen dan Chrystel. Dat was het enige wat hem zekerheid gaf in de ook voor hem vage telefoontjes.

‘Neem nog een paar dagen de tijd voor jezelf, dat heb ik met ….. Glenn afgesproken, geniet van de stad, doe wat leuks, daarna wordt het druk’. We hingen op, Frank zou naar huis gaan. Hij woont met zijn vrouw Edith en twee dochters in Capelle a/d IJssel, vlak bij Rotterdam en dus dicht bij het hoofdkantoor van NRC.

Ik had nog de hele dag voor me, het idee een paar dagen vrij te zijn, beviel me wel. Het was donderdag, dus het zou een lang weekend worden. Het was nog vroeg, ik stapte onder de douche en zou buiten de deur gaan ontbijten.

This entry was posted in hoofdstuk. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>