8.

Onderweg terug naar San Francisco was Chrystel beduidend minder blij dan op de heenweg, ze wond zich op over het waardeloze gesprek en de totaal nutteloze vragenlijst. Deze man mankeerde helemaal niets, lachtte haar zelfs uit en beschouwde haar als een beginnend journaliste die niet goed voorbereid aan haar gesprek begin.

Glenn belde haar onderweg terug op en vroeg: ‘Hoe ging het vanochtend?’ Ik moest snel herstellen, want ik voelde intuïtief dat ik Glenn tevreden moest houden. ‘Het ging prima’, zei ik wat koeltjes, snel opgevolgd door ‘Maar ik heb je wel gemist.’ Glenn lachte een beetje gemaakt: ‘Ik weet dat je het best alleen kan, ook vanmiddag kan ik er niet bij zijn, dus veel succes met die student.’

Het vermoeden dat Glenn Chrystel de hele dag liet zwemmen had Chrystel al aan het begin van de dag, het kon haar eigenlijk niets schelen, ze zou gauw van hem af zijn, zodra ze Frank gebeld zou hebben.

Ze was benieuwd naar Partick zijn nieuwe klus in Washington en belde hem op. Hij zat op de luchthaven te wachten op zijn vlucht. Patrick was zeer verheugd de stem van Chrystel te horen en zei meteen: ‘Ik zal je missen’. Ik een beetje plagerig: ‘Mij of mijn klus?’ Patrick moest lachen en bekende dat hij het jammer vond niet te kunnen samenwerken aan deze klus: ‘Je hebt iets groots in handen’, zei hij op serieuze toon. ‘Geef het dus niet op, wes op je hoede en speel de spelletjes mee, je hebt er een neus voor, er zit veel meer achter dan hetgeen je nu weet.’ Zou hij gelijk hebben, moest ik Frank dan nog maar niet bellen? Ik wist het niet, ik baalde vreselijk. Ik zei voorzichtig: ‘Ook vanochtend was een vreemd gesprek, ik zit met 15 medische vragen en praat met een kerngezonde man, die mij zelf uitlachte en mij als een klein kind naar huis stuurde met een doosje druivensap’.

Patrick zei dat hij dat gevoel zelf ook wel zou hebben, maar hij bleef terugkomen op een aantal wel grote hoeveelheid opeenvolgende toevalligheden. ‘Doe naast je bezoekjes je eigen onderzoek, ga die Glenn eens na, zoek op het internet naar alle mensen die je hebt gesproken en nog gaat spreken. Op LinkedIn staan vaak hele uitgebreide cv’s van mensen.’ Ik was niet zo een gebruiker van dat soort netwerken. Ik had inmiddels wel al van LinkedIn gehoord, een kleine startup die het vooral hier in de Verenigde Staten goed doet als verzamelsite voor loopbaan profielen van mensen in het hogere segment van de markt. Binnen 5 jaar willen ze wereldwijd de netwerksite zijn voor de zakelijke wereld. In Nederland was het nog nauwelijsk bekend. Op de redactie hadden verschillende mensen er naar gekeken, maar de lol van de beperkte mogelijkheden was er snel af.

‘Ik zal het doen’, zei ik met tegenzin. ‘Maar verwacht er niet teveel van, ik ben niet zo een enorme computerfreak’. ‘We houden contact’, zei Patrick. ‘Als ik wat voor je kan doen, je weet dat je me op me kunt rekenen, dag en nacht.’ ‘Dat is lief, ik wens je een goede vlucht en ik zal je artikelen volgen in de Chronicle’. De verbinding werd verbroken en Chrystel dacht hoezeer ze Patrick zou missen. Niet alleen om zijn neus voor journalistiek, maar vooral ook als heel fijn mens. Ze begreep eigenlijk niet waarom ze zelf nooit het initiatief had genomen om Patrick beter te leren kennen. Hij was knap, leuk in de omgang, goede baan, leuk huis. Ja, eigenlijk had Patrick alles. Ze glimlachte en dacht eraan hoe hij in bed zou zijn.

Onderweg tijdens de lunch liet Cheryl alle zaken nog eens de revue passeren. Ze besloot zelf een logboek bij te gaan houden. Tot nu toe was alles in vlagen voorbij gegaan en als Patrick gelijk had, dan zou het nodig zijn all details minitieus op te tekenen. Tijdens haar opleiding had ze geleerd dat belangrijke details nooit digitaal zouden moeten worden opgeslagen. ‘Te gevaarlijk, te makkelijk lekbaar, te makkelijk te stelen en te dupliceren, te kwestbaar als archief, schrijf alles op, houd dat altijd bij je. Een schrijfblok is groot, daar kijk je niet overheen, schijfjes zie je over het hoofd.’ Keer op keer werden die aspecten er behoorlijk ingehamerd tijden de opleiding. Ik geloofde er wel in, maar onderkende ook niet het gemak van computers, mailen was inmiddels de standaard en had de fax al achter zich gelaten. Niemand maakte zich zorgen om al die aspecten die we geleerd hadden. Maar op dit moment dacht ik er weer aan, opschrijven zou structuur moeten gaan brengen in hetgeen ik aan het doen was. Door de woorden van Patrick besloot ik Frank niet bellen en vetrok richting San Francisco voor het gesprek met een student wiskunde.

Mijn bezoek was al aangemeld en ik kreeg een parkeerplaats toegwezen op het universiteitsterrein, ik was een half uur later, omdat ik zo in beslag werd genomen door het maken van al mijn aantekeningen. De ‘organisatie’ was al onrustig geworden, Cheryl’s GPS gaf een half uur langer dan verwacht nog steeds dezelfde lokatie door op de route naar San Francisco. Glenn wilde niet bellen: ‘Laat maar even, we moeten Chrystel geen gevoel geven dat ze gecontroleerd wordt. Nu Patrick is vertrokken zal de argwaan wel afnemen.’ Dat zei hij tegen de ‘drie’, maar was er zelf nog niet zo zeker van. Hij had het gehele gesprek met Patrick gehoord en maakte zich ondanks zijn vertrek toch nog zorgen. Hij zou het even aanzien en liet het afhangen van de inhoudelijke kant van de gesprekken tussen de twee.

Ik arriveerde in de grote ontvangsthal en meldde me bij de receptie: ‘Ik kom voor Matthew McMillan, hij is student wiskunde.’ De vrouw achter de receptie vroeg naar mijn naam en begon vervolgens ongeïnteresseerd de faculteit wiskunde te bellen. Met een soort handgebaar wees ze naar een paar bankjes, daarmee bedoelende ‘Ga daar maar zitten, hij komt er zo aan.’

Matthew kwam enige minuten later, was op het eerste gezicht van Aziatische afkomt en bewoog zich wat schuchter door de grote receptieruimte. Ik liep op hem af en stelde mij aan hem voor. ‘Ik begrijp niet waarvoor u hier komt mevrouw.’ Hij zei dat met een bijna angstige toon in zijn stem alsof hij bang was voor het gesprek. Er was niemand bij, dus ik was volledig op mezelf aangewezen, ik merkte dat ik deze jongen kennelijk eerst op zijn gemak moest stellen, alvorens ik met het gesprek zou kunnen beginnen. ‘Kunnen we ergens een kop koffie krijgen?’ vroeg ik in de hoop hem wat op zijn gemak te stellen. Hij keek wat verschrikt om zich heen en zei uiteindelijk ‘Ja daar is koffie.’

Bij de koffie kwam iemand verschrikt aanlopen: ‘O, mevrouw, ik ben blij dat u bij Matthew bent, hij kan soms de kluts helemaal kwaijtraken in grote menigtes.’ De vrouw was duidelijk aangedaan door het feit dat zij hem even uit het oog had verloren. Ik stelde me voor en zei dat het tot nu toe allemaal prima was verlopen. ‘Ik ben Mary Hoppenbrouwer en ben zijn persoonlijk begeleider hier op de universiteit.’ ‘Persoonlijk?’ vroeg ik een beetje verbaasd. ‘Ja, Matthew is enerzijds hoogbegaafd, maar anderzijds leed hij vroeger aan dyscalculie.’ Natuurlijk moest ik vragen wat dat was, ze wachtte er gewoon op, dus deed ik haar zin. ‘Wat is dat?’, vroeg ik geïnteresseerd. Het antwoord volgde robotisch snel op mijn vraag: ‘Het is de tegenhanger van dyslectie, dus niet goed kunnen rekenen.’ ‘Maar….’, ik aarzelde en Mary zei: ‘Ja, die reactie krijgen we vaak, hij is hoogbegaafd en studeert wiskunde en heeft dyscalculie.’

We gingen zitten en de jongen kalmeerde in de aanwezigheid van Mary. Ik had werkelijk geen idee waartoe dit zou leiden. Ineens zei Matthew: ‘Ik voel me als herboren, weet niet waardoor dat gekomen is, maar het lijkt alsof ik na de operatie 10 jaar jonger ben geworden.’ Ik vroeg zo rustig mogelijk: ‘Ben je geopereerd dan?’ Mary gaf Matthew niet de gelegenheid te antwoorden en zei: ‘Soms is hij wel eens in de war, leeft hij in en andere wereld, wij komen daar ook niet uit, maar een kwartier later is hij weer geniaal en weet hij menig professor te verwarren met zijn wiskundige inzicht.’

Eigenlijk bleef slechts die ene zin bij mij hangen. Op de één of andere manier triggerde die zin mij, ik weet niet waardoor, maar er was iets mee. De rest van het gesprek wat vrij nutteloos, ik had geen idee wat ik met die 15 vragen aanmoest en eerlijk gezegd begon mijn interesse voor het ‘protocol’ van Glenn mij behoorlijk te irriteren. Ik vind het wel leuk om zomaar gewone mensen te interviewen. Ik ontdekte dat mensen met hun eigen authentieke verhaal veel interessanter zijn dan oppervlakkige verhalen van economen en zakenmensen, die in feite met een schild voor hun gezicht hun verhaal deden. Dit was echt – altans dat dacht ik – en dat weerhield me ervan Glenn of Frank te bellen en ermee te willen stoppen.
Het werd een leuk gesprek, op zichzelf en verhaal waard, want het was toch een bijzonder combinatie in één persoon.

Tegen de avond – het was al donker in de stad – namen we afscheid en Matthew keek vriendelijk en zei: ‘Dank u wel mevrouw.’ Mary keek me aan en vroeg: ‘Heeft u alles opgenomen?’ Ik vond het een vreemde vraag, de voice recorder lag immers gewoon op tafel en dus kon zelfs Mary veronderstellen dat het gesprek opgenomen zou worden. ‘Maar natuurlijk, straks kan ik het uitwerken voor de krant.’ Ze knikte, alsof ze mijn antwoord goedkeurde.

Ik ging meteen naar huis en zou thuis eten. Ik had een telefoontje van Glenn verwacht, een soort controle over hetgeen ik die middag had gedaan. Maar er kwam geen telefoontje. Na het eten pakte ik mijn aantekeningen en werkt de informatie van die middag bij. Bij het opschrijven van de zin ‘Ik voel me als herboren, weet niet waardoor dat gekomen is, maar het lijkt alsof ik na de operatie 10 jaar jonger ben geworden.’, voelde ik iets merkwaardigs, maar ik kon het niet plaatsen. ‘Over een operatie hebben we het helemaal niet gehad.’ Ik dacht na, maar kwam er niet uit. Ik was moe en lag die avond vroeg in bed.

Ondertussen had Glenn het verhaal van de voice recorder uitgelezen en zag de verschillende GPS lokaties van die middag. ‘Niets aan de hand’, dacht hij, maar maakte zich wel zorgen over de inhoud van het gesprek. Glenn was geen voorstander van het interview met Matthew. Hij vond het te riscant, dat had hij meerdere keren tegen de drie anderen van de ‘organisatie’ gezegd. Maar ze bleven aandringen. En Glenn voelde dat hij gelijk had. De zin ‘Ik voel me als herboren, weet niet waardoor dat gekomen is, maar het lijkt alsof ik na de operatie 10 jaar jonger ben geworden.’ Zou tot argwaam kunnen leiden, maar hij besloot er niets mee te doen.

Chrystel werd de volgende ochtend wakker en wist ineens waar die ene zin vandaan kwam. Nu werd het spannender, maar ze wist nog te weinig om haar intuïtie goed te begrijpen. Ze ging in ieder geval aan de slag en belde Patrick.
Glenn kon het slecht horen, kennelijk lag de voice recorder onder kleding of zo, of zat dat verrekte ding nog in haar tas.

This entry was posted in hoofdstuk. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>