5.

Het was maandagochtend 7 uur, in Nederland zou het op de redactie 4 uur in de middag zijn, het NRC Handelsblad van die dag zou binnen een uur bij de meeste abonnees door de brievenbus vallen en de losse verkopen zouden op gang komen. Geen verhalen die echt de moeite waren, zoals wel vaker gebruikelijk na het weekend.

Frank wachtte al op mijn telefoontje. Ik was benieuwd, zondagavond laat had ik nog eens door de stapel documentatie gebladerd, het reisschema bekeken, en de lijst met mensen die ik zou ontmoeten. Veel meer wist ik niet. Wel viel mij op dat het reisschema diverse ‘gaten’ vertoonde, waarschijnlijk vanwege een stuk flexibiliteit. Alle vluchten waren businessclass, dus konden ook makkelijk omgeboekt worden. De lijst met hotels zei me weinig, soms de grote bekende namen in grote steden, maar ook heel vaak niets beduidende namen, kennelijk in kleinere plaatsen of misschien wel dorpjes. Vooral het Aziatische deel wierp veel vragen op.

Ik belde Frank en hij was blij me te horen en vroeg of ik een lekker weekend had gehad. Ik vertelde hem niets over de paar vreemde gebeurtenissen rondom dat Google congres, maar vroeg hem beleefd of hij ook een leuk weekend had gehad. Na die gedwongen beleefdheden kwam hij snel ter zake: ‘Heb je de lijst mer reisen, hotels en mensen die je gaat spreken, voor je liggen?’ ‘Ja, zeg het maar, ik ben er klaar voor’.

Frank zie dat ik de komende vier weken in de Verenigde Staten zou blijven, hetgeen ik wel prettig vond. Reizen is prima, maar zo vermoeiend. Ik dacht wel even aan het feit dat ik dan de eerstkomende vier weken niet in Nederland zou komen. Frank zei: ‘Vergeet even het reisschema welke je nu hebt, alles is weer veranderd. Er is vrijdag iets onverwachts tussen gekomen. Details ken ik niet, maar Glenn zal je verder helpen je onderzoek in de Verenigde Staten te doen. De eerste week blijf je in San Francisco, Glenn begeleidt je bij de eerste gesprekken, daarna ga je zelf op pad. Ik stuur je zo een vragenlijst op, die je nauwgezet moet volgen. Het gaat erom dat je zoekt naar overeenkomstige structuren in de antwoorden’.

Ik vond het allemaal vrij vaag en zei: ‘Frank, wat verwacht je van me? Wat moet ik maken voor de krant? En wanneer?’ Ik hoefde me daar geen zorgen over te maken, hij zei dat het ‘groots’ zou zijn, mar dat het veel tijd zou vergen. Het zou een enorme impact gaan krijgen en NRC zou uiteindelijk een primaur krijgen, die de wereld voor eens en voor altijd zou veranderen.
Ik zuchtte en zei: ‘Wel wat vaag allemaal Frank, een verhaal dat de wereld zou gaan veranderen en ik weet van niets, met alleen een lijst namen, veel vliegreizen en hotels’. Hij merkte mijn ongeduld en zei: ‘Chrystel, ik weet ook niets, maar zoals ik de vorige keer al heb gezegd, iedereen werkt eraan in internationala verband, alle voorzorgs maatregelen zijn genomen en je loopt geen gevaar’. Dat laatste had Frank al eerder gezegd en baarde me zorgen, maar ging er verder niet op in. Ik dacht alleen: ‘Bij deze klus moet ik dus op mijn hoede zijn en blijven’.

We ronddene het gesprek af in de wetenschap dat Glenn mij binnen een uur zou bellen voor de eerste afspraak in de stad. Ik ging snel douchen en was net op tijd klaar toen de bel van de voordeur ging. Het was Glen. Ik was verbaasd en zei: ‘Ik dacht dat je me zou bellen, ik kreeg dat net door van Frank’. ‘Maakt niet uit Chrystel, goedemorgen trouwens, het is een mooie dag, ben je klaar voor je eerste ontmoeting?’
Aarzelend zei ik: ‘Ja, laten we gaan, ik ben heel nieuwsgierig’.

We reden naar Mountain View, buiten San Francisco en middenin Silicon Valley. Vele grote technologie bedrijven waren hier gevestigd, waaronder Adobe.
We stopten in het kleine centrum waar alleen tijdens lunchtijd wat te beleven was, verder was het een dode plaats, velen woonden of in San Francisco of in San José.

We liepen naar Cascal, een klein maar gezellig tapas restaurent. Glenn ging mij voor, we liepen naar een tafel achterin het restaurant. Daar zat en jonge man van midden dertig al te wachten. Hij las een krant en legde deze weg, toen hij ons zag aan komen lopen. Kennelijk kende hij Glenn. Hij ging staan en gaf mij een hartelijke hand en stelde zich voor. ‘Ik ben Jef Nelson, aangenaam kennis te maken’. Ik zei een beetje plichtsgetrouw ‘Eensgelijks’ en we gingen zitten.

Onderweg had Glenn mij uitgelegd dat het gesprek zo natuurlijk mogelijk diende te verlopen, maar dat de 15 vragen die op de lijst stonden precies zo gesteld moesten worden en dat de antwoorden moesten worden opgenomen. Alles zou later deel uit gaan maken van het verhaal voor in NRC. Ik begreep er nog weinig van en was eigenlijk al redelijk ongeduldig door al dit wazige gedoe. Op geen enkele manier kon ik het voor mezelf duidelijk maken waar ik mee bezig was.

Glenn maakte aan Jef duidelijk dat ik een journalist was uit Nederland en dat ik persoonlijke portertten zou optekenen van een groot aantal mensen in zowel de Verenigde Staten, Europa en Azië. Glenn vertelde er its bij wat ik – gezien de wijze waarop hij zijn zinnen opbouwde – duidelijk moest horen en onthouden. Glenn keek me aan en zei: ‘Jef is onlangs geopereerd. Na een auto ongeluk had hij ernstig letsel aan zijn hersenen, lag een paar weken in coma, maar is inmiddels volledig hersteld en is pas weer aan het werk gegaan’. Ik knikte en begreep dat die opsomming van feiten kennelijk belangrijk waren.

Ik deed vervolgens alsof ik op de hoogte was en dus interviews moest houden met mensen die onlangs geopereerd waren. Dat begrep ik althans van Frank, hij zei duidelijk dat er een overeenkomst was tussen alle mensen die ik zou spreken. Wat wist hij me niet te vertellen, maar gezien de inroductie van Glenn leek het te gaan om mensen met een hersteld hersenletsel. Later zou ik begrijpen dat ook andere letsels deel zouden uitmaken van de gehele reeks gesprekken. OK, ik begon dus lagzaam naar zeker te snappen dat zou het gaan om een reeks interviews op medisch gebied. Niet bepaald mijn ‘ding’, gezien mijn ervaringen op het gebied van internationale bedrijfseconomische journalistiek. Ik had niet zo heel veel met medisch, maar op de één of andere manier overkwam mij dit op een dusdanige manier dat ik niet meteen protesterend bij Frank aan de telefoon hing. De hele opeenstapeling van gebeurtenissen van de afgelopen dag maakt mij nieuwsgierig, alhoewel ik pas veel later tot de ontdekking kwam dat er een connectie lag tussen het Google congres en de mensen die ik wereldwijd zou spreken. Wat die connectie was, zou ik pas jaren later ontdekken.

Het gesprek verliep prettig. Onder het genot van een kop koffie was het gesprek eigenlijk vooral gericht op de mens achter Jef elson, alsof ik een biografie aan het optekenen was.

De vragenlijst bevatte een aantal vragen, alsof ik een soort checklist moest gaan invullen die vooral voor een ziekenhuis van belang zouden zijn. Voor de chirurgen, voor de ziektekosten verzekeraar, misschien wel voor zijn werkgever.
Glenn zei tegen Jef dat het gesprek zou worden opgenomen, dat zou makkelijker zijn voor het verslag in de krant. Probleemloos stemde hier daarmee in. Tussen de vrijwillige vragen door, die later helemaal niet van belang bleken te zijn, stelde ik de vragen uit het ‘script’ welke ik had gekregen. Eigenlijk dodelijk vervelend, ik voelde me meer een medewerkster van een callcenter in plaats van een journalist.

De eerste vraag, die er kennelijk toe deed was: ‘Toen je bijkwam uit je operatie, wat was toen het eerste waaraan je dacht?’ Jef zei bijna robotisch: ‘Dat ik mijn werk moest bellen om te zeggen dat ik wat later zou komen’.

Ik vons dat wat vreemd en vroeg: ‘Ben je getrouwd?’ Jef antwoordde: ‘Jazeker, meer dan 10 jaar, we hebben net onze tweede kind gekregen en hebben een prettig leven samen’. Ik vroeg verder: ‘Maar dacht je eerst niet aan je vrouw toe je bijkwam?’ ‘Nee, eigenlijk niet, ik kan het ook niet verklaren, maar ik maakte me meteen zorgen om mijn werk’. ‘Was je bang dat je ontslagen zou zijn, je lag immers al een paar weken in coma in het ziekenhuis’.

Zo volgden nog meer vragen, zowel binnen als buiten het script. Het meest opvallende antwoord kwam op de vraag ‘Hoe voel je je nu?’ Jef leek helemaal op te leven bij die vraag en straalde van geluk en zei: ‘Ik voel me als herboren, weet niet waardoor dat gekomen is, maar het lijkt alsof ik na de operatie 10 jaar jonger ben geworden.’

Het gesprek duurde ongeveer drie kwartier, alle 15 antwoorden waren gesteld en beantwoord. Glenn keek tevreden en zei; ‘Dat heb je prima gedaan, je bent een natuur talent, de vragen binnen en buiten het script praat je naadloos aan elkaar. Zorg ervoor dat je bij het volgende gesprek de vragen uit je hoofd weet.’ Alsof ik huiswerk van een onderwijzer mee kreeg, stapte ik in de auto, terug naar San Francisco, waar ik met Glenn zou lunchen. Ik had er niet zo heel veel zin is, Glenn is wel een ardige vent, maar ik vond hem reuze onaantrekkelijk, eigenlijk afstotend om mee gezien te worden. Toch vind ik het ook zielig, ik zou hem tijdens de lunch naar zijn privé leven vragen om hem wat beter te leren kennen. We zouden immers de komende weken intensief met elkaar samenwerken.

In de stad aangekomen, vroeg hij mij om mijn voice recorder. ‘Waarom?’, vroeg ik. ‘De ‘organisatie’ wil alle opnames archiveren’, was zijn iets te korte antwoord. Ik had wat argewaan, maar dacht tegelijkertijd dat de waarde van het gesprek voor de krant nauwelijks relevant zou zijn en gaf Glenn de recorder. Hij pakte uit zijn tas een andere recorder en gaf het aan mij. ‘Waarom een andere?’, vroeg ik. Hij zei dat mt dit nieuwe apparaat de gesprekken meteen on-line verzonden zouden worden, dan hoefden er niets steeds kopietjes vanaf een analoog bandje te worden gemaakt. Mijn recorder was inderdaad nog wat ouderwets, zelfs nog met bandjes. Dat nieuwe apparaat had een chip, dus geen bewegende delen en had kennelijk een on-line verbinding met de ‘organisatie’. ‘Kennelijk dat grote kale gebouw’, dacht ik. Ik bedankte Glenn en vroeg hem of hij de oude recorder na zijn ‘klusje’ wilde teruggeven. ‘Jij houdt deze gewoon, volgens mij ben jij wel toe aan een iets moderner apparaat’, zie hij lachtend. Ik bedankte hem vriendelijk en bekeek het nieuwe toestel en bedacht me ineens dat de overeenkomsten met het toestel van de vrouw die ik samen Patrick zag in de Golddust wel erg groot waren. Ik zou het Patrick later die week vragen.

We zaten te lunchen in een niet veel zeggend tentje in de omgeving van Union. Ik had me voorgenomen om het gesprek van vanochtend even te vergeten en op zoek te gaan naar de mense achter Glenn. Aanvankelijk leek hij mee te gaan in het gesprek en reageerde vriendelijk op alle vragen. Hij was een paar jaar geleden gescheiden, zijn ex-vrouw woont nu in Houston, heeft drie kinderen die allemaal ver verspreid van elkaar wonen, maar ziet ze weinig. Glenn maakte niet de indruk ongelukkig te zijn, maar anderzijds leek hij gevangen in zijn werk. Toen ik daarover begon werd hij oplettender. Hij ontweek inhoudelijke vragen zorgvuldig en probeerde de leiding van het gesprek over te nemen. Zoals een goed journalist dat kan, boog ik mee in zijn houding om de druk niet op te voeren. Hij leek dat door te hebben en glimlachte.
Die middag zouden we nog een gesprek hebben, midden in de stad, op loopafstand van het tentje waar we genoten van een redelijk voodzame pizza.

We arriveerden in de openbare bibliotheek van San Francisco, waar we kennis maakten met een leuke vrouw, naar schatting achterin de 40. Haar naam was Jennifer en we gingen in de algemene leesrruimte van de bibliotheek zitten. Jennifer was in tegenstelling tot Jef niet in het ziekenhuis terecht gekomen door hersenletsel, maar door en ernsige aandoening aan haar hart. Ze heeft kort in het ziekenhuis gelegen en doorstond de operatie met succes. Ik was nog wat aan het stuntelen met de vragen binnen en buiten het script, daar zou ik vanavond aan werken om de gesprekken morgen nog natuurlijk te laten verlopen.

Netjes werkte ik de 15 vragen af en de nieuwe voice recorder leek zijn werk goed te doen. Na het gesprek vroeg ik aan Glenn wat ik nu moest doen om het gesprek te versturen naar de ‘organisatie’. ‘Niets’, zei Glenn, die mij erop attendeerde dat alles vanzelf ging. Hij liet mij zien welke functies het apparaatje verder nog had en ik was zeer geïnteresseerd, omdat ik weer dacht aan Patrick. Ik zou hem vanavond bellen en hem het apparaat laten zien. Na de uitleg zei Glenn: ‘O ja, laat nooit iemand dit apparaat zien, begrepen?’ Ik keek hem verward aan en vroeg naar de redenen waarom iemand een gewone voice recorder niet zou mogen zien. Glenn herstelde en zei: ‘Nee, sorry, het gaat niet om het apparaat, maar we zouden de gesprekken niet willen verliezen, snap je?’ Ik schakelde snel en lachtte en zei: ‘Maal je geen zorgen, ik ben altijd voorzichtig met mijn spullen’. Glenn zou me de volgende dag om 10 uur ophalen, verdween in de dagelijkse drukte van het centrum. Ik belde meteen Patrick, niet wetende dat de voidce recorder zijn werk deed.

This entry was posted in hoofdstuk. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>