Al vroeg stond de taxi met Eduard voor de deur van Chrystel. Ze stond al te wachten, stapte snel in, voor de korte rit naar Schiphol. Ze was nerveus zoals ze nog nooit geweest was. Het ging om Frank, niet om een één of ander interview bij een groot industrieel bedrijf. Voor het eerst ging het haar om een mens in gevaar in een bepaald niet ongevaarlijk gebied. Ze wilde geen journalistieke loopbaan in oorlogsgebieden, ze had het haar moeder vele jaren geleden beloofd. Voor het vertrek had ze haar vader gebeld en een heel klein beetje verteld van hetgeen ze ging doen. Hij begreep dat hij ook nu weer niet teveel moest vragen en zei alleen: ‘Kind, pas goed op jezelf, bel me zodra het mogelijk is.’ Het gesprek werd snel beëindigd, beiden begrepen dat langer doorpraten in dit stadium geen nut had.
Lange tijd zei Chrystel niets onderweg en Eduard begreep goed dat hij het beste hetzelfde kon doen. Vlakbij Schiphol zei ze: ‘Ik ben benieuwd of we überhaupt wegkomen en of we Pakistan wel in kunnen komen’. Ze was zichtbaar onzeker, een eigenschap die mensen bij Chrystel niet snel zouden ontdekken. Eduard stelde haar op haar gemak en zei: ‘We reizen als journalisten, ondanks het feit dat we ons ticket privé hebben betaald, tonen we onze perskaarten en zeggen dat we onderzoeksjournalisten zijn, die in Pakistan onderzoek gaan doen naar de wijze waarop dat land en India op economisch gebeid zoveel voouitgang boeken. Ik heb de nodige achtergrond informatie verzameld om het ook nog ens geloofwaardig over te laten komen.’ Eduard pakte een enorme stapel papier en liet globaal zijn stukje schaduw research zien van het project waarmee zij zonder al teveel problemen het land in zouden komen. Het was immers positief te nemen dat de westerse wereld zo geïnteresseerd was in de economische groei van Pakistan. Chrystel was verbaasd en vroeg: ‘Wanneer heb je dat allemaal gedaan?’ ‘Afgelopen nacht’, antwoordde hij luchtigjes met een kleine glimlach. Dat was net wat Chrystel nodig had, ze lachtte ook weer even en zei: ‘Je bent geweldig, de hele nacht kon ik alleen maar in probelemen denken en jij hebt dus gewoon maar even de hele nacht doorgetrokken om met oplossingen te komen.’ Ze schaamde zich dat zij niet in staat was geweest hetzlefde te doen. Ze was doodmoe, het raakte haar emotioneel, Frank was een fijne collega en ze zou niet willen dat juist hem iets zou overkomen in Afghanistan.
Op Schiphol kwam Chrystel weer in haar normale vorm en hoopte op een reis zonder veel complicaties. De douane procedures verliepen probleemloss en al snel zaten ze bij de gate te wachten op hun vlucht, die hen beiden eerst naar Tel Aviv zou brengen, om de vlucht naar Pakistan lastiger traceerbaar te maken. Vanaf Tel Aviv zouden beiden een aparte vlucht nemen naar Islamabad. Chrystel zou een dag eerder aankomen en dus een auto en hotel regelen. Eduard had wegenkaarten voor hen beiden meegenomen en een navigatie systeem met de meeste actuele chip van Pakistan. De chip voor Afghanisatan was niet actueel, maar liet zelfs in die versie slechts een paar grote doorgaande wegen zien. Ze zouden naar alle waarschijnlijkheid hun routes vanaf kaarten moeten uitstippelen.
Vanaf het NRC intranet had Crystel nog alle mogelijke adressen weten op te vragen van journalistieke organisaties in beide landen en het adres van de Nederlandse ambassade in Islamabad. Dat was wel het minste wat zij kon doen. Met gepaste bescheidenheid en een zuinige glimlach overhandigde ze een copy van die eggevens aan Eduard. Hij lachtte en zei: ‘Daar had ik nou weer niet aan gedacht, dank je.’ De vlucht naar Tel Aviv verliep probleemloos. Bij aankomst op Ben Gurion natuurlijk wel de gebruikelijke ocntroles en uitgebreide vragen, maar na een paar uur stonden ze buiten in de brandende zon van de stad. Ze namen een taxi naar het centrum en vroegen de chauffeur naar een goed hotel. Het was opvallend rustig in de stad.
De chauffeur bracht ze naar Hotel Dan aan de kust, een niet al te groot hotel, maar wel voorzien van alle luxe die je je als tourist zou willen veroorloven tijdens een weekje vakantie. Chrystel dacht even aan het woord vakantie. Wat zou ze daar een enorme behoefte aan hebben en even kwam het in haar op om gewoon een paar dagen uit te rusten. Maar de gedachten aan Frank ontwaakte haar.
Na het eten besloten ze op zoek te gaan naar een internet café ergens in een straatje achteraf. In het hotel zouden waarschijnlijk lofiles worden bijgehouden en zou de combinatie tussen gastnaam, hotelkamer en het internetgebruik gemakkelijk gekoppeld kunnen worden. De kans dat bowse gedrag in een klein internet café opgelsagen zou worden, zou aanzienlijk kleiner zijn. Deuard was iets meer op de hoogte van het gevaar van het gebruik van internet dab Chrystel, maar via webmail zou niemand vermoeden dat ze hun mail zouden hebben gechecked vanuit Tel Aviv. Ze hadden samen met Patrick en John nieuwe e-mail adressen genomen om elk spoor zoveel mogelijk te wissen. In de adressen zouden ook niet hun namen voorkomen. Chrystel had als adres sefraaf1@hotmail.com gekozen, hetgeen stond voor ‘search frank afghanistan’. De anderen hadden die basis overgenomen met de cijfers 2,3 en 4.
Patrick had meer onderzoek gedaan naar alle extra mensen die op regelmatige basis samenkwamen in het gebouw van de ‘organisatie’ Dat gebeurde steeds regelmatiger en Patrick kreeg inmiddels meer foto’s te verwerken dan hem lief was. Er begon zich een beeld af te tekenen van de samenstelling van de groep en waarmee ze naar alle waarschijnlijkheid bezig waren. In de medisch hoek was het opvallend dat verreweg de meeste specilisten kwamen uit het segment van de hersenchirurgie. En daarnaast was het aantal mensen met kennis en kunde van microchips vooral vanuit de telecomhoek erg hoog. Er begon zich een beeld af te tekenen, maar wat de exacte samenhang was kon Patrick nog niet vermoeden. Hij mailde was basisgegevens naar het nieuwe e-mail adres, maar liet namen achterwege, omdat hij Microsft niet vertrouwde voor wat betreft het tracken en tracen van e-mail. Hij had wel eens geruchten vernomen dat Microsoft van de overheid een database had gekregen met namen, die als filters op e-mail inhouden gezet moesten worden. Elke e-mail met een naam die voorkwam in die database zou moeten worden doorgestuurd naar de overheid. Sindsdien hadden vele uitgevers een eigen geheime lijst met gecodeerde afkortingen, die voor de overheid niet te traceren zouden zijn, maar waar de uitgevers en journalisten met speciale encryptiesoftware de echte namen uit konden halen.
Chrystel had Edith beloofd haar op de hoogte te houden. Edith kreeg nummer 5 als nieuw e-mail adres. Chrystel had haar gevraagd dat adres alleen te gebruiken vanaf een niet te traceren lokatie, dus zeker net vanaf huis. Edith kon gelukkig redelijk goed met computers omgaan, dus ze begreep de noodzaak en zou zelf wel in staat zijn het e-mail adres op integere wijze alleen daar te gebruiken, waar ze geen sporen zou achterlaten. Ze spraken allemaal af alleen webmail te gebruiken en steeds de gegevens volledig te wissen. Chrystel berichtte Edith dat ze onderweg waren en dat de reis goed was verlopen en dat ze snel aan de slag zouden gaan. Ze liet de tussenstop in tel Aviv achterwege. Ze kon nog niet inschatten of Interpol of de NRC directie haar zouden gaan ondervragen en dat ze wellicht onder druk onze tussenstop zou noemen.
De directie kwam er ondertussen achter dat de twee al weg waren. Het gebeurde wel vaker dat journalisten op eigen initiatief het vliegtuig namen, zonder dat de directie het wist. Veelal werd dat oogluikend toegestaan omdat ook de directie wel wist dat een goed verhaal heel wat waard was. Het autonoom optreden van journalisten hoorde bij dat spel. De hoofdredacteur zat er tussenin en moest voortdurend mnouvreren tussen de wil van de directie en anderzijds het speurneus instinct van zijn ploeg journalisten. Eduard had hem globaal verteld wat er aan de hand was. Een stukje non-verbale communicatie was genoeg geweest, de twee lachtten en schudden elkaar de hand. ‘Goede reis, kom heel terug’, had de hoofdredacteur gezegd.