13.

John was ondertussen naar het hotel gegaan en vroeg bij de receptie naar het kamernummer van Cheryl. Hij was ongerust geworden omdat ze nog niet had gebeld. Hij had de ‘organisatie’ slechts verteld dat ze een paar uur later zou beginnen die ochtend omdat ze een grieperig gevoel had. Glenn had nog gezegd: ‘Ga vroeg naar het hotel, controleer haar gangen, ik vertrouw het niet’. John zat ten aanzien van Cheryl met heel andere gedachten in zijn hoofd die hij maar moeilijk kon uitschakelen. Zijn scherpte was weg en liet zich meeslepen door zijn tot nu toe onderdrukte gevoelens voor haar.

‘Zij is vanochtend vertrokken meneer’, zei de receptioniste. John werd inwendig woedend, Glenn had gelijk. Hij herstelde snel en zei: ‘Ja, dat weet ik, maar ze is iets vergeten wat ze op haar kamer heeft laten liggen, ze heeft mij gevraagd dat voor haar op te halen’. De receptioniste keek een beetje wantrouwend maar zei uiteindelijk: ‘OK, ik zal even iemand bellen, die met u mee kan lopen.’ Bij de kamer bedankte ik de man die de deur voor mij opendeed, gaf hem een flinke fooi en zei dat ik het zelf verder wel zou redden.

Al snel vond hij de voice recorder onder de kussens. ‘Zeer slim dame’, mompelde John in zichzelf. ‘Je weet dus inderdaad meer’. Inmiddels volledig hersteld van zijn sexuele gevoelens voor haar, moest hij zorgen voor een sluitend plan en zich verantwoorden richting Glenn. Hij had tot laat in de middag om alles uit te werken alvorens hij Glenn zou bellen in San Fransisco.

Hij verliet de hotelkamer en aarzelde nog even of hij zou vragen of iemand wist waar naar toe Cheryl zou zijn vertrokken, maar besloot het niet te doen. Cheryl zou dat vast en zeker niet hebben verteld.

John wist eigenlijk ook niet zo heel veel van het project van de ‘organisatie’. Hij had de klus om Cheryl te begleiden in Europa aangenomen op het moment dat hij werd ontslagen bij BP. Het had iets te maken met het schenden van de privacy van medewerkers in het bedrijf. Als directielid was hij verantwoordelijk voor het gehele personeelsmanagement. Onder zijn leiding werd een nieuw computersysteem aangeschaft en in gebruik gesteld. Elke werknemer zou in het systeem worden opgenomen, maar John ging daarbij zover dat ook zeer persoonelijke informatie vanaf het web automatisch in het systeem werd opgenomen. Hij genoot van zijn eigen ‘Google’ binnen het bedrijf en genoot van al hetgeen hij te weten kwam van alle werknemers. Het ging lange tijd goed, totdat hij tegen de lamp liep tijdens een onschuldige lunch, waarbij hij op ongelukkige wijze een uitspraak deed over een werkneemster, die hij niet kon weten. De werkneemster nam het hoog op en besloot de directie in te lichten. Aanvankelijk werd haar verhaal niet geloofd en werd de werkneemster ontslagen. Zij liet het er niet bij zitten. Na maanden van zoekwerk maakte ze kennis met een zeer ervaren hacker, een jongen van amper 18 jaar, die voor haar het systeem van BP wist binnen te dringen en tientallen personeels dossiers binnen wist te halen met wel zeer peroonlijke informatie. De stapel papier werd aanvankelijk alleen naar de directie gestuurd. Toen geen enkele reactie kwam, besloot ze de stapel ook naar de pers te sturen, die er twee pagina’s aan besteedde, gevolgd door een TV programma, waarin de directeur te verantwoording werd gevraagd. Daags daarna stond John op straat. Hij zou zich maanden schuil hebben gehouden in Schotland, alvorens hij door de ‘organisatie’ werd benaderd.

Niemand maakte zich zorgen over de bestanden, alles bleef bij het oude, de Raad van Bestuur stemde zonder enige tegenstem voor de eisen van de ‘organisatie’. Later werden daar zelfs wereldwijd alle gegevens van de kaarthouders van het BP loyaliteitsprogramma aan toegevoegd. Een tankbeurt bij BP gaf de organisatie problemloss toegang tot een schat aan privé gegevens. Dat zou later de wereldwijde selectie van mensen makkelijker maken. John wist niet dat de ‘organisatie’ al zo ver bij zijn voormalige werkgever was doorgedrongen. Hij heft zich vaak afgevraagd waarom de ‘organisatie’ juist hem had benaderd voor deze klus.

Hij kon zich nu alleen maar voorstellen hoe de ‘organisatie’ zou reageren op het feit dat hij Cheryl heeft laten ‘ontsnappen’. Hij had spijt van het feit dat hij zijn scherpte compleet was kwijt geraakt door zich teveel te focussen op zijn sexuele verlangens naar haar. Hij had het geld hard nodig om zijn luxe leven te kunnen voortzetten. Zijn ontslag bij BP leverde hem geen riante ontslagvergoeding op. De Raad van Bestuur ontsloeg hem op staande voet. Justitie vervolgde hem merkwaardig genoeg niet. Later zou blijken dat er geen enkele deskundigheid aanwezig was, op basis waarvan hij schuldig zou kunnen worden bevonden aan aantoonbare strafbare feiten.

John verliet het hotel en reed doelloos rond. Hij wist niet wat hij zou gaan doen. Zou hij de ‘organisatie’ eerlijk over zijn blunder vertellen? Waarschijnlijk zouden ze hem meteen van de klus afhalen en hem niet meer betalen. Dat zou dramatisch zijn. Hij had nog wel voldoende reserves om het enkele maanden uit te houden, maar zijn imago was zodanig beschadigd, dat hij nergens meer aan het werk zou kunnen komen. Het feit dat hij zichzelf had ‘opgeschoond’ op het web en dus niet meer vindbaar was op Google, schaadde hem eigenlijk meer dan hij zelf ooit had gedacht. Aanwezig zijn op het web is de norm geworden, wat er ook over je verteld wordt. Dan is er in ieder geval ‘niets’ aan de hand, maar niet aanwezig zijn, dat wekt argwaan.

Hij dacht na en vroeg zich af waar Cheryl zou kunnen zijn. Op het moment dat hij zich dat afvroeg kwam het antwoord als vanzelf. Natuurlijk zou ze het vliegtuig naar Nederland hebben genomen. Veilig naar huis. Dat hij daar niet eerder aan had gedacht. Ze wist inmiddels iets meer van het project van de ‘organsatie’ en speelde het spel van de vragen. John herinnerde zich de laatste twee gesprekken goed, waarbij ze bewust vragen wel en niet stelde om zijn reactie te zien. Hij besloot vrij impulsief naar Heathrow te rijden om er daar proberen achter te komen of Cheryl die ochtend was vertrokken. Dat leverde niets op. Vanaf Heathrow belde hij NRC op en vroeg naar Cheryl. De niets vermoedende receptioniste zei slechts: ‘Ik heb haar wel gezien vanochtend, maar ze is vertrokken, zal ik een boodschap achterlaten?’ John hing op en schakelde snel. Hij besloot nog die avond naar Amsterdam te vliegen, weliswaar met slechts wat handbagage, maar dat gebeurde wel vaker op zulke korte vluchten. Door John zijn internationale reiservaring bij BP had hij altijd zijn paspoort zij zich, dus hoefde hij niet terug naar huis. Hij besloot dat hij de ‘organisatie’ zou vertellen dat hij haar op het spoor was, zodra hij in Amsterdam was. Dat was nog de enige kans om deze klus te behouden, alhoewel hij de kans daarop uiterst klein achtte.

Onderweg naar Amsterdam dacht hij na over zijn vervolgstappen. Zou hij naar NRC gaan en daar naar haar vragen? Wat zouden ze al bij NRC van hem weten? Zou hij zelf op zoek gaan naar Cheryl? Hij kwam er niet uit. En ook bij aankomst op Schiphol besloot hij toch maar eerst een goedkoop hotel te zoeken, waar hij cash zou betalen, uit voorzorg niet via zijn creditcard gevolgd te worden. Hij sliep die nacht slecht en dacht na over zijn leven. Na zijn ontslag verliet zijn vrouw hem samen met zijn twee kinderen. Zij kon de druk niet meer aan die op haar werd uitgeoefend. Als vrouw van een hoog geplaatste BP directeur bekleedde zij verschillende posities in het sociale lokale leven. Na het ontslag van John werden haar al die functies afgenomen. Iedereen had medelijden met haar, maar maakten via een beleefde omweg duidelijk dat op haar familienaam een smet lag. Ze begreep het en verdween al snel uit het beeld. De scheiding was een drama, de kinderen waren het slachtoffer en werden op school uitgescholden. Vertrekken was de enige optie. Op een dag waren ze weg, nadat John net zijn nieuwe ‘baan’ bij de ‘organisatie’ had aangenomen. Hij was opgetogen om weer aan de slag te kunnen gaan. Maar bij thuiskomst lag een briefje op tafel van zijn ex-vrouw, met daarop slechts de woorden: ‘We kunnen niet meer’. Hij heeft zijn ex-vrouw en kinderen daarna niet meer gezien.

Het was pas tegen vieren voordat hij in slaap viel. Hij had geen wekker gezet en ontdekte dat het al half tien was toen op de deur werd geklopt. Hij schrok, maar het was loos alarm. Het bleek de schoonmaak te zijn, die na een reactie van John doorliep naar de volgende kamer. Hij was gebroken, ging onder de douche staan en liet langdurig een warme straal water over zijn vermoeide lichaam stromen. Hij nam een eenvoudig ontbijt en besloot dit hotel te verlaten. Hij wilde een eventueel taceerbaar spoor in ieder geval zo complex mogelijk maken. Hij had een kleine 2000 euro op zak, ook dat was hij gewend vanuit zijn BP periode, altijd genoeg cash geld op zak. Het zou altijd mogelijk moeten zijn dingen te doen die lastig traceerbaar waren. Die kennis kwam hem weliswaar nu te pas, maar ook hij wist dat die 2000 euro snel op zou zijn.

Hij zou dus geen auto gaan huren, was aangewezen op het openbaar vervoer, hetgeen hem in zijn snelheid van handelen aanzienlijk beperkte. Hij belde pas om elf uur met Glenn, die zwaar geïrriteerd was, het was immers 2 uur in de nacht in San Francisco. ‘Waar ben je?’ snauwde hij kortaf. ‘Ik zit in Amsterdam en ben Cheryl op het spoor, ze weet meer dan je lief is Glenn, ze verliet gisterochtend London en is via Heathrwo naar Amsterdam vertrokken.’ Hij deed net alsof hij dat allemaal feitelijk wist, maar het was slechts een gok die hij met volle overtuiging probeerde over te brengen. ‘Je hebt 24 uur om haar te vinden John, de ‘organisatie’ is bijzonder kwaad over je optreden. Ik weet niet of we je kunnen handhaven en je weet wat dat betekent.’ De rillingen liepen over zijn rug. Hij had wel vaker geruchten gehoord van verdwenen mensen uit de ‘organisatie’, waarvan nooit meer iets werd vernomen.

Hij hing op en zuchtte, hij had slechts 24 uur. Zelf gaan zoeken zou geen optie zijn. Het moest via het journalistiek circuit verlopen. Maar direct het NRC gebouw inlopen zou een te groot risico zijn. In plaats daarvan zou hij Cheryl on-line proberen te traceren. Hij wist dat ze niet zo heel veel op het web deed, maar ergens zou er een spoortje te viden moeten zijn. Via een sportclub, waar ze in lijstje voor zou komen of misschien wel op een foto verzamelsite. Hij vertrok met de trein richting Rotterdam en stapte daar uit. Hij was toe aan een kop koffie, en probeerde met zijn laptop of wifi te komen. Dat lukte aanvankelijk niet, omdat het aantal open en gratis hotspots in die tijd nog beperkt was. Even buiten het station lukt het wel. Waarschijnlijk gewoon een open wifi netwerk van een particulier die zijn netwerk niet het afgeschermd met een wachtwoord. John begon Cheryl to ‘Googlen’. Haar achternaam was Jong, typisch Hollands, maar in combinatie met haar voornaam zou ze toch makkelijk traceerbaar moeten zijn. Met ‘Cheryl Jong’ had hij gen succes, maar met ‘Cheryl de Jong’ wel. Hij kwam op een website van een basisschool in Gouda, waarop klasenfoto’s stonden vanuit het verleden. Met daaronder alle namen van de leerlingen die daar destijds op school hadden gezeten. Met alle zijn foute ervaringen op het gebied van privacy vroeg hij zich meteen af in hoeverre dit al dan niet strafbaar zou zijn, zeker als er geen toestemming zou zijn gevraagd. Die vraag snel achter zich latend, bracht hem echter wel bij Cheryl. Hij herkende haar jonge gezicht en besloot richting Gouda af te reizen.

This entry was posted in hoofdstuk. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>