De ‘organisatie’ nam de ‘lek’ van Chrystel en John hoog op. Glenn had de nacht voor zijn ‘verhoor’ bij de organisatie slecht geslapen. Bij aankomst in het gebouw stonden andere mannen dan gebruikelijk hem op te wachten. Ze zeiden niets en liepen aan weerzijden van Glenn naar de lift. Glenn voelde dat dit een slecht voorteken was. Ze stopten op een voor hem ongebruikelijke etage en brachten Glenn naar een kleine kamer. Daar zaten wederom voor hem twee onbkende mannen. ‘Ga zitten, wil je kofiie?’ werd vriendelijk gevraagd. Glenn stemde in met koffie, alhoewel hij wist dat hij waarschijnlijk geen slok naar binnen zou krijgen.
‘Jammer dat de spanningen rondom Chrystel en John zover zijn opgelopen’, was de openingszin van het gesprek, welke niet lang zou duren. ‘Je moet met vakantie Glenn, dat zal je goed doen, daarna zien we wel weer verder, denk je ook niet?’ Glenn wist dat hij geen keuze had en zei met onzekere stem: ‘Waar gaat de reis naar toe?’ ‘Je gaat een weekje naar Moskou naar een eerste klas kuuroord, je zult er als herboren van terug komen. Je vertrekt vanmiddag.’ ‘Vanmiddag al, maar dat kan helemaal niet.’ ‘Je spullen worden nu thuis gepakt, je vertrekt straks naar de luchthaven, je krijgt begeleiding tot aan de gate en in Moskou word je opgehaald, allemaal erste klas service voor onze gewaardeerde medewerkers die een weekje extra vakantie nodig hebben.’
De mannen stonden op en staken hun hand uit om Glenn een goede reis te wensen. Glenn speelde het spel mee en gaf beide mannen een hand zonder ze aan te kijken. De twee anderen liepen mee naar zijn auto, gingen achterin zitten, zeiden niets. Glenn wist dat hij naar huis moest rijden, elke andere poging om te ontsnappen zou hem fataal worden. Thuis aangekomen stonden zijn koffers al klaar, er was niemand te bekennen. De mannen gebaarden hem de koffers te pakken. Glenn keek bij het op lsot doen van de deur achterom, hij dacht dat hij hier nooit meer zou terugkomen. Onderweg naar de luchthaven werd niets gezegd. Bij de vertrekhal werd hij opgewacht door twee andere mannen, de eerste twee haalden de koffers uit de auto en Glenn zag zijn auto met de twee mannen verdwijnen. ‘Moeten we u even helpen?’, vroeg één van de mannen. Niet wachtend op het antwoord pakten ze de koffers en liepen naar de incheckbalie. De vlucht naar Moskou zou rechtstreeks zijn. Hij kreeg zelfs businessclass tickets aangeboden en de verzorging aan boord zou perfect zijn. De mannen liepen mee tot vlakbij de paspoortcontrole en zeiden: ‘Goede reis’. Glenn reageerde niet meer en liep de vertrekhal in, niet wetende dat elke stap in de vertrekhal werd gemonitord. Hij dacht nog aan de mogelijkheid vrienden of familie te bellen, maar hij had inmiddels met niemand een zodanige band meer, dat ze hem zouden komen redden. Zijn verhaal zou niet worden geloofd, niemand zou zijn auto instappen. Hij was alleen en voelde zich eenzaam, ging op een bankje zitten en kon zijn tranen maar net bedwingen. Wat was zijn leven een puinhoop geworden. Hij zou over een uur vertrekken naar Moskou, had geen enkele controle meer over zijn eigen doen en laten. Hij was verlamd, hij had zelfs de energie niet meer om een krant of tijdschrift te kopen. Zijn handbagage was ook al thuis ingepakt, hij nam niet de moeite om erin te kijken. Bij de handbagagecontrole brak het zweet hem uit. ‘Heeft u alles zelf ingepakt en heeft niemand onderweg naar de luchtthaven of op de luchthaven de kans gehad iets toe te voegen aan de inhoud?’. Dat was de standaardvraag waarop Glenn vele jaren met zekerheid ontkennend op kon antwoorden. Nu niet, hij leek te aarzelen. Meteen werd hij apart genomen en werd zijn tas minitieus gecontroleerd. Hij zweette en keek angstig om zich heen. Dit zou de genadeslag worden, dacht hij. Na een paar minuten zei de controleur kortaf: ‘In orde, gaat het wel goed met u meneer, heeft u soms vliegangst?’ Glenn knikte, kon niets zeggen en ging snel zitten. Op het computersysteem werd een aantekening bij zijn naam gezet: ‘Licht verdacht gedrag op stoel 5A.’
Bij de ‘organisatie’ zagen ze op één van de vele schermen in het controle centrum de melding binnenkomen en besloten niets te doen, dit was gegeven de omstandigheden waarin Glenn verkeerde een redelijk normale reactie. Inmiddels werd hard gewerkt aan het verwijderen van Glenn Michelson in alle mogelijke databases van overheden, bedrijven, winkels, scholen, universiteiten,creditcard maatschappijen, verzekeringen, ziekenhuizen en tandartsen en alle mogelijke andere organisaties waar hij ooit zijn identiteit had achtergelaten. Glenn Michelson zou bij terugkomst in de Verenigde Staten niet meer bestaan. Vele jaren later zou Chrystel hem bij toeval ontmoeten in een achterbuurt van Parijs. En alleen zij wist wat er met hem gebeurd was, maar voor Glenn was het toen te laat, of misschien toch niet?
In Moskou aangekomen werd hij wederom ‘vriendelijk’ begeleid. De reis was goed verlopen, gelukkig sliep hij het grootste deel van de reis, waardoor hij gek genoeg uitgerust aankwam. Hij was wat meer alert en lette goed op zijn omgeving. Eenmaal buiten de luchthaven met zijn bagage en begeleiders werd hij naar de auto gebracht die hem naar het kuuroord zou brengen. Het kuuroord bleek buiten de stad te liggen in een fraaie bosrijke omgeving, vrijwel afgelsoten van de buitenwereld. Bij binnenkomst kreeg hij het gevoel van een ziekenhuis. Iedereen was gekleed in witte jassen, niet bepaald het beeld van een kuuroord, waar mensen lekker vrij rondlopen, sauna’s bezoeken, zwemmen of onder de zonnebank liggen.
‘Welkom meneer Michelson, we zullen ervoor zorgen dat uw verblijf hier zo aangenaam mogelijk zal verlopen. We zullen u zo naar uw kamer brengen.’ Geen grote receptie, geen incheckbalie, het was allemaal vreemd, het had bepaald niet het imago van een hotel met focus op een wellness centrum. Het had veel weg van een privékliniek. Gleen kon niets doen, hij was in ‘the middle of nowhere’, ontsnappen zou geen nut hebben, waar most hij heen. Zijn gedachten werden onderbroken. ‘Loopt u mee, ik zal u naar uw kamer begeleiden’, zei een aardige vrouw met een glimlach op haar gezicht. Ze liep voor hem uit, zijn koffers waren nergens meer te bekennen. De kamer was sober ingericht, het hield het midden tussen een eersteklas ziekenhuiskamer en een nette hotelkamer zonder al teveel luxe. ‘Waar zijn mijn koffers?’ vroeg Glenn. ‘Wij zorgen hier voor alles meneer, u zult snel merken dat u uw eigen dingen uit uw vorige leven niet meer nodig zult hebben, hier wordt u een nieuw mens.’ Die uitspraak triggerde Glenn enorm. Maar nog voordat hij iets kon zeggen was de vrouw verdwenen en draaide de deur op slot. Glenn ging zitten, staarde voor zich uit en dacht na over de laatste zin die de vrouw sprak.
Na nog geen tien minuten ging de deur weer open. ‘Uw welkomstdrankje meneer, het is een lokaal recept, al onze gasten waarderen dit altijd bij aankomst in ons kuuroord, we hopen dat ook u onze gift waardeert.’ Glenn pakte het drankje aan en zie ‘Dank, dat waardeer ik’ en zette het op het dichtstbijzijnde tafeltje. Voor het ‘hotel’ altijd een spannend moment om de ‘gast’ al op dat moment argwaam zou hebben. De eerste test was het op slot doen van de deur. Sommige gasten beginnen meteen tegen de deur te schoppen en te schreeuwen. Die krijgen dan een injectie en worden vastgebonden op bed, totdat ze geopereerd worden.
Glenn wist beter, ondanks het feit dat hij zich realiseerde dat hij in een val zat. Welke val, dat wist hij nog niet. Toch was hij inmiddels weer alert en liet daarom bewust zijn drankje staan. De vrouw zei nog ‘Op uw gezondheid’ en verliet de kamer, dit keer zonder de deur te sluiten. Glenn dacht na, pakte het drankje op en rook eraan. Op zichzelf rook hij wodka, zou normaal niets mis mee zijn, maar hij vermoedde dat er iets extra’s in zou zitten. Onderzoeken kon hij het niet. Hij proefde een druppel vanaf zijn vinger. Dat leverde natuurlijk geen verdenking op en misschien was het drankje wel helemaal niet ‘bewerkt’. Hij besloot het weg te spoelen, hetgeen in de registratiekamer werd gezien.