Edith begreep niets van de verblijplaats van Frank. Ze was weliswaar opgelucht dat hij nog leefde, maar was daarnaast volledig in paniek. Wat moet hij daar? Waarom heeft hij niets van zich laten horen? Hoe krijgen we hem hier terug? De opluchting dat Edith nu wist waar hij was, was van korte duur. Cheryl had besloten Edith te bellen, achteraf dacht ze dat het wat beter was geweest om toch nog even bij haar langs te gaan om haar te troosten. ‘Ik kan nu niet veel voor je doen, we moeten eerst meer informatie hebben’, probeerde Cheryl nog uit te brengen. Maar daar wilde Edith niets van weten. ‘We moeten de politie bellen, hij moet opgespoord worden.’ Cheryl probeerde haar gedachten te ordenen. Enerzijds begreep ze dat Edith haar man zo snel mogelijk terug wilde hebben. De politie bellen zou slechts een eerste stap stap, al heel snel zou zoiets zowel media- als politike aandacht gaan krijgen en zouden diverse ongewenste lijntjes gaan ontstaan richting de ‘organisatie’ die wellicht haar, maar ook Eduards en Johns leven in gevaar zouden kunnen brengen. De ‘organisatie’ zou wel heel snel kunnen denken dat Cheryl de aanstichter zou zijn geweest van wat al snel zou kunnen uitgroeien tot een internationale rel.
Cheryl besloot nu dan toch maar wat van alle gebeurtenissen van de afgelopen maanden te gaan uitleggen in de hoop dat Edith niet meteen de politie zou gaan bellen. Ze stelde Edith eerst een beetje op haar gemak en begon heel rustig aan haar verhaal. Toen ze merkte dat Edith wat kalmeerde begon ze voorzichtig de gevaren te verklaren die zouden kleven aan het inschakelen van de politie. ‘Natuurlijk willen we Frank zo snel mogelijk thuis hebben, maar geloof me, Frank weet genoeg van het geheel om zich goed te kunnen redden. Edith, hij is jarenlang journalist geweest, hij weet wat hij doet. Vertrouw hem. Ik houd je op de hoogte.’ ‘Nou, goed dan, ik vertrouw je, maar wacht niet te lang, ik weet niet of ik mijn belofte wel kan houden.’ Cheryl wilde nog wat zeggen, maar liet het erbij. Voor nu was deze toezegging genoeg.
De ‘organisatie’ was intussen woedend. John had zich niet gemeld en dat had gevolgen voor de positie van Glenn. Glenn had die nacht al slecht geslapen, hij wist dat dit niet ongestraft zou blijven. Nog niet eerder had hij zo een blunder laten gebeuren, maar wist wel van blunders van anderen. Het idee dat ook hij gewoon zou verdwijnen, resulteerde in koud angstzweet. De enige hoop die hij nog had , was de opmerking van Philip Daniels, die tijdens de laatste meeting zei dat de president eliminatie van mensen niet meer toestand, alleen uitschakelen mocht nog. Daarvan werd het koude zweet niet minder, want ook hij wist dat dat een breed begrip was.
Als biochemicus bij de NASA had hij een goede positie, totdat hij werd gesaboteerd doro wat later de ‘organisatie’ bleek te zijn. Hij werd gedwongen bepaalde experimenten uit te voeren. In ruil daarvoor zou het riant beloond worden. Maar als hij het niet zou doen, zou hem het leven onmogelijk worden gemaakt. Hij leefde een terug getrokken leven en had geen vrouw en slechts weinig familie. Vrienden had hij niet, hij was een solistisch opererende wetenschapper. De waardering voor zijn bevindingen waren groot. Bij NASA namen ze zijn geïsoleerde gedrag voor lief, de resultaten van zijn onderzoeken waren zo bepalend voor de toekomst van de ruimtevaart, dat zijn gedrag nauwelijks telde.
Hij kon de druk van de ‘organisatie’ niet meer aan en voelde zich niet meer goed bij het doen van de verkeerde biochemische experimenten bij astronauten. Ook bij NASA gingen ze iets merken. Glenn wilde weg, maar wist niet hoe. Hij was overgeleverd aan de druk van de ‘organisatie’. De communicatie met de ‘organisatie’ was vooral in het begin wat moeizaam geweest, hij moest zijn bevindingen van de experimenten allemaal op papier uitwerken en maandelijks in een postbus in Houston afleveren. Dat ging al ruim een jaar zo en Glenn had, zonder dat hij het wist, de basis geleged voor al hetgeen de ‘organisatie’ nu mee bezig was. Op een dag besloot hij slechts één klein briefje in de postbus neer te leggen met de tekst ‘Ik kan niet meer, ik ben op, als jullie me verder onder druk blijven zetten, dan heb ik geen andere keuze dan alles openbaar te maken en daarna een einde aan mijn leven.’ Hij had dit geschreven in een onbewaakt moment, toen hij in zijn eentje zichzelf had volgdronken in een anoniem barretje, ergens in een achterstraatje in Houston, waar hij woonde. De ‘organisatie’ was geschrokken en nam direct maatregelen. Ze hadden eigenlijk wel sympathie voor Glenn en besloten hem weg te halen bij NASA en hem een ‘baan’ aan te bieden, waar hij het wat ‘rustiger’ aan kon doen.
De volgende ochtend werd Glenn thuis benaderd door een dame van de ‘organisatie’. Ze zag er aantrekkelijk uit, daar had Glenn nog wel oog voor, en stelde zich vriendelijk voor. ‘Ik wil heel graag met u praten over een mogelijke baan bij een consortium van grote internationale bedrijven die wetenschappelijk onderzoek verrichten en uw bijdragen aan hersenonderzoek bij gewichtloosheid zijn voor onze organisatie van grote waarde geweest, dat wij u in dienst willen nemen.’ Het was een mooi getrained zinnetje. Glenn keek de vrouw aan en zei rustig: ‘Jullie hebben zeker mijn briefje gelezen, dat was een vergissing.’ De vrouw, die een volledig script had geleerd om op elke reactie van Glenn in te kunnen spelen, zei rustig: ‘Ja meneer, wij hebben uw broefje gelezen en zouden het heel jammer vinden als uw kennis voor ons verloren zou gaan. Wij hebben de NASA geïnformeerd over uw werkzaamheden voor ons en hebben een afkoop geregeld van 10 miljoen dollar boete om een rechtzaak te voorkomen. We hopen dat u dat van ons waardeert.’ Dit was een messteek in de rug van Glenn, maar welke keuze had hij. ‘Ik heb tijd nodig’, zei Glenn kortaf. ‘Natuurlijk mag dat meneer, zal ik morgen omtrent dezelfde tijd terugkomen en dan uw antwoord komen ophalen?’ Glenn zei niets, deed de deur van zijn apartement dicht, viel neer op een stoel en kon niet meer denken. Dit was één van de vele methoden die de ‘organisatie’ gebruikte om hoog gekwalificeerde mensen onder druk te zetten om voor hen te komen werken. Dit was inmiddels twee jaar geleden gebeurd.
Gek genoeg was Glenn het naar zijn zin gaan krijgen binnen de ‘organisatie’. Hij verdiende een riant salaris, kon zijn eigen tempo bepalen en op basis van al zijn aangeleverde rapporten, gaf hij ‘les’ aan andere wetenschappers, die heel veel interesse hadden voor al zijn bevindingen op het gebied van biochemie in combinatie met de werking van onze hersenen. Het grotere plan achter al deze ‘lessen’ was hem onduidelijk. Toen de waarde van Glenn wat begon af te nemen, besloot de ‘organisatie’ hem in te zetten bij inmiddels uitgevoerde experimenten en hem te vragen interviews te houden. En op die manier kwam hij ook in contact met Frank en Chrystel en John, die hij na zijn vertrek bij BP onder zijn hoede kreeg om Chrystel tijdens haar gesprekken in Europa te begeleiden. Hij vroeg zich af wat er nu zou gaan gebeuren.