7.

Ik durfde nog niet aan Glenn te vragen waarom hij meeging naar de interviews, hij had geen enkele inhoudelijke rol. Maar ik liet het maar zo, misschien wilde hij alleen testen of ik de vragen goed genoeg uit mijn hoofd wist. Inwendig moest ik er eigenlijk wel een beetje om lachen, ik voelde me eigenlijk weer een soort beginneling. Een nieuw vakgebied, een script met vragen en onder begeleiding op gesprek.

Die middag kwamen we om half drie aan bij Providence, het verzorgingstehuis voor Alzheimer patiëten en dementerende mensen. Bij binnenkomst werden we meteen opgevangen, kennelijk om te voorkomen dat we tegen dementerende mensen aan zouden lopen, die volledig ongestructureerd ons een verhaal zouden willen vertellen. We hadden gelijk, de directrice vertelde: ‘Ja, hier loop je de kans volkomen onverwcht door dementerende mensen te worden aangesproken, die je bijvoorbeeld ineens zien als je dochter, of je al jaren voor dood zouden hebben aangezien, of waarom je zo laat bent met de boodschappen, alles kan hier’. Ze lachtte er niet bij, kennelijk was het dagelijkse kost om met zo een introductiezin te beginnen, bij binnenkomend bezoek.

Glenn speelde weer zijn gebruikelijke achtergrond rolletje, alsof hij er gewoon niet bij was. We zouden vanmiddag spreken met een oude vrouw van ruim 90, die door middel van medicijen veel van haar Alzheimer verschijnselen heeft verloren en eigenlijk niet meer in dit tehuis zou thuishoren, hetgeen zeer ongebruikelijk is. De directrice zei dat bijna 100% van alle hier aanwezigen hier uiteindelijk sterven. ‘Naarmate ze langer in deze beschermde wereld leven, wordt de weg terug naar de normale maatschappij steeds moeilijker. Het is geen gesloten inrichting, mensen mogen hier weg als ze dat willen, dat gebeurt heel soms, dat is triest, want deze mensen verdwijnen in de stad en weten doorgaans niet meer wie ze zijn. Soms worden ze door hulporganisaties of door de politie teruggebracht. Vaak realiseren de mensen zich dan tijdens zo een moment dat er iets mis met ze is, ze huilen dan uren lang op hun kamer. En in de loop der jaren worden ze steeds minder door hun fanilie bezocht vanwege het verminderde contact. En dat is dan een lange lijdensweg naar hun onvermijdelijke einde’.

Ik was geschokt en triest geworden door het verhaal, maar tegelijkertijd meer geïnteresseerd geraakt in de gewone mens achter zulk soort verhalen. Dat had me wel getroffen, ik was in mijn loopbaan voortdurende bezig rondom de middelen waar mensen mee bezig waren. Het draaide om het geld, de grote fabrieken, de uitvindingen, de innovatie, de drang tot meer. Ik schudde die gedachte van me af, toen mevrouw Willinc naar ons toe werd begeleid. Ze was slecht ter been, maar zodra ze zat en begon te praten was ik verbaasd. ‘Zit ik hier met een vrouw van 90, was mijn gedachte. Ze was zo helder en praatte honderduit over van alles en nog wat. Ik moest moeite doen om mijn vragen te stellen, het hele gesprek duurde zeker twee keer langer dan gepland. Maar ik had wederom alle antwoorden op mijn voice recorder staan en stond moe maar voldaan op. De vrouw zei bij het afscheid: ‘Doe goed je best hoor voor het artikel in de krant, ik zal er op het web naar zoeken’. ‘Dit is bizar’, dacht ik, een vrouw van 90, die aan Alzheimer leed, medicijnen heeft gehad, volledig herstelt en nu nog achter een computer kruipt om straks mijn stukje in het NRC op te gaan zoeken’.

De directrice glimlachtte vriendelijk naar ons en begeleidde ons naar de uitgang, waar ze zei: ‘Dank voor jullie bezoek, het zal mevrouw Willinc goed hebben gedaan’. Ik kon her niet nalaten aan haar te vragen of mevrouw Willinc nog kans heeft terug te keren in de maatschappij. Ze antwoordde dat ze in de Providence zou blijven wonen, maar dat ze in het land lezingen zou gaan geven op congressen om de mensheid te laten zien dat er tegen Alzheimer iets te doen is. Glenn knikte instemmend alsof hij dat antwoord al wist, het was laat geworden die middag.

Alsof Glenn doorhad dat ik het morgenochtend wel fijn zou vinden zonder Glenn op stap te gaan, zei hij: ‘Ik heb morgenochtend een andere afspraak, dus regel zelf je eerst interview, ik bel je na lunctijd op, dan overleggen we even voor de rest van de dag’. Ik stemde neutraal in en had het idee dat ik hem morgen helemaal niet meer zou zien.

‘s Avond belde Frank mij op en vroeg hoe het ging. Dat was zeer ongebruikelijk, Frank belde nooit en liet mij altijd mijn gang gaan. Het was 10 uur in San Francisco, dus 7 uur in de ochtend in Nederland. ‘Jij bent er vroeg bij’, zei ik op een luchtige toon. Hij aarzelde en zei: ‘Ja, we hebben een drukke dag met nogal wat complexe thema’s die allemaal een plekje verdienen op de voorpagina vanmiddag.’

We wisselden verder wat algemeenheden uit, maar Frank was duidelijk uit op meer informatie, niet zozeer inhoudelijk, maar veel meer over mijn gedrag en de wijze waarop ik met Glenn omging. Ik zei: ‘Frank, maak je geen zorgen, morgenochtend ga ik alleen op stap en waarschijnlijk zie ik Glenn de hele dag niet. Het is een aardige man, maar hij heeft geen enkele inhoudelijke toegevoegde waarde. Het lijkt wel of hij mij steeds wil blijven controleren. Ik krijg soms de kriebels van die man, maar goed, ik speel het spel wel met hem mee.’ ‘Doe dat vooral’, zei Frank. En we verbraken beleefd de verbinding.

Het was half elf, en ik stuurde Patrick een sms, in de hoop dat hij nog zou reageren. Vrijwel onmiddellijk belde hij mij op. ‘Goed dat je een bericht stuurt’, zei hij gehaast. ‘Ik heb morgen een gesprek op kantoor, ze willen me naar Washington sturen voor een reportage omtrent de komende verkiezingen. Ze willen dat ik bovenop alle campagnes ga zitten en voor de Chronicle vanuit de hoofdstad verslag doe. Waarschijnlijk moet ik na het weekend vliegen, ik krijg voor drie maanden een apartement toegewezen.’ ‘Jeetje, wat leuk voor je, jammer dat we elkaar dan niet meer zoveel zien, maar pak die kans, je kunt het.’ Patrick stond zelf in tweestrijd maar liet het niet blijken. Zijn nieuwsgierigheid naar al het geheimzinnige gedoe rondom de klus van Chrystel was eigenlijk roter dan zijn gevoel bij een langdurige klus in Washington. Maar doordat Chrystel zo positief reageerde, liet hij zich niet kennen en zei: ‘Ja, ik vind het heel leuk, maar we houden via e-mail of zo wel contact, ik hoop dat je klus verder goed gaat. Als je me nodig hebt, laat het me dan weten.’

We wisten beiden dat we elkaar enorm zouden missen, want ik voelde me op m’n gemak bij Patrick en zeker bij deze vreemde klus. Ik had er verder met niemand acht over gepraat, hij was de enige en maakte ook de verbinding tussen alle opeenvolgende gebeurtenissen van de afgelopen week.

Ik was moe, maar voordat ik naar bed ging, nam ik nog even de moeite om te bekijken waar ik de volgende ochtend naar toe moest. Ik las dat ik een gesprek zou hebben met de directeur/eigenaar van Stuhlmuller, een wijnbouwer 2 uur ten noorden van San Francisco in Healdsburg. Ik zou dus vroeg moeten vertrekken voor het gesprek welke om 10 uur zou plaatsvinden. De volgende afspraak bleek 4 uur ‘s middag te zijn met een student wiskunde aan de universitiet van San Francisco. ‘Goed gepland’, voldoende tijd voor de terugreis en een lunch onderweg. Ze ging naar bed met het idee morgen lekker zelf aan het werk te kunnen. Niet wetende dat haar voice recorder met GPS elke meter die zij maakte nauwlettend registreerde.

Na een snel ontbijtje thuis, vertrok Chrystel al om 7 uur, dat uurtje speling had ze ingecalculeerd, omdat ‘s morgens vroeg de Golden Gate vaak in mistige omstandigheden nogal eens kan zorgen voor wat oponthoud. En ook deze ochtend klopte dat, ik was pas na een uur aan de overkant, normaal gesproken duurt dat stukje niet meer dan 20 minuten. Eenmaal aan de overkant werd het wat lichter en zag Chrystel de zon opkomen vanuit het oosten, het zou een mooie dag worden.

Ze dacht nog terug aan het weekend toen ze haar wandeling met Sandy maakte door Muir Wood, waar ze nu weer langs zou rijden. Omdat het al acht uur was, zou Sandy al op kantoor zou bij Apple, maar het zou vroeg genoeg zijn om haar in alle dagelijkse drukte nog net even voor het werk te storen. Het was inmiddels woensdag en ik had verder niet meer geïnformeerd naar Kevin en de vreemde situatie op zijn werk rondom Google.

Ik kreeg Sandy aan de lijn en meteen zei ze: ‘Momentje, ik moet even een plekje zoeken.’ Dat duurde even, bij Apple en vele andere hi-tech bedrijven wordt gewerkt in moderne open omgevingen. Vrijwel niemand heeft enige privacy, geen vast werkplekken, elke dag opnieuw je instellen op veranderdende werk omstandigheden. Volgens arbeids psychologen bevordert dat de flexibiliteit van medewerkers. Maar Sandy en velen met haar vonden het maar niets. Elke dag al je werk mee naar huis slepen, want je had immers geen eigen bureau. Bestanden werden allemaal centraal opgeslagen en er werd precies bijgehouden hoeveel tijd aan elk document werd besteed, hoe lang elk telefoon gesprek duurde, hoe lang je pauzeerde en zelfs de tijd op het toilet werd vastgelegd. Iedereen was afgericht op prestatie. Zelfs de rokers durfden niet meer naar buiten te aan om een paar minuten te roken, uit angst dat Apple de gegevens tegen betaling door zou geven aan verzekeringsmaatschappijen die de premies voor rokers dan straffeloos konden verhogen.

Sandy had een plek gevonden en zei: ‘Kevin is zijn baan kwijt, hij kon gisteren met lege handen vertrekken, moest zijn sleutels van zijn lease auto meteen inleveren, zijn laptop achterlaten en kreeg zijn salaris van deze maand cash uitbetaald.’ ‘Jeetje’, kon ik net tussendoor zeggen. ‘Hij moest een geheimhoudingsverklaring tekenen, waarin hij moets beloven geen enkel aspect van al hetgeen hij tijdesn zijn loopbaan had meegemaakt, met derden te communiceren. Erger is nog dat hij bij overtreding per keer 100.000 dollar zou moeten betalen aan Miller. Op geen enkele wijze is er iets juridisch onderbouwd en ik durf er niet mee naar een advocaat, maaqr hier klopt niets van.’ Ik kon haar geen ongelijk geven, maar probeerde haar vooral wat te kalmeren: ‘Is het niet een soort concurrentie beding, dat is wel vaker voorzien van nogal dreigende taal, maar ik de praktijk valt het dan allemaal wel mee.’ ‘Nee, het valt niet mee’ wiep Sandy meteen tegen. ‘Het was allemaal heel plotseling, nadat Kevin alleen maar een paar vragen stelde over weer een paar medische rekeningen rondom Google. Het waren nogal forse bedragen en als accountant is het toch normaal dat je de geldstromen goed controleert, alvorens je je handtekening onder dergelijke stukken plaatst. Het zou gaan om enkele honderden miljoenen dollars’. Voor Google begrippen waren zelfs die bedragen in die tijd fors te noemen, zeker als er geen logische verklaring zou zijn voor de uitgaven.

Ik kon Sandy niet veel meer wensen dan sterkte en te hopen dat Kevin weer snel een baan zou kunnen vinden. Ik wist dat ze zwaar zouden komen te zitten, omdat hun salarissen bij elkaar opgeteld net voldoende waren om hun luxe leventje vol te kunnen houden. Natuurlijk kon het allemaal wel wat minder, maar zonder de inkomsten van Kevin zou een verhuizing uit hun luxe woning over een paar maanden al onvermijdelijk zijn.

Ik was inmiddels halverwege de route en dacht aan het komende gesprek. Ik reed door een prachtig gebied met veel wijngaarden van vele bekende merken die in de stad in menig restauent werden geschonken. Goedkoop waren de wijntjes niet. Vakantiegangers betaalden makkelijk 6 tot 8 dollar voor een glas wijn uit de buurt. Wijn was echter ook niet voor de Amerikanen goedkoop. Toen ik voor het eerst in de Verenigde Staten kwam schrok ik van de prijs van een fles wijn. 15 dollar was al heel gewoon, in Nederland had je voor voor 6 tot 8 euro een behoorlijke fles wijn, die je zonder schaamte aan je vrienden kon uitschenken.

Ik kwam aan bij Stuhlmuller, een enorm terrein met een ranche achtige ingang met aan het einde van de enorme oprijlaan een enorm gebouw. Ik had geen idee of dat het huis van de eigenaar was of het kantorencomplex van de wijngaard. In beide gevallen zou het een genot zijn, of om er te leven of om er te werken.

Ik parkeerde mijn auto en liep naar de ingang, waar een bloedmooie jonge vrouw mij al opwachtte. Hoe mooi ze ook was, ze was weer zo typisch Amerikaans in haar hele doen en laten. Maar ik deed er inmiddels zelf aan mee door bijvoorbeeld te zeggen: ‘Wat een mooi gebied hier, het moet een genot zijn om hier elke dag te zijn.’ En dan kwam er zo een typische Californische gewoonte: ‘Uhhu’, met een brede glimlach.

Ik kon er maar niet aan wennen, maar ik moest toegeven dat ik bij haar wel kriebels in mijn buik voelde. Echt lesbisch was ik volgens mij niet, maar met haar een uurtje spelen, zou ik niet afslaan. Ik zette die gedachte gauw van me af toen een slanke man van midden vijftig de regie van mijn aankomst overnam. ‘Dank je Patricia’, en hij stelde zich aan mij voor. ‘Ik ben Philip Stuhlmuller, hartelijk welkom bij de Stuhlmuller Winery.’ Ook welweer een plichtsmatig zinnetje, maar ik zette me er overheen, ik leefde immers al langere tijd hier en zou die gewoontes toch niet kunnen veranderen.

Philip Stuhlmuller was een aardige man en nam me mee naar zijn kantoor. Uit beleefdheid vroeg ik of hij hier ook woonde. Hij zei: ‘Ja, ik ben hier begonnen en we hebben steeds weer stukjes aangebouwd, maar wel in de stijl van ons oorspronkelijke woonhuis. Ik heb de winery geërfd van mijn ouders, ben hier dus ook opgegroeid, ik zou niets anders meer willen. De stad vind ik rampzalig, als ik er een paar uur ben, dan verlang ik al meteen weer naar mijn rust. Ik kom er zelden, slechts een paar keer per jaar, wanneer mijn nieuwe wijnen in de duurdere restaurans worden gepresenteerd.’

Plotseling realiseerde ik me dat ik de lijst had met die bekende 15 nogal medisch gerichte vragen. Ik wist verder niets van Philip Stuhlmuller en had dus geen idee hoe ik het gesprek zou beginnen. Plotseling mistte ik Glenn, al wilde ik dit niet aan mezelf toegeven. We gingen zitten en Philip begon: ‘U komt uit Nederland, begreep ik’. ‘Ja, ik ben journalist voor NRC en interview een hele reeks mensen uit de Verenigde Staten, Europa en Azië op medisch gebied.’ Meer kon ik er niet van maken, want ik wist immers weinig van de doelen, dus ik kon slechts zeggen wat ik binnen deze opdracht had gedaan. ‘Verdomme Frank, was dan duidelijk geweest, ik ga nooit zo onvoorbereid op pad’, dacht ze boos op dat ongelukkige moment.

Philip had er geen last van en zei: ‘Ja, dat had ik begrepen, ik heb echter weinig medische klachten en weet dus ook niet waarom ik voor dit gesprek ben gekozen, maar ik neem aan dat u wel op de hoogte bent van de doelen voor uw krantenartikel.’
Ik zat met mijn mond vol tanden, maar met mijn ervaring boog ik mijn onzekerheid om en verzon er wat op los. ‘Binnen het onderzoek zoeken we naar de redenen van alcoholisme en de kans op leverkanker.’ Ik was verbaasd over mijn eigen creativiteit.

Hij moest hard lachen. ‘En daarvoor komt u helemaal uit Nederland?’ Ik kleurde rood maar glimlachte vriendelijk mee en zei nogmaals dat het een internationaal onderzoek betrof.’ ‘Maar natuurlijk mevrouw’, een beetje minachtend was het wel, maar gezien de vreemde start van het gesprek ook wel weer logisch.

Na verloop van tijd kreeg het gesprek een meer serieus karakter en verwerkte ik zo nu en dan een vraag uit de lijst binnen het gesprek. Soms reageerde Philip wat vreemd op een vraag die voor hem helemaal niet van toepassing zou zijn, maar hij liet het gelaten toe en soms kon er volgens mij geen bruikbaar antwoord worden gegeven. Philip lachtte aan het einde van het gesprek en zei: ‘Jij komt er wel.’ Ik was eigenlijk diep beledigd, hij wist niet wie ik was, maar dat was op zichzelf ook wel weer logisch. Maar mij een beetje betuttelend toespreken alsof ik en startend meisje was, maakte mij woest van binnen. Het werd echter meteen weer goedgemaakt toen hij met een dossje wijn aan kwam lopen. ‘Voor jou en je best vrienden, geniet ervan.’ Ik bedankte de man hertelijk, pakte het doosje wijn aan en liep naar de auto.

Ik zuchtte diep van een mengeling van onmacht, woede, gebrek aan kennis maar vooral door gebrek aan controle. ‘Wat een waardeloze klus, morgen zet ik er een punt achter’, dacht ze, ze zou Frank zo snel mogelijk bellen.

This entry was posted in hoofdstuk. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>