John had gebeld met Glenn en zei dat alles redelijk volgens plan verliep. De volgende dag zou hij een poging wagen om de laptop can Cheryl te voorzien van de nodige software. Dat liep echter anders.
Na een leuke dag in de stad trakteerde John op een luxe etentje in een leuk restaurantje, ergens ver weg gestopt op een leuk rustiek uitziend pleintje. Niet makkelijk te vinden voor de gemiddelde toerist. Dat was dan in het minste wat Cheryl had overgehouden aan het dagje wandelen. Meerdere keren kwam John terug op zijn ‘hobby’ met zijn computer. Cheryl was weer alert en besloot geen enkel stukje software op haar computer te laten installeren. Maar die taak bleek niet eenvoudig te zijn.
Ze zouden vanochtend naar hun eerste afspraak gaan, met wer die gebruikelijke lijst met medische vragen, waar Chrystel zo nu en dan al van afweek. Ze werd daarin niet gecorrigeerd, dat zou teveel opvallen en argwaam wekken. Glenn had tegen de ‘drie’ van de ‘organisatie’ gezegd dat hij het een beetje op zijn beloop wilde laten, Hij vond dat de uiteindelijke gegevens relevant genoeg zouden zijn om met de volgende fase van het experiment te kunnen beginnen.
John kwam opgewekt het hotel binnen, nu wat formeler gekleed. Cheryl zag er betoverdn uit. Die keuze had ze bewust gemaakt, niet om John te verleiden, maar wel af te leiden van zijn plannetjes met software. Hij leek er aanvankelijk niet op in te gaan en vroeg of ik mijn laptop had meegenomen. ‘O, sorry, helemaal niet aan gedacht, doen we vanavond wel’, was mijn korte antwoord. ‘Laten we gaan’, vervolgde ik snel. John zei ietwat teleurgesteld: ‘Ja, goed, het is niet ver hier vandaan, we kunnen lopen’. ‘Prima’, ik hield het kort en super zakelijk. Ik hoefde de rol van professionele journalist niet te spelen, maar wel die van achterdochtige onderzoeker, en dat was nieuw.
Het gesprek was met een hoge ambtenaar van het Ministerie van Gezondheidszorg. Chrystel had zich voorgenomen een aantal crusiale vragen niet te stellen. Vooral die vragen waarop steeds dezelfde antwoorden werden gegeven, zou ze achterwege laten, in de hoop het proces te verstoren. John liet achteraf niets merken, maar bij de ‘organisatie’ waren ze boos. Glenn zei dat Cheryl van de klus gehaald moest worden. ‘Ze weet niets, maar eigenlijk ook teveel, ze heeft door dat antwoorden exact hetzelfde zijn.’ De ‘drie’ overlegden met Glenn, samen concludeerden ze dat er nog één gesprek zou moeten plaatsvinden, dat zou de ‘organisatie’ meer tijd geven om gepaste maatregelen te nemen.
Ze keerden terug naar het hotel, waar ze samen zouden lunchen. Cheryl was op voorhand voorbereid op John’s pogingen wat met haar laptop te willen gaan doen. ‘Ik ga even douchen voor de volgende afpraak, voel me een beetje zweterig, ik ben zo terug, ok?’ John wist dat dit niet het moment was om naar haar laptop te vragen en knikte vriendelijk instemmend. Toen Cheryl wegliep had hij overigens totaal andere gedachten, maar daar zou hij zich niet toe laten verleiden, dat zou fataal zijn. De ‘organisatie’ zou hem onmiddellijk van de klus halen, hij wist dat hij zich dat niet kon veroorloven.
Chrystel controleerde haar kamer weer, het werd routine, deed snel wat andere kleren aan en gebruikte de resterende tijd om Patrick te bellen. Dat deed zij niet vanaf haar kamer, maar vanaf een algemene telefoon die op haar verdieping stond. Het was 2 uur in de middag, in Washington zou het 9 uur zijn, laat genoeg om Patrick te kunnen bellen. ‘ik moet het heel kort houden’, zei ze zonder Patrick de kans te geven het woord te nemen. Ze vertelde in vogelvlucht hetgeen ze de afgelopen twee dagen had meegemaakt en dat ze waarschijnlijk binnenkort van de klus zou worden gehaald. Ze zei dat ze het gevoel had gevaar te lopen. Snel vertelde ze nog iets over haar laptop en de plannen van John. Ze was ineens warrig, hetgeen Patrick zorgen maakte. ‘Houd je rustig, ik zal die John even nalopen, wie weet kom ik iets te weten. En over Glenn weet ik ook meer….’ Chrystel onderbrak hem: ‘Ik heb geen tijd meer, ik moet Frank bellen’ Ze legde de telefoon neer en stond op en zag John net de lift uitkomen.
‘Kunnen we nog even naar je laptop kijken?’, was zijn kans om het moment waarop Cheryl betrapt werd in haar telefoongsprek op de gang te omzeilen. Hij zag haar nog net het gesprek beëindigen. ‘O, nee, laten we gaan, we zijn al laat voor onze volgende afspraak, ik belde net de receptie om aan jou door te geven of je de auto alvast wilde halen, deze afspraak kunnen we niet lopend af, althans ik niet op deze hakken’. Ze zag er wderom betoverend uit, nu met een strak zwart jurkje, nog korter dan vanochtend. ‘Om gek van te worden’, dacht John toen hij naar haar pumps keek. Ookhij corrigeerde zich snel en zei: ‘Goed dat je daaraan dacht, kom laten we gaan’. In de lift stonden ze zwijgzaam naast elkaar, elk zo in gedachten hoe het nu verder zou moeten gaan.
In het volgende gesprek zou Cheryl zich braaf gedragen en geen van de cruciale vragen overslaan. Dat zou de verwarring compleet maken. Intussen dacht Cheryl eraan hoe ze vanmiddag laat zich zou kunnen ontdoen van John. Het liefst zou ze vanavond al een enkeltje Amsterdan nemen.
John dacht hoe hij makkelijk in haar kamer zou kunnen komen om op een onbewaakt moment software op haar computer te plaatsen. Maar hij besloot dat dat geen nut zou hebben. Ondanks het feit dat ze niet veel had met computers, zou ze slim genoeg zijn om door te hebben dat er wat veranderd was. Nee, dat plan zou niet meer werken, de ‘organisatie’ zou maar wat anders moeten bedenken, als daar tenminste nog tijd voor zou zijn.
Het gesprek vond plaats bij British Telecom, met de CTO – Chief Technology Officer – een jonge man, goed gekleed en nog aan het begin van zijn loopbaan. Hij liep mank, het gevolg van een zwaar ingeval tijdens een ski vkantie, waarvoor hij 2 weken in het ziekenhuis had gelegen. Zijn rechterbeen was vrijwel geheel vervangen door een prothese. Met heel veel therapie is hij weer redelijk ter been gekomen. Hij liet de protese zien en het was werkelijk te mooi om op het eerste gezicht te geloven. Geen plastic uitziend kaal stuk been, maar een met haren begroeid been, welke er zeer ‘menselijk’ uitzag, voorzover je dat van kunststof kon zeggen. ‘Alles wordt digitaal aangestuurd vanuit de hersenen’, zei hij, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Ik vroeg niet naar verdere details, maar hij kon het niet laten dat zelf te vertellen. ‘De zenuwkanalen vanuit mijn hersenen zijn door middel van bio technologie met de kunstmatige spieren verbonden.’ ‘Indrukwekkend’ was het enige wat ik kon uitbrengen en stelde toen de cruciale vraag: ‘Hoe voel je je nu?’ Het antwoord werd bijna robotisch gegeven: ‘Ik voel me als herboren, weet niet waardoor dat gekomen is, maar het lijkt alsof ik na de operatie 10 jaar jonger ben geworden.’ Raak!
John was tevreden, ik zag zijn glimlach, die voor mij op dat moment veelbetekenend was. Ik vroeg mij wel af wat mijn eigen volgende stap zou zijn. Frank bellen zou het meest voor de hand liggende zijn, maar ergens twijfelde ze aan hem. Veel hulp had ze tot nu toe niet van hem gehad. Het was allemaal vaag gebleven, geen deadline voor een artikel, hij had geen echte duidelijke instructies, was zelf ook afwachtend, het leek wel of ook hij gestuurd werd. ‘Zou Frank deel uitmaken van dit avontuur?’ Ze kon het zich bijna niet voorstellen, maar de gedachte weerhield haar hem te bellen om te zeggen wat ze van plan was. Als ze erin zou slagen om snel naar Amsterdam te kunnen vertrekken, dan zou ze hem op de redactie confronteren met alle bizarre feiten en duidelijkheid eisen.
Cheryl’s hersenen draaiden op volle toeren, zou ze nog weg kunnen vanavond? Ze besloot het niet te doen, was te plotseling, zou een te grote hoeveelheid achterdocht opleveren zo aan het einde van de dag. Ze zou zich de volgende ochtend ‘ziek melden’ en tegen John zeggen in bed te willen blijven vanwege een vevelende allergie. Dat spel begon wel al die avond tijdens het etentje. John zei nog even wat in de stad te moeten doen en vroeg of ze het leuk vond om acht uur bij een goede Japanner af te spreken in de stad. Ik zei dat ik er tegenop zag om zolang aan tafel te zitten. ‘Ik ben erg moe en mijn al jaren meeslepende allergie komt weer opzetten. Ik ben bang dat ik morgen pas wat later kan beginnen, maar als het doorzet zit er niets anders op dan een dagje in bed te blijven. Duurt maar een dag hoor, maar ik heb dan doorgaans een flinke koorts, zweet het weer uit. Ik ken de verschijnselen, heb het vaak als ik lang in steden ben met veel fijnstof’, verzon ze. ‘Maar laten we de avond niet nu al door mijn gevoel beïnvloeden, misschien valt het mee, haal me maar om 8 uur op, maar laten we dan iets eenvoudigs eten’ John zei nog: ‘Het hoeft niet hoor, ik kan je ook morgen ophalen, tenminste als je niet ziek bent’. Ik aarzelde nog even, maar zei snel: ‘Nee, kom me maar halen, het gaat nu nog wel.’
Juist omdat ze wat ziekelijk moest overkomen, deed ze gewoon een spijkerbroek aan, verwijderde haar make-up grotendeels, zodat ze zelfs iets minder dan casual overkwam. Tegen acht uur ging haar telefoon. ‘Ik heb net twee uur liggen slapen, ik trek snel even wat aan, ik zie er eigenlijk niet uit, momentje, ik kom er zo aan’. John wilde haar nog een compliment maken, maar de verbinding was al verbroken. Toen Cheryl beneden kwam zag John wel dat ze wat blekjes zag en vroeg of het wel goed met haar ging. ‘Wil je niet liever heir blijven en vroeg naar bed?’ ‘Nee joh, ik heb net twee uur geslapen, maar ik moet gewoon even bijkomen, een glaasje wijn doet me zo wel weer herleven.’
Ze speelde het goed, John deed alle moeite het haar naar haar zin te maken. Ze aten snel wat, de wijn was verdomd goed voor Londonse begrippen en ondanks het feit dat Cheryl slechts een gewoone sijperbroek droeg, voelde hij de opwinding van haar aanwezigheid, die hij snel weer moest onderdrukken. Na het etenetje zei Cheryl dat ze nu wel erg moe was. ‘Ik bel je morgenochtend zelf wel of we onze tweede afspraak kunnen laten doorgaan. Ik verwacht dat een ochtendje voldoende is om weer te herstellen, ik ken het patroon, het lijkt nu niet zo heftig te zijn. Ik gebruik er wat medicijnen voor, die kunnen de verschijnselen behoorlijk onderdrukken als het niet al te heftig wordt. In het laatste geval ben ik meestal een paar dagen ziek thuis’. Het verhaal was geloofwaardig genoeg voor John. ‘Ik merk het wel, bel me op tijd, dan kan ik mijn dag verder anders indelen’. ‘Doe ik’, zie Cheryl en om hem nog wat gekker te maken, gaf ze hem een vriendelijke zoen op zijn wang en zei: ‘Je bent aardig voor me, dank je’. ‘Welterusten’, zie John met een verdomd rot gevoel in zijn lijf, wat zou hij toch graag met deze vrouw in bed belanden. Het ging er niet van komen.
Toen John met zijn auto in de drukte verdween bereidde Cheryl haar stappen goed voor. Ze moest wat verzinnen op de altijd bij haar aanwezige voice recorder, die altijd zou meeluisteren. Ze besloot in haar kamer de receptie te bellen en te vragen naar asperienes. En ze zei dat ze ze zelf wel even zou komen ophalen. Dat gaf haar een minuut of vijf, voldoende om het inerne reisbureau van NRC te bellen vanaf de telefoon op de gang. ‘Code 547’, zei ze snel en ze werd onmiddellijk doorverbonden met de afdeling die journalisten in gevaar meteen alle mogelijke hulp zou bieden, wat het ook was. ‘Ik moet morgenochtend vroeg een ticket hebben van Heathrow naar Amsterdam’. ‘Komt in orde’, het ligt klaar bij de vertrekhal van BA. De verbinding werd verbroken. 547 betekende dat een journalist snel wilde vetrekken, redenen hoefden niet gegeven te worden. 549 was ernstiger, dan zou de reis onder valse naam en paspoort moeten plaatsvinden, dat zou langer duren, Cheryl vond de ernst van haar situatie niet groot genoeg om een 549 aan te vragen, met een 547 zou ze immers sneller het land uit zijn.