22.

In een klein gebouw in één van de buitenwijken van Seoel in Zuid Korea, vond – zonder dat iemand dat ook maar kon vermoeden – een zeer complex experiment plaats. Een hoog begaafde student van de plaatselijke universiteit kreeg een riante beloning als zij ‘zijn kennis uit zijn hersenen mochten halen’. De jongen die weliswaar hoogbegaafd was, was echter qua sociale ontwikkelingen en onbenul en was op vrijwel alle vlakken in menselijke omgang naïef. Echter met geld was hij makkelijk over te halen. Zonder dat hij het zich realieerde stemde hij in met het experiment. Op de universiteit hadden ‘de organisatie’ nauwlettend alle bewegingen van een groep studenten in de gaten gehouden en overlegden over de plussen en minnen van verschillende studenten om uiteindelijk bij Lee Usibah uit te komen als ‘uitverkorene’ voor het experiment.

Lee studeerde politicologie en macro-economie en was geniaal in het analyseren van politieke geschiedenis in relatie tot toekomstige politieke ontwikkelingen wereldwijd. Hij doorzag vrijwel elk politiek spanningsveld in vele delen van de wereld en wist bijna angstwekkend nauwkeurig voorspellingen te doen over belangrijke economische bewegingen in de wereld. Kennis die van onschatbare waarde zou zijn voor regeringsleiders, grote industriële bedrijven en vooral voor ‘de organisatie’.

Lee kwam onder begeleiding het gebouw binnen en vermoedde niets. Zijn begeleiders waren vriendelijk geweest en vertelden hem onderweg dat ze middels een interview en een soort MRI hersenscan zouden onderzoeken hoe content in hersenen werd opgeslagen. Lee vond het kennelijk niet interessant genoeg, knikte slechts en was onderweg aan het bedenken wat hij met de 50.000 dollar beloning zou gaan doen.

Eenmaal binnen in een vrij neutrale omgeving in een oud gebouw, werd Lee overgedragen aan twee op verpleegsters lijkende vrouwen van Amerikaanse afkomt, aan hun taalaccent te horen. Lee vermoedde niets toen de vrouwen zeiden dat hij klaargemaakt moest worden voor het interview. Hij moest zich uitkleden om vervolgens stralingsvrije beschermende kleding aan te doen. Eén van de vrouwen zei onopvallend: ‘Standaard procedure bij een MRI scan’. Hij werd vervolgens naar een ruimte gebracht waar de MRI scanner stond en moest op een smal soort brancard gaan liggen, die later geheel automatisch door de scanner zou schuiven. Maar voordat dat gebeurde kreeg hij diverse sensoren geplaatst op zijn hersenen. Er was al van tevoren afgesproken dat hij naar de kapper moest om zich kaal te laten scheren, zodat de sensoren hun werk op de kale huid goed konden uitvoeren. Dat had hij – zonder iets te vermoeden – de vorige dag gedaan. Wat onwennig liep hij de kapperzaak uit, maar hij dacht aan het geld welke hij ermee kon verdienen en zijn haar zou in enkele weken weer flink zijn gegroeid. Veel kon het hem niet schelen.

Eenmaal op de smalle brancard, kreeg hij vrij plotseling een kapje op zijn mond en binnen enkele seconden was Lee van de wereld. Hij was bedwelmd, waarna hij een injectie kreeg, waardoor hij minstens de volgende 12 uur buitenwesten zou zijn. De brancard ging langzaam de scanner in, die veel langer werd gebruikt dan normaal qua straling was toegestaan voor gewoon menselijk hersenonderzoek. Een gemiddelde neurochirurg zou schrikken bij zo een uitgebreide blootstelling aan de straling van het MRI apparaat. Maar het kon de onderzoekers niet veel schelen, zelfs niet als het onderzoek bij Lee blijvende gevolgen zou achterlaten. Hij zou immers niet meer te weten komen wat er met hem was gebeurd, zijn persoonlijkheid zou geheel zijn veranderd na het onderzoek en de daarop volgende ‘ingreep’. Lee Usibah zou niet meer bestaan. Tijdens de scan werden al zijn hersenactiviteiten onderzocht. Er werden op cruciale plekken miniskuul kleine gaatjes in zijn hersenen geboord. De plekken waar Lee zijn hersenen reageerden op prikkels rondom zijn kennis waren goed te zien op de schermen in de ruimte achter de MRI scanner. Via de gaatjes werd vloeistof ingespoten om het geheugendeel te accentueren waarin zijn kennis lag opgeslagen. In de loop der jaren waren de meest gespecialiseerde neurochirurgen er achter gekomen hoe de opslag van data in het menselijk brein was geregeld. Vele decenmia lang was dit een raadsel. Elke vergelijking met computergeheugens ging mank. In feite waren computers kinderspel in vergelijking met hersenen van mensen. Maar professor Vanderhurst uit Chicago, die al jaren in Seoel onderzoek deed, ontdekte uiteindelijk de opslagstructuur van data in het menselijk brein. Als neurochirurg wist hij dat jij voor een enorme doorbraak stond op het gebied van biotechnologie, kennis, kunde en de ingrijpende mogelijkheden die deze kennis bood voor de wereld. Vanderhurst ging heel ver in zijn onderzoek en kreeg in Seoel een baan waarbij hij ‘zijn gang’ kon gaan. Hij wist aanvankelijk niets van de ‘organisatie’, maar was aanvankelijk wel verbaasd hoe makkelijk sterfgevallen door foutjes in het onderzoek werden afgevoerd. Hij hoorde er nooit meer iets van en raakte er zodanig aan gewend dat hij er zelf ook wat oppervlakkig van werd. Mensen waren voor hem contentbronnen, hij kikte op de uitdaging die content eruit te halen. De gevolgen voor de leeg gehaald mens, die eigenlijk daardoor hersendood was, kon hem door zijn fanatisme uiteindelijk niets meer schelen. Al het ‘vuile’ werk werd achter de schermen gedaan. De organisatie zorgde ervoor dat Vanderhurst zo min mogelijke eigen gewetensbezwaren zou ondervinden van zijn handelen. Dat lukte goed.

Toen Lee zijn content was gelokaliseerd, moest het dat deel uit zijn hersenen worden verwijderd. Maar niet voordat dat deel voorzien zou kunnen blijven van de nodige ‘energie’ om in leven te blijven. Dat was vele decennia lang de moeilijkste opdracht. Meestal stierf het stukje al voordat het in geïsoleerde kunsthersenen kon worden geplaatst om verder te functioneren. Die kunsthersenen waren aanvankelijk net zo groot als gewone hersenen, omdat er heel wat technologie nodig was om de content te kunnen uitlezen. Dat lukte in die oude versie slechts enkele keren van de vele honderden keren dat ze het stukje herseninhoud konden ‘aansluiten’ op de kunsthersenen. Vaak stierf een deeltje af, waardoor een deel van de kennis verloren was gegaan. Grote computer liepen dan vast op dwarsverbanden van kennis en was het experiment voor de zoveelste keer waardeloos geworden. Het was alles of niets, dus de operatie om precies het deel geschikte kennis uit de hersenen te halen, was dan ook een operatie van de hoogst mogelijke nauwkeurigheid.

Aanvankelijk mislukten vele operaties omdat men nog niet beschikte over de technieken om de schedel heel te laten en met hele klein boringen de contentdeeltjes te bereiken. Vele honderden mensen lieten aanvankelijk het leven, omdat aanvankelijk de hersenen van de nog levende mens supersnel werden opengemaakt. Binnen tientallen seconden overleed de ‘patiënt’, maar waren de chirurgen wel in staat geweest te bestuderen waar het stukje kennis zich in de hersenen bevond. Uiteindelijk wisten ze een techniek te ontwikkelen, waarmee ze het stukje konden isoleren en met biotechnologie in leven konden houden en dat alles met heel kleine boringen in de hersenen. Aanvankelijk hadden de gaten nog een doorsnede van een centimeter om het stukje geheugen te kunnen verwijderen, maar tegenwoordig lukt het binnen 3 millimeter. Eerst wordt diverse gaatjes geboord van een halve millimeter om alle ‘aansluitingen’ te kunnen maken op de ‘bioleidingen’ die het geheugen in leven houden. Die leidingen zijn lang genoeg om ze uiteindelijk allemaal gebundeld aan het stukje geheugen via het laatste boorgaat levend naar buiten te brengen. Als het stukje verwijderd was en dus functioneerde vanuit de kunsthersenen zou het project geslaagd zijn. Dat mislukte vaak, doodaat de aansluitingen door de kleine gaatjes die door de hersenen van de patiënt liepen uiteindelijk rechtstreeks vanuit de kunsthersenen naar het geheugen moesten. De schedel werd dus volledig gedemonteerd en daarbij raakte vaak één van de bioleidingen beschadigd en stierf het geheugen vrijwel meteen. Ook dat was de afgelopen jaren vele honderden keren gebeurd.

Bij Lee ging alles voorspoedig Er waren vier chirurgen bezig de schedel voorzichtig te verwijderen en de ‘biodraden’ onbeschadigd over te brengen naar de kunsthersenen. Het was slechts een paar keer eerder gelukt. De ‘organisatie’ beschikte inmiddels over hoogwaardige kennis omtrent kernfysica, informatica, psychologie en criminologie. Met Lee zijn kennis op het gebied van politiek en economie, zou inmiddels een aardige hoeveelheid ‘preset knowledge kits’ beschikbaar komen, die ‘aansluitbaar’ zouden zijn op een centrale biochip, die uiteindelijk leren volledig overbodig zou maken. De kopieerbaarheid en beïnvloedbaarheid van de ‘preset knowledge kits’ was nu nog beperkt, maar het overbrengen van kennis van iemand naar de hersenen van een ander zou een enorme doorbraak zijn voor de neurochirurgie. Aanvankelijk werd natuurlijk in vreedzame toepassingen gedacht, bijvoorbeeld het behouden van kennis van iemand die op het punt stond te gaan overlijden. De kennis zou dan in een computer worden gestopt om het vervolgens te kunnen gebruiken op universiteiten. Maar al snel werden minder vreedzame doelen bedacht.

Lee zijn ‘operatie’ lukte op het nippertje, bijna werd één van de biodraadjes beschadigd door een kleine verkeerde beweging, maar het ging net goed. Lee werd afgevoerd, zoals de meesten, die ‘zover’ waren gekomen. Aanvankelijk gingen mensen na een MRI scan nog wel eens levend de deur uit, maar velen waren hun identiteit kwijt doordat er beschadigingen door de te intensieve straling in hun hersenen was opgetreden. In het begin werden die mensen gewoon de straat op gestuurd en je zag zo nooit meer terug.

Maar dat ging een keer fout. Jessy Bakerwill uit Engeland, een specialist op het gebied van sterrenkunde, was haar inhoudelijke kennis volledig kwijtgeraakt. Maar kennelijk was de index naar die kennis niet defect. Haar hersenen werkten dus nog wel zodanig dat ze wist dat ze alles kwijt was, maar verder waren er geen beschadigingen. Aanvankelijk kwam ze terecht in een depressie, omdat ze gefrustreerd was dat ze haar geheugen – alleen op dat gebied kwijt was. Maar ze wist wel dat ze had gestudeerd, had gewerkt in dat vakgebied en ook kende ze nog de namen van de mensen met wie ze had gewerkt. Na de operatie in Seoel stond ook zij op straat en dacht de ‘organisatie’ haar nooit meer te zien. Maar dat liep anders. Na twee jaar stond ze – na een enorme zware psychiatrische behandeling – samen met twee van haar specialisten op de stoep van het onopvallende gebouw. Ze wist dat ze nooit meer op haar niveau zou kunnen werken, maar wilde een einde maken aan deze praktijken. Aanvankelijk wilde niemand haar verhaal geloven, maar twee van haar behandelende artsen uit de kliniek wilden haar wel begeleiden naar de kliniek waar zij een paar jaar geleden uit vrije wil meewerkte aan het onderzoek.

Iedereen die meedeed, ondertekende een soort vrijwaringsbewijs, zodat claimes niet mogelijk zouden zijn. Die ondertekening vond eigenlijk altidj net plaats vlak voordat iemand volledig bedwelmd was. Vaak vage handtekeningen, maar goed genoeg om zogenaamd geldig te zijn. Ook Jessy had dat gedaan en kon zich het moment nog herinneren. Haar hersenen waren uitzonderlijk goed gegroepeerd in verschillende geheugensegmenten, dat viel tijdens haar behandeling op, maar de content was in bepaalde gevallen ook niet volledig te isoleren, dat wekte verwarring.

Toen ze aanbelden bij het onopvallende gebouw werd er gewoon opengedaan door een soort portier, die beleefd vroeg waar men voor kwam. Een beetje aarzelend begon Jessy te vragen naar de MRI onderzoeksruimte. De man die in de deuropening stond fronste zijn wenkbrauwen en zei: ‘U moet zich vergissen, dit is een bejaardentehuis voor demente mensen, we zitten hier al 22 jaar.’

De twee artsen die Jessy begeleidden hadden altijd al twijfels gehad bij haar verhaal, maar omdat ze zo aandrong, besloten ze haar het voordeel van de twijfel te geven en reisden vanaf London mee naar Seoel. De deur ging dicht, maar daarachter vond meteen koortsachtig overleg plaats. Er werd snel een besluit genomen vanuit de ‘organisatie’. ‘Volg deze mensen op hun terugreis naar London en elimineer haar op zorgvuldige wijze, met haar begeliders hoef je niets te doen’. Dat was de opdracht die Philip Krendel kreeg. Twee dagen later zat hij in het vleigtuig naar London. Drei rijen voor hem zaten Jessy en haar begeleiders, ze waren allemaal teleurgesteld en zeiden de reis weinig tegen elkaar.

Posted in hoofdstuk | Leave a comment

21.

Patrick deed in Washington veel on-line onderzoek naar de gehele reeks mensen die bij het gebouw van de ‘organisatie’ waren gefotografeerd. Na dagenlang onderzoek bleken alle mensen digitaal met elkaar verbonden te zijn via een intern netwerk van de ‘organisatie’. Dat was op zichzelf nog niet zo heel bijzonder, maar bij nader onderzoek bleken er duizenden mensen wereldwijd in het systeem te zijn opgeslagen. Patrick onderzocht elke naam en vele tientallen kwamen overeen met de namen die Chrystel had geïnterviewed. En dat was opvallend.

Van alle mensen was heel veel bekend, schermen vol met informatie waren er te vinden. Vooral het gedrag werd in kaart gebracht. Ook de lijst met vragen en antwoorden maakten deel uit van de gegevens van alle mensen die Chrystel had gesproken.

Patrick had in Washington via zijn journalistieke netwerk toegang gekregen tot een aantal hackers die tegen betaling digitale netwerken binnen wisten te komen van overheden, grote bedrijven en soms zelf terreur organisaties. Patrick was heel zorgvuldig te werk gegaan bij het kiezen van een hacker waarmee hij zou gaan samenwerken. Hij had de redactie in San Fransisco gevraag om toestemming de hacker tegen een riant salaris tijdelijk in dienst te nemen. Aanvankelijk protesteerde de hoofdredacteur, omdat het niet te maken zou hebben met de verslaggeving voor de komende verkiezingen. Nadat Patrick slechts ten dele vertelede wat er gaande was en welke invloed dit zou kunnen hebben op de verkiezingen, kreeg hij toestemming om de hacker tijdelijk in dienst te nemen. De 20 jarige jongen was blij met het tijdelijke contract. Hij studeerde informatica en kon wel wat extra geld gebruiken om zijn studie te betalen. Voor het geld welke hij maandelijks betaald zou krijgen moest hij 24 uur per dag ter beschikking zijn. ‘Geen probleem’, had hij met een glimlach op zijn gezicht gezegd. ‘Ik slaap slechts 5 uur per etmaal, en dat kan ik op elk mogelijk moment van de dag of nacht doen.’

Hij had al heel veel werk verzet en vertelede Patrick dat in een paar jaar tijd iedereen in netwerken zou zijn opgelsagen, gewild of niet. Er zou een levendige handel gaan ontstaan in profielen en identiteiten van mensen, zonder dat men zich daarvan bewust zal zijn. Patrick keek de jongen vol ongeloof aan. ‘Zo een vaart zal het toch niet lopen’, wist Patrick nog uit te brengen. Maar na een maand samenwerking was Patrick zijn ongeloof omgeslagen in verbazing. Meer dan hij zich kon voorstellen bleken vele organisaties bezig te zijn met het opslaan, verwerken en manipuleren van informatie over mensen in organisaties, bij overheden en bedrijven.

Hij besloot zichzelf op te zoeken en was geschokt over hetgeen over hem te vinden was in toen nog min of meer gesloten netwerken. Hij was geschokt.

Pas een paar jaar later zouden zogenaamde ‘leuke’ netwerken de openbaarheid bereiken, waar mensen zelfs vrijwillig hun identiteit zouden afstaan in ruil voor veel gratis functionaliteit. Google, LinkedIn, Facebook, MySpace en later ook Twitter waren slechts voorbeelden van openbare netwerken, waarvan de onderliggende gegevens niet alleen goed waren voor vele miljaren dollars illegaal economisch verkeer, maar tevens een bron van informatie voor terroristen, legers, overheden en wereldomvattende bedrijven die meer macht hadden dan de overheden van verschillende werelddelen bij elkaar.

De inhoud van de WikiLeaks netwerken zouden pas eind 2010 echt bekend worden en de wereldorde kunnen verstoren. Velen deden hopeloze pogingen hun ‘vuile was’ binnen te houden, maar de kracht van het medium bleek te groot. De burger kreeg eindelijk inzicht in de wijze waarop overheden en grote wereldwijde ondernemingen en banken en verzekeringsmaatschappijen functioneerden.

Patrick informeerde Eduard en Chrystel omtrent zijn zoekresultaten, ook zij waren geschikt, want ook over hen stond al heel veel in diverse gesloten netwerken. Patrick zou in een aantal mails wat screendumps sturen. Eduard en Chrystel konden hun ogen niet geloven. Minitieus waren details over hun levensloop te zien in diverse nog geheime documenten. ‘Ze’ wisten eigenlijk zoveel dat Chrystel zich afvroeg hoe dat allemaal mogelijk was.

Inmiddels waren de voorbereidingen voor het vervolg van hun reius in volle gang. Chrystel zou als eerste vertrekken naar Islamabad. Haar vlucht zou de volgende middag om 14:30 vertrekken. Eduard zou nog een extra dag in Tel Aviv blijven. Chrystel besloot met de tax naar de luchthaven te gaan. ‘We moeten geen argwaan wekken, door in elkaars aanwezigheid op de luchthaven te zijn. Na al hetgeen we nu weten, zullen we nog voorzichtiger moeten zijn.’ Eduard stemde daarmee in en had een dag de tijd om een plan uit te werken voor de komende dagen of misschien wel weken.

‘Doe voorzichtig’, had Eduard als laatste woorden gezegd bij het vertrek van Chrystel richting de luchthaven. Eduard ging terug naar zijn kamer. Hij ging zitten en dacht na over al hetgeen Patrick had gedaan. Hij vroeg zich af hoe hij zijn digitale identiteit kon verwijderen in het netwerk van…. Hij wist toen nog niet dat de ‘organisatie’ het grootste deel van alle geheime netwerken in de wereld bezat en dus dat hij door zijn betrokkenheid ook al in de systemen was ‘opgenomen’. Later die avind blde hij Patrick en vroeg of de gegevens te bewerken waren. ‘We kijken naar die mogelijkheid, maar tot nu toe hebben we alleen toegang om dingen te lezen en we zijn er niet zeker van of onze ‘bewegingen’ in die netwerken niet geveolgd worden. We verplaatsten ons regelmatig en gebruiken steeds andere computers en internet aansluitingen om moeilijk traceerbaar te zijn. Te lang op één plek zou ons verraden via ons IP adres.’ ‘Als er een manier zou zijn om de digitale identiteit te bewerken, dan zouden we ‘ze’ te slim af kunnen zijn, dan kunnen we verwarring aanbrengen in de systemen en dan zouden ‘ze’ niet meer weten wat de werkelijk waarde van hun gegevens zou zijn.’ Patrick zei samen met de hacker zijn best te gaan doen verder het systeem in te komen, maar kon niets beloven. ‘Doe voorzichtig Eduard, je weet nu dat er nog veel meer op het spel staat, nu we dit allemaal weten. Het is veel groter dan we ooit hadden kunnen vermoeden. Ik ga erste de mogelijke links tussen deze netwerken en de ‘organisatie’ proberen te vinden, daarna graven we verder.’ De verbinding werd verbroken, Eduard zuchtte en wilde eigenlijk zijn gedachten even verzetten. Hij liep naar buiten en wilde genieten van het mooie weer, maar kon zich moeilijk ontspannen. Hij ging op het terras van het hotel zitten en bestelde wat te drinken. Inmiddels zou Chrystel in het vliegtuig richting Islamabad zitten. Hij miste haar, maar wist niet op welke manier. Hij vond Chrystel een aantrekkelijk vrouw, maar die gedachten werden onderdrukte door de missie waar ze mee bezig waren. Hij naam een slok bier en dacht aan al hetgeen ‘ze’ over hem wisten. Dat ergerde hem en hij zou een methode vinden om niet alleen alle netwerken te openbaren, maar ze zelfs te manipuleren. Hij zat op een wereldwijde virtuele bom, mar hij wist het nog niet.

Later die avond belde hij met de hoofdredacteur. ‘De directie is woedend Eduard, jullie vertrek naar Pakistan wordt hoog opgenomen, maar ik vermoed dat ze geen maatregelen gaan nemen. Zoel jij als Chrystel hebben een goede naam binnen NRC en dus staan ze jullie actie oogluikend toe. Ik zorg voorzover mogelijk voor het behoud van rust richting Edith, politie en Interpol. John helpt me daar prima bij.’ Eduard was blij dat John zijn draai had gevonden en op afstand zijn bijdrage kon leveren.

Na een paar biertjes bestelde Eduard nog wat te eten. Hij zou vroeg gaan slapen, zijn vliegtuig zou de volgend eochtend om 11:30 vertrekken.

Posted in hoofdstuk | Leave a comment

20.

De ‘organisatie’ nam de ‘lek’ van Chrystel en John hoog op. Glenn had de nacht voor zijn ‘verhoor’ bij de organisatie slecht geslapen. Bij aankomst in het gebouw stonden andere mannen dan gebruikelijk hem op te wachten. Ze zeiden niets en liepen aan weerzijden van Glenn naar de lift. Glenn voelde dat dit een slecht voorteken was. Ze stopten op een voor hem ongebruikelijke etage en brachten Glenn naar een kleine kamer. Daar zaten wederom voor hem twee onbkende mannen. ‘Ga zitten, wil je kofiie?’ werd vriendelijk gevraagd. Glenn stemde in met koffie, alhoewel hij wist dat hij waarschijnlijk geen slok naar binnen zou krijgen.

‘Jammer dat de spanningen rondom Chrystel en John zover zijn opgelopen’, was de openingszin van het gesprek, welke niet lang zou duren. ‘Je moet met vakantie Glenn, dat zal je goed doen, daarna zien we wel weer verder, denk je ook niet?’ Glenn wist dat hij geen keuze had en zei met onzekere stem: ‘Waar gaat de reis naar toe?’ ‘Je gaat een weekje naar Moskou naar een eerste klas kuuroord, je zult er als herboren van terug komen. Je vertrekt vanmiddag.’ ‘Vanmiddag al, maar dat kan helemaal niet.’ ‘Je spullen worden nu thuis gepakt, je vertrekt straks naar de luchthaven, je krijgt begeleiding tot aan de gate en in Moskou word je opgehaald, allemaal erste klas service voor onze gewaardeerde medewerkers die een weekje extra vakantie nodig hebben.’

De mannen stonden op en staken hun hand uit om Glenn een goede reis te wensen. Glenn speelde het spel mee en gaf beide mannen een hand zonder ze aan te kijken. De twee anderen liepen mee naar zijn auto, gingen achterin zitten, zeiden niets. Glenn wist dat hij naar huis moest rijden, elke andere poging om te ontsnappen zou hem fataal worden. Thuis aangekomen stonden zijn koffers al klaar, er was niemand te bekennen. De mannen gebaarden hem de koffers te pakken. Glenn keek bij het op lsot doen van de deur achterom, hij dacht dat hij hier nooit meer zou terugkomen. Onderweg naar de luchthaven werd niets gezegd. Bij de vertrekhal werd hij opgewacht door twee andere mannen, de eerste twee haalden de koffers uit de auto en Glenn zag zijn auto met de twee mannen verdwijnen. ‘Moeten we u even helpen?’, vroeg één van de mannen. Niet wachtend op het antwoord pakten ze de koffers en liepen naar de incheckbalie. De vlucht naar Moskou zou rechtstreeks zijn. Hij kreeg zelfs businessclass tickets aangeboden en de verzorging aan boord zou perfect zijn. De mannen liepen mee tot vlakbij de paspoortcontrole en zeiden: ‘Goede reis’. Glenn reageerde niet meer en liep de vertrekhal in, niet wetende dat elke stap in de vertrekhal werd gemonitord. Hij dacht nog aan de mogelijkheid vrienden of familie te bellen, maar hij had inmiddels met niemand een zodanige band meer, dat ze hem zouden komen redden. Zijn verhaal zou niet worden geloofd, niemand zou zijn auto instappen. Hij was alleen en voelde zich eenzaam, ging op een bankje zitten en kon zijn tranen maar net bedwingen. Wat was zijn leven een puinhoop geworden. Hij zou over een uur vertrekken naar Moskou, had geen enkele controle meer over zijn eigen doen en laten. Hij was verlamd, hij had zelfs de energie niet meer om een krant of tijdschrift te kopen. Zijn handbagage was ook al thuis ingepakt, hij nam niet de moeite om erin te kijken. Bij de handbagagecontrole brak het zweet hem uit. ‘Heeft u alles zelf ingepakt en heeft niemand onderweg naar de luchtthaven of op de luchthaven de kans gehad iets toe te voegen aan de inhoud?’. Dat was de standaardvraag waarop Glenn vele jaren met zekerheid ontkennend op kon antwoorden. Nu niet, hij leek te aarzelen. Meteen werd hij apart genomen en werd zijn tas minitieus gecontroleerd. Hij zweette en keek angstig om zich heen. Dit zou de genadeslag worden, dacht hij. Na een paar minuten zei de controleur kortaf: ‘In orde, gaat het wel goed met u meneer, heeft u soms vliegangst?’ Glenn knikte, kon niets zeggen en ging snel zitten. Op het computersysteem werd een aantekening bij zijn naam gezet: ‘Licht verdacht gedrag op stoel 5A.’

Bij de ‘organisatie’ zagen ze op één van de vele schermen in het controle centrum de melding binnenkomen en besloten niets te doen, dit was gegeven de omstandigheden waarin Glenn verkeerde een redelijk normale reactie. Inmiddels werd hard gewerkt aan het verwijderen van Glenn Michelson in alle mogelijke databases van overheden, bedrijven, winkels, scholen, universiteiten,creditcard maatschappijen, verzekeringen, ziekenhuizen en tandartsen en alle mogelijke andere organisaties waar hij ooit zijn identiteit had achtergelaten. Glenn Michelson zou bij terugkomst in de Verenigde Staten niet meer bestaan. Vele jaren later zou Chrystel hem bij toeval ontmoeten in een achterbuurt van Parijs. En alleen zij wist wat er met hem gebeurd was, maar voor Glenn was het toen te laat, of misschien toch niet?

In Moskou aangekomen werd hij wederom ‘vriendelijk’ begeleid. De reis was goed verlopen, gelukkig sliep hij het grootste deel van de reis, waardoor hij gek genoeg uitgerust aankwam. Hij was wat meer alert en lette goed op zijn omgeving. Eenmaal buiten de luchthaven met zijn bagage en begeleiders werd hij naar de auto gebracht die hem naar het kuuroord zou brengen. Het kuuroord bleek buiten de stad te liggen in een fraaie bosrijke omgeving, vrijwel afgelsoten van de buitenwereld. Bij binnenkomst kreeg hij het gevoel van een ziekenhuis. Iedereen was gekleed in witte jassen, niet bepaald het beeld van een kuuroord, waar mensen lekker vrij rondlopen, sauna’s bezoeken, zwemmen of onder de zonnebank liggen.

‘Welkom meneer Michelson, we zullen ervoor zorgen dat uw verblijf hier zo aangenaam mogelijk zal verlopen. We zullen u zo naar uw kamer brengen.’ Geen grote receptie, geen incheckbalie, het was allemaal vreemd, het had bepaald niet het imago van een hotel met focus op een wellness centrum. Het had veel weg van een privékliniek. Gleen kon niets doen, hij was in ‘the middle of nowhere’, ontsnappen zou geen nut hebben, waar most hij heen. Zijn gedachten werden onderbroken. ‘Loopt u mee, ik zal u naar uw kamer begeleiden’, zei een aardige vrouw met een glimlach op haar gezicht. Ze liep voor hem uit, zijn koffers waren nergens meer te bekennen. De kamer was sober ingericht, het hield het midden tussen een eersteklas ziekenhuiskamer en een nette hotelkamer zonder al teveel luxe. ‘Waar zijn mijn koffers?’ vroeg Glenn. ‘Wij zorgen hier voor alles meneer, u zult snel merken dat u uw eigen dingen uit uw vorige leven niet meer nodig zult hebben, hier wordt u een nieuw mens.’ Die uitspraak triggerde Glenn enorm. Maar nog voordat hij iets kon zeggen was de vrouw verdwenen en draaide de deur op slot. Glenn ging zitten, staarde voor zich uit en dacht na over de laatste zin die de vrouw sprak.

Na nog geen tien minuten ging de deur weer open. ‘Uw welkomstdrankje meneer, het is een lokaal recept, al onze gasten waarderen dit altijd bij aankomst in ons kuuroord, we hopen dat ook u onze gift waardeert.’ Glenn pakte het drankje aan en zie ‘Dank, dat waardeer ik’ en zette het op het dichtstbijzijnde tafeltje. Voor het ‘hotel’ altijd een spannend moment om de ‘gast’ al op dat moment argwaam zou hebben. De eerste test was het op slot doen van de deur. Sommige gasten beginnen meteen tegen de deur te schoppen en te schreeuwen. Die krijgen dan een injectie en worden vastgebonden op bed, totdat ze geopereerd worden.

Glenn wist beter, ondanks het feit dat hij zich realiseerde dat hij in een val zat. Welke val, dat wist hij nog niet. Toch was hij inmiddels weer alert en liet daarom bewust zijn drankje staan. De vrouw zei nog ‘Op uw gezondheid’ en verliet de kamer, dit keer zonder de deur te sluiten. Glenn dacht na, pakte het drankje op en rook eraan. Op zichzelf rook hij wodka, zou normaal niets mis mee zijn, maar hij vermoedde dat er iets extra’s in zou zitten. Onderzoeken kon hij het niet. Hij proefde een druppel vanaf zijn vinger. Dat leverde natuurlijk geen verdenking op en misschien was het drankje wel helemaal niet ‘bewerkt’. Hij besloot het weg te spoelen, hetgeen in de registratiekamer werd gezien.

Posted in hoofdstuk | Leave a comment

19.

Al vroeg stond de taxi met Eduard voor de deur van Chrystel. Ze stond al te wachten, stapte snel in, voor de korte rit naar Schiphol. Ze was nerveus zoals ze nog nooit geweest was. Het ging om Frank, niet om een één of ander interview bij een groot industrieel bedrijf. Voor het eerst ging het haar om een mens in gevaar in een bepaald niet ongevaarlijk gebied. Ze wilde geen journalistieke loopbaan in oorlogsgebieden, ze had het haar moeder vele jaren geleden beloofd. Voor het vertrek had ze haar vader gebeld en een heel klein beetje verteld van hetgeen ze ging doen. Hij begreep dat hij ook nu weer niet teveel moest vragen en zei alleen: ‘Kind, pas goed op jezelf, bel me zodra het mogelijk is.’ Het gesprek werd snel beëindigd, beiden begrepen dat langer doorpraten in dit stadium geen nut had.

Lange tijd zei Chrystel niets onderweg en Eduard begreep goed dat hij het beste hetzelfde kon doen. Vlakbij Schiphol zei ze: ‘Ik ben benieuwd of we überhaupt wegkomen en of we Pakistan wel in kunnen komen’. Ze was zichtbaar onzeker, een eigenschap die mensen bij Chrystel niet snel zouden ontdekken. Eduard stelde haar op haar gemak en zei: ‘We reizen als journalisten, ondanks het feit dat we ons ticket privé hebben betaald, tonen we onze perskaarten en zeggen dat we onderzoeksjournalisten zijn, die in Pakistan onderzoek gaan doen naar de wijze waarop dat land en India op economisch gebeid zoveel voouitgang boeken. Ik heb de nodige achtergrond informatie verzameld om het ook nog ens geloofwaardig over te laten komen.’ Eduard pakte een enorme stapel papier en liet globaal zijn stukje schaduw research zien van het project waarmee zij zonder al teveel problemen het land in zouden komen. Het was immers positief te nemen dat de westerse wereld zo geïnteresseerd was in de economische groei van Pakistan. Chrystel was verbaasd en vroeg: ‘Wanneer heb je dat allemaal gedaan?’ ‘Afgelopen nacht’, antwoordde hij luchtigjes met een kleine glimlach. Dat was net wat Chrystel nodig had, ze lachtte ook weer even en zei: ‘Je bent geweldig, de hele nacht kon ik alleen maar in probelemen denken en jij hebt dus gewoon maar even de hele nacht doorgetrokken om met oplossingen te komen.’ Ze schaamde zich dat zij niet in staat was geweest hetzlefde te doen. Ze was doodmoe, het raakte haar emotioneel, Frank was een fijne collega en ze zou niet willen dat juist hem iets zou overkomen in Afghanistan.

Op Schiphol kwam Chrystel weer in haar normale vorm en hoopte op een reis zonder veel complicaties. De douane procedures verliepen probleemloss en al snel zaten ze bij de gate te wachten op hun vlucht, die hen beiden eerst naar Tel Aviv zou brengen, om de vlucht naar Pakistan lastiger traceerbaar te maken. Vanaf Tel Aviv zouden beiden een aparte vlucht nemen naar Islamabad. Chrystel zou een dag eerder aankomen en dus een auto en hotel regelen. Eduard had wegenkaarten voor hen beiden meegenomen en een navigatie systeem met de meeste actuele chip van Pakistan. De chip voor Afghanisatan was niet actueel, maar liet zelfs in die versie slechts een paar grote doorgaande wegen zien. Ze zouden naar alle waarschijnlijkheid hun routes vanaf kaarten moeten uitstippelen.

Vanaf het NRC intranet had Crystel nog alle mogelijke adressen weten op te vragen van journalistieke organisaties in beide landen en het adres van de Nederlandse ambassade in Islamabad. Dat was wel het minste wat zij kon doen. Met gepaste bescheidenheid en een zuinige glimlach overhandigde ze een copy van die eggevens aan Eduard. Hij lachtte en zei: ‘Daar had ik nou weer niet aan gedacht, dank je.’ De vlucht naar Tel Aviv verliep probleemloos. Bij aankomst op Ben Gurion natuurlijk wel de gebruikelijke ocntroles en uitgebreide vragen, maar na een paar uur stonden ze buiten in de brandende zon van de stad. Ze namen een taxi naar het centrum en vroegen de chauffeur naar een goed hotel. Het was opvallend rustig in de stad.
De chauffeur bracht ze naar Hotel Dan aan de kust, een niet al te groot hotel, maar wel voorzien van alle luxe die je je als tourist zou willen veroorloven tijdens een weekje vakantie. Chrystel dacht even aan het woord vakantie. Wat zou ze daar een enorme behoefte aan hebben en even kwam het in haar op om gewoon een paar dagen uit te rusten. Maar de gedachten aan Frank ontwaakte haar.

Na het eten besloten ze op zoek te gaan naar een internet café ergens in een straatje achteraf. In het hotel zouden waarschijnlijk lofiles worden bijgehouden en zou de combinatie tussen gastnaam, hotelkamer en het internetgebruik gemakkelijk gekoppeld kunnen worden. De kans dat bowse gedrag in een klein internet café opgelsagen zou worden, zou aanzienlijk kleiner zijn. Deuard was iets meer op de hoogte van het gevaar van het gebruik van internet dab Chrystel, maar via webmail zou niemand vermoeden dat ze hun mail zouden hebben gechecked vanuit Tel Aviv. Ze hadden samen met Patrick en John nieuwe e-mail adressen genomen om elk spoor zoveel mogelijk te wissen. In de adressen zouden ook niet hun namen voorkomen. Chrystel had als adres sefraaf1@hotmail.com gekozen, hetgeen stond voor ‘search frank afghanistan’. De anderen hadden die basis overgenomen met de cijfers 2,3 en 4.

Patrick had meer onderzoek gedaan naar alle extra mensen die op regelmatige basis samenkwamen in het gebouw van de ‘organisatie’ Dat gebeurde steeds regelmatiger en Patrick kreeg inmiddels meer foto’s te verwerken dan hem lief was. Er begon zich een beeld af te tekenen van de samenstelling van de groep en waarmee ze naar alle waarschijnlijkheid bezig waren. In de medisch hoek was het opvallend dat verreweg de meeste specilisten kwamen uit het segment van de hersenchirurgie. En daarnaast was het aantal mensen met kennis en kunde van microchips vooral vanuit de telecomhoek erg hoog. Er begon zich een beeld af te tekenen, maar wat de exacte samenhang was kon Patrick nog niet vermoeden. Hij mailde was basisgegevens naar het nieuwe e-mail adres, maar liet namen achterwege, omdat hij Microsft niet vertrouwde voor wat betreft het tracken en tracen van e-mail. Hij had wel eens geruchten vernomen dat Microsoft van de overheid een database had gekregen met namen, die als filters op e-mail inhouden gezet moesten worden. Elke e-mail met een naam die voorkwam in die database zou moeten worden doorgestuurd naar de overheid. Sindsdien hadden vele uitgevers een eigen geheime lijst met gecodeerde afkortingen, die voor de overheid niet te traceren zouden zijn, maar waar de uitgevers en journalisten met speciale encryptiesoftware de echte namen uit konden halen.

Chrystel had Edith beloofd haar op de hoogte te houden. Edith kreeg nummer 5 als nieuw e-mail adres. Chrystel had haar gevraagd dat adres alleen te gebruiken vanaf een niet te traceren lokatie, dus zeker net vanaf huis. Edith kon gelukkig redelijk goed met computers omgaan, dus ze begreep de noodzaak en zou zelf wel in staat zijn het e-mail adres op integere wijze alleen daar te gebruiken, waar ze geen sporen zou achterlaten. Ze spraken allemaal af alleen webmail te gebruiken en steeds de gegevens volledig te wissen. Chrystel berichtte Edith dat ze onderweg waren en dat de reis goed was verlopen en dat ze snel aan de slag zouden gaan. Ze liet de tussenstop in tel Aviv achterwege. Ze kon nog niet inschatten of Interpol of de NRC directie haar zouden gaan ondervragen en dat ze wellicht onder druk onze tussenstop zou noemen.

De directie kwam er ondertussen achter dat de twee al weg waren. Het gebeurde wel vaker dat journalisten op eigen initiatief het vliegtuig namen, zonder dat de directie het wist. Veelal werd dat oogluikend toegestaan omdat ook de directie wel wist dat een goed verhaal heel wat waard was. Het autonoom optreden van journalisten hoorde bij dat spel. De hoofdredacteur zat er tussenin en moest voortdurend mnouvreren tussen de wil van de directie en anderzijds het speurneus instinct van zijn ploeg journalisten. Eduard had hem globaal verteld wat er aan de hand was. Een stukje non-verbale communicatie was genoeg geweest, de twee lachtten en schudden elkaar de hand. ‘Goede reis, kom heel terug’, had de hoofdredacteur gezegd.

Posted in hoofdstuk | Leave a comment

18.

Frank was de eerstvolgende zorg van Chrystel en Eduard. Eduard had de hele stapel aantekeningen van Chrystel doorgenomen, de mensen achter de foto’s van Patrick bestudeerd en de route van Frank minitieus uitgeplozen.

‘We hebben alle ruimte van de directie’, was de eerste zin die Eduard Chrystel toewierp toen ze zijn kantoor binnenkwam. ‘John mag meehelpen, we gebruiken daar het speciale calamiteiten potje voor, daar zit genoeg geld in om hem voorlopig te kunnen betalen, zodat hij hier in een envoudige hotelletje kan verblijven.’ Chrystel ging zitten, voelde zich nu aan het begin van de dag al moe. ‘Ik zit met Frank in mijn maag, Edith geeft ons het voordeel van de twijfel, maar we moeten wat gaan doen om Frank op te sporen.’ Chrystel had de hele nacht liggen woelen in bed en probeerde een passend plan te bednken om Frank op te sporen en terug te halen naar Nederland. Maar er waren veel teveel vragen. Het zou niet en kwestie zijn van een vliegtuig nemen, Frank even opsporen en met het volgende vliegtuig terug te keren. Bovendien behoorde Afghanistan tot een risico gebied, waarvan de NRC directie had gezegd, daar geen mensen heen te willen sturen.

Afghanistan is voor veel journalisten een ongrijpbaar land. Vel onderzoeksjournalisten willen er dolgraag verslag over doen, maar velen vonden er de dood, nadat blek dat ze wel al teveel infromatie mee naar huis wilden nemen. Het land is omgeven met geheimzinnigheid, waar grote legers niet uithalen, tegen betrekkelijk kleine groepjes goed georganiseerde terroristen. Dat is de naam die de westerse wereld heeft gegeven aan deze groeperingen. De oorlog die wordt gevoerd gaat niet meer om het verkrijgen van ht land, maar om het uitschakelen van bewegingen. Legers zijn daarvoor net meer het geschikte middel. Doodschieten van mensen is zinloos, de structuur van het verspreiden van boodschappen is met de komst van internet zodanig veranderd, dat alles gedeeld kan worden in minitieuze stukjes. Het internet koppelt al die stukjes aan elkaar en slechts weinigen weten de toegang tot bepaalde delen om stukjes aan elkaar te koppelen. Er is niet meer één vijand, zoals legers die nog kenden uit vergane oorlogen.

Eduard zag aan mij dat ik me zorgen maakte en ging zitten en zuchtte. ‘We mogen niet naar Afghanistan van de directie, teveel risico.’ Eduard had er moeite eem om dat tegen Chrystel te zeggen, ze zou woedend worden en meteen naar de directie stappen. Snel vervolgde Eduard: ‘We mogen wel naar Pakistan, van daaruit kunnen we misschien wat doen. Ik heb erop aangedrongen bij de directie dat we Frank in veiligheid moeten stellen. Daar waren ze het mee eens. Maar ze willen ook Interpol inschakelen. Ik heb gevraagd dat nu nog niet te doen, omdat ik eert met jou wilde overleggen. Ze willen vanmiddag antwoord.’ Chrystel dacht na. ‘Veel keuze hebben we niet, of NRC gaat naar Interpol, of Edith belt de politie. Als wij snel kunnen vertrekken, kan Interpol niet veel doen. John blijft hier en moet zich kalm houden. We lichten Patrick in, regelen de tickets nu al – dat doen we privé – en vertrekken morgen. We geven de directie pas om 5 uur vanmiddag ons antwoord.’

Eduard zweeg en keek vol bewondering naar Chrystel. ‘Wat gaan we daar doen?’, vroeg hij uiteindelijk. ‘Daarvoor hebben we tijd genoeg in het vliegtuig, ik overweeg een open tickt, zodat we een tussenlanding kunnen maken om meer tijd te winnen, alvorens we doorvliegen naar Pakistan. Er is veel werk te verzetten Eduard, dit wordt niet eenvoudig en we moeten ook nog eens oppassen voor de ‘organisatie’. Daar had Eduard ook al aan gedacht en overhandigde Chrystel een nieuw mobieltje. Ook John zou en nieuw exemplaar krijgen. De eenvoudigste pre-paid die er is, we hebben drie nieuwe nummers, hetgeen het traceren voor de ‘organisatie’ vrijwel onmogelijk zou maken.

Chrystel regelde de tickets bij een lokaal reisbureau, er waren geen negatieve reis adviezen voor Pakistan. De reis zou de volgende ochtend om 12:00 uur plaatsvinden, wel wat laat, maar waarschijnlijk vroeg genoeg om aan de ondervragingen van Interpol te ontkomen. Ik betaalde cash om eventueel traceren van mijn zakelijke creditcard te voorkomen. Eduard ging aan het einde van de middag naar de directiekamer en ded verslag van hetgen hij met Chrystel had besproken. Ze hadden afgesproken dat wanneer de dierctie zou zorgen voor tickets, dat ze dat gewoon door zouden laten gaan, om geen argwaan te wekken. Eduard was geen uitzondering om de directie jounalistiek en dus inhoudelijk niet al teveel te vertellen. Dat waren gescheiden kampen. De journalsiten vormden met de redacties een belangrijke concentratie van macht. De dirctie zorgde voor de geldstromen en bemoeide zich dus vooral met advertentie inkomsten, ontwikkelingen rondom nieuwe media en meer van dat soort zaken, die doorgaans ver af stonden van de dagelijks druk doende journalisten.

De directie wist eigenlijk niet veel en zo op het einde van de dag Interpol bellen mt alleen verhalen dat een journalist mogelijk in Afghanistan in gevaar is, zou niet meteen alle bellen doen rinkelen. Er was nog neits van op TV verschenen, dus ook de directie had ondanks het onaangename gevoel dat Frank was verdwenen niet al teveel haast. ‘We bellen Interpol morgen en daarna zorgen we voor jullie tickets.’ Eduard knikte en liep het kantoor van de directie uit. Hij had niet veel op met zijn grote bazen, ze waren veelal vertragende factoren in het doorgaans veel snellere journalistieke wereldje. Hij vetrok snel naar huis om zijn koffer te bellen en stemde met Chrystel het tijdstip van vertrek af. John had instructies gekregen om zoveel mogelijk te weten te komen over de ‘organisatie’, Patrick zou worden ingelicht en zij zouden samenwerken in de tijd dat hij en Chrystel op reis waren.

Aan het begin van de avond voor vetrek had Chrystel gebeld met Patrick. Hij maakte zich zorgen en was al helemaal niet blij met haar reis naar Pakistan, maar begreep wel dat zij iets moest doen om Frank te traceren. Ook de betrokkenheid van Interpol stemde hem niet blij. ‘Ik ben steeds op zoek naar hetgeen de combinatie van grote consumentenbedrijven, ICT bedrijven en de medische branche met elkaar moeten. Ik kom er maar niet achter’, zei Patrick om maar weer even het gesprek terug te brengen naar de inhoud waar het uiteindelijk om ging. ‘De samenstelling van de ‘organisatie’ begrijp ik nog steeds niet, laat staan wat ze doen.’ Patrick vertelde dat de groep mensen die op regelmatige basis in het vreemde gebouw bijeenkomen groter is geworden. ‘Ik heb nog minstens 10 foto’s van topmensen van bedrijven die normaal gesproken niets met elkaar te maken zouden hebben. Maar het is opvallend dat steeds de combinatie van hele grote consumentenbedrijven – dus energiebedrijven, verzekeringsmaatschappijen, banken, oliemaatschappijen en telecombedrijven – grote ICT bedrijven en diverse medische organisaties de kern vormen van een merkwaardige drie-eenheid.

Chrystel was jeel dankbaar voor al het werk welke Patrick deed en vroeg naar zijn activiteiten rondom de komende verkiezingen. ‘Die gaan prima, ik lever genoeg aan om de kranten in het Westen tevreden te houden, maar eerlijk gezegd ben ik er in mijn hoofd nauwelijks mee bezig. Ik zoek naar stukjes van deze puzzel Chrystel. Het is begonnen met het avondje in de Gold Dust in San Fran, met die vrouw met dat merkwaardige telefoon toestel en dat congres van Google. Er zijn zoveel dingen gebeurd, waarvan heel veel losse eindjes structuurloos door elkaar heen lopen.’

Chrystel genoot altijd van de stem van Patrick, ze kon er vandaag bijna in wegdromen. Waarom was alles zo complex geworden? Wat een hopeloze toestand eigenlijk. Ze droomde weg in de gedachten dat ze met Patrick in San Francisco zou wonen, een gelukkig leven zou leiden, een gewone baan zou hebben zonder al teveel drukte. Maar dat was niet de waarheid van vandaag, ze herstelde zich snel en zei: ‘Ik moet nu ophangen, we houden contact.’ Patrick kon nog net zeggen: ‘Je wordt slordig, ik zie net je nieuwe mobiele nummer, dat had je wel even mogen zeggen.’ Chrystel moest lachen en zei: ‘Je bent lief.’, ze hing op. Het was al laat, ze zou haar koffers nog pakken, maar besloot dat vroeg in de ochtend te doen. Ze viel snel in slaap en droomde van een fijn leven met Patrick.

Posted in hoofdstuk | Leave a comment

17.

Edith begreep niets van de verblijplaats van Frank. Ze was weliswaar opgelucht dat hij nog leefde, maar was daarnaast volledig in paniek. Wat moet hij daar? Waarom heeft hij niets van zich laten horen? Hoe krijgen we hem hier terug? De opluchting dat Edith nu wist waar hij was, was van korte duur. Cheryl had besloten Edith te bellen, achteraf dacht ze dat het wat beter was geweest om toch nog even bij haar langs te gaan om haar te troosten. ‘Ik kan nu niet veel voor je doen, we moeten eerst meer informatie hebben’, probeerde Cheryl nog uit te brengen. Maar daar wilde Edith niets van weten. ‘We moeten de politie bellen, hij moet opgespoord worden.’ Cheryl probeerde haar gedachten te ordenen. Enerzijds begreep ze dat Edith haar man zo snel mogelijk terug wilde hebben. De politie bellen zou slechts een eerste stap stap, al heel snel zou zoiets zowel media- als politike aandacht gaan krijgen en zouden diverse ongewenste lijntjes gaan ontstaan richting de ‘organisatie’ die wellicht haar, maar ook Eduards en Johns leven in gevaar zouden kunnen brengen. De ‘organisatie’ zou wel heel snel kunnen denken dat Cheryl de aanstichter zou zijn geweest van wat al snel zou kunnen uitgroeien tot een internationale rel.

Cheryl besloot nu dan toch maar wat van alle gebeurtenissen van de afgelopen maanden te gaan uitleggen in de hoop dat Edith niet meteen de politie zou gaan bellen. Ze stelde Edith eerst een beetje op haar gemak en begon heel rustig aan haar verhaal. Toen ze merkte dat Edith wat kalmeerde begon ze voorzichtig de gevaren te verklaren die zouden kleven aan het inschakelen van de politie. ‘Natuurlijk willen we Frank zo snel mogelijk thuis hebben, maar geloof me, Frank weet genoeg van het geheel om zich goed te kunnen redden. Edith, hij is jarenlang journalist geweest, hij weet wat hij doet. Vertrouw hem. Ik houd je op de hoogte.’ ‘Nou, goed dan, ik vertrouw je, maar wacht niet te lang, ik weet niet of ik mijn belofte wel kan houden.’ Cheryl wilde nog wat zeggen, maar liet het erbij. Voor nu was deze toezegging genoeg.

De ‘organisatie’ was intussen woedend. John had zich niet gemeld en dat had gevolgen voor de positie van Glenn. Glenn had die nacht al slecht geslapen, hij wist dat dit niet ongestraft zou blijven. Nog niet eerder had hij zo een blunder laten gebeuren, maar wist wel van blunders van anderen. Het idee dat ook hij gewoon zou verdwijnen, resulteerde in koud angstzweet. De enige hoop die hij nog had , was de opmerking van Philip Daniels, die tijdens de laatste meeting zei dat de president eliminatie van mensen niet meer toestand, alleen uitschakelen mocht nog. Daarvan werd het koude zweet niet minder, want ook hij wist dat dat een breed begrip was.

Als biochemicus bij de NASA had hij een goede positie, totdat hij werd gesaboteerd doro wat later de ‘organisatie’ bleek te zijn. Hij werd gedwongen bepaalde experimenten uit te voeren. In ruil daarvoor zou het riant beloond worden. Maar als hij het niet zou doen, zou hem het leven onmogelijk worden gemaakt. Hij leefde een terug getrokken leven en had geen vrouw en slechts weinig familie. Vrienden had hij niet, hij was een solistisch opererende wetenschapper. De waardering voor zijn bevindingen waren groot. Bij NASA namen ze zijn geïsoleerde gedrag voor lief, de resultaten van zijn onderzoeken waren zo bepalend voor de toekomst van de ruimtevaart, dat zijn gedrag nauwelijks telde.

Hij kon de druk van de ‘organisatie’ niet meer aan en voelde zich niet meer goed bij het doen van de verkeerde biochemische experimenten bij astronauten. Ook bij NASA gingen ze iets merken. Glenn wilde weg, maar wist niet hoe. Hij was overgeleverd aan de druk van de ‘organisatie’. De communicatie met de ‘organisatie’ was vooral in het begin wat moeizaam geweest, hij moest zijn bevindingen van de experimenten allemaal op papier uitwerken en maandelijks in een postbus in Houston afleveren. Dat ging al ruim een jaar zo en Glenn had, zonder dat hij het wist, de basis geleged voor al hetgeen de ‘organisatie’ nu mee bezig was. Op een dag besloot hij slechts één klein briefje in de postbus neer te leggen met de tekst ‘Ik kan niet meer, ik ben op, als jullie me verder onder druk blijven zetten, dan heb ik geen andere keuze dan alles openbaar te maken en daarna een einde aan mijn leven.’ Hij had dit geschreven in een onbewaakt moment, toen hij in zijn eentje zichzelf had volgdronken in een anoniem barretje, ergens in een achterstraatje in Houston, waar hij woonde. De ‘organisatie’ was geschrokken en nam direct maatregelen. Ze hadden eigenlijk wel sympathie voor Glenn en besloten hem weg te halen bij NASA en hem een ‘baan’ aan te bieden, waar hij het wat ‘rustiger’ aan kon doen.

De volgende ochtend werd Glenn thuis benaderd door een dame van de ‘organisatie’. Ze zag er aantrekkelijk uit, daar had Glenn nog wel oog voor, en stelde zich vriendelijk voor. ‘Ik wil heel graag met u praten over een mogelijke baan bij een consortium van grote internationale bedrijven die wetenschappelijk onderzoek verrichten en uw bijdragen aan hersenonderzoek bij gewichtloosheid zijn voor onze organisatie van grote waarde geweest, dat wij u in dienst willen nemen.’ Het was een mooi getrained zinnetje. Glenn keek de vrouw aan en zei rustig: ‘Jullie hebben zeker mijn briefje gelezen, dat was een vergissing.’ De vrouw, die een volledig script had geleerd om op elke reactie van Glenn in te kunnen spelen, zei rustig: ‘Ja meneer, wij hebben uw broefje gelezen en zouden het heel jammer vinden als uw kennis voor ons verloren zou gaan. Wij hebben de NASA geïnformeerd over uw werkzaamheden voor ons en hebben een afkoop geregeld van 10 miljoen dollar boete om een rechtzaak te voorkomen. We hopen dat u dat van ons waardeert.’ Dit was een messteek in de rug van Glenn, maar welke keuze had hij. ‘Ik heb tijd nodig’, zei Glenn kortaf. ‘Natuurlijk mag dat meneer, zal ik morgen omtrent dezelfde tijd terugkomen en dan uw antwoord komen ophalen?’ Glenn zei niets, deed de deur van zijn apartement dicht, viel neer op een stoel en kon niet meer denken. Dit was één van de vele methoden die de ‘organisatie’ gebruikte om hoog gekwalificeerde mensen onder druk te zetten om voor hen te komen werken. Dit was inmiddels twee jaar geleden gebeurd.

Gek genoeg was Glenn het naar zijn zin gaan krijgen binnen de ‘organisatie’. Hij verdiende een riant salaris, kon zijn eigen tempo bepalen en op basis van al zijn aangeleverde rapporten, gaf hij ‘les’ aan andere wetenschappers, die heel veel interesse hadden voor al zijn bevindingen op het gebied van biochemie in combinatie met de werking van onze hersenen. Het grotere plan achter al deze ‘lessen’ was hem onduidelijk. Toen de waarde van Glenn wat begon af te nemen, besloot de ‘organisatie’ hem in te zetten bij inmiddels uitgevoerde experimenten en hem te vragen interviews te houden. En op die manier kwam hij ook in contact met Frank en Chrystel en John, die hij na zijn vertrek bij BP onder zijn hoede kreeg om Chrystel tijdens haar gesprekken in Europa te begeleiden. Hij vroeg zich af wat er nu zou gaan gebeuren.

Posted in hoofdstuk | Leave a comment

16.

Pas later in de avond durfde John de stap richting Chrystel te ondernemen. Hij zou wel zien hoe een eventuele ontmoeting zou verlopen. Hij had haar adres vrij makkelijk kunnen opsporen en ook haar telefoonnummer thuis, na wat speurwerk op het web. Zijn besluit om de ‘organisatie’ niet meer te bellen, luchtte hem in zekere zin op.

John tikte het nummer van Chrystel in, het wachten leek lang te duren. ‘Met Chrystel’, klonk het aan de andere zijde van de lijn. ‘Met John’ hoe is het met je?’, was het suntelige begin van het gesprek. Ook Cheryl moest zich even herstellen van de schrik John aan de lijn te hebben. John nam het initiatief: ‘Luister Chrystel, ik sta aan jouw kant, ik heb afscheid genomen van de ‘organisatie’, ik ben in Nederland en wil je graag verder helpen.’ Nog aarzelend zei Cheryl: ‘Met wat? Programma’s op mijn computer zetten?’ Hij begreep haar boosheid wel en moest dus kennelijk eerst een proces van woede doorbreken. ‘Chrystel, ik weet dat ik fouten heb gemaakt, maar ik werkte toen voor de ‘organisatie’, maar wist eigenlijk ook wel dat het niet goed zat. Ik heb je veel te vertellen. Wat ik heb gedaan voor ik bij de ‘organisatie’ kwam. Ik wil open en eerlijk zijn. Wil je naar me luisteren?’ Chrystel twijfelde en zei voorzichtig: ‘Hoe kan ik je vertrouwen, hoe weet ik dat je de waarheid spreekt?’ ‘Dat weet je niet en zal je ook niet weten, wanneer je me niet de gelegenheid geeft alles uit te leggen. Ik ben alles kwijt, vrouw en kinderen, ik had een goede baan, de ‘organisatie’ was een noodgreep, na mijn onstlag als directeur bij BP. Ik heb je zoveel te vertellen.’
‘Nou goed dan, waar ben je nu?’, was de vraag van Cheryl in de veronderstelling dat ze nog even tijd zou hebben om één en ander voor te bereiden en te overleggen met Eduard.

‘Ik sta aan de overkant van jouw huis in een telefooncel in het winkelcentrum.’ Chrystel reageerde woedend: ‘Verdomme John, je stalkt me. Heb je soms andere gedachten? Gaat het je om mij? Want dan bedank ik voor de eer.’ Chrystel schrok van haar eigen woede, ze had John natuurlijk wel zien kijken naar haar voorkomen en was best trots dat John haar aantrekkelijk vond. Ze herstelde zelf haar woede: ‘Sorry, dat had ik niet moeten zeggen.’ John zei kalm maar bewust: ‘Chrystel, je weet dat ik je ook leuk vind, maar daar gaat het nu niet over. Er is gevaar voor onze levens en voor diegenen die je bij je onderzoek hebt betrokken. De ‘organisatie’ is machtig en zelfs nu kan ik je geen garantie geven of je lijn al dan niet wordt afgeluisterd.’ Chrystel dacht na en zei: ‘Geef me een kwartier, ik kom dan naar je toe.’ ‘Goed’, zei John opgelucht.

Cheryl belde met Eduard en vetelde hetgeen in het afgelopen kwartier was gebeurd. ‘Blijf daar, ik kom naar je toe en dan praten we samen met John.’ Chrystel stemde meteen in en wachtte op de komst van Eduard. Ze namen even de tijd om de tactiek van het gesprek te bespreken. Aanvankelijk zou Cheryl het woord doen om het ijs te breken rondom de aanwezigheid van Eduard, maar daarna zou vooral Eduard John inhoudelijk bevragen en zou Chrystel goed op de lichaamstaal van John letten. Die tactiek werd in het journalistieke wereldje wel vaker gebruikt en werkte altijd goed in zaken waar het ging om objectieve waarheidsvinding.

Ze liepen naar buiten, John kwam al aanlopen en was niet echt verbaasd dat Chrystel iemand had meegenomen. De beleefdheden werden wat koeltjes en zakelijk uitgewisseld, vooral Chrystel was niet echt op haar gemak, maar moest zich snel herstellen om juist het ijs te breken. Dit gesprek zou cruciaal zijn om de rol van John te kunnen bepalen voor de komende tijd.

Chrystel besloot op haar charmante wijze het gesprek wat luchtigjes te beginnen: ‘Je hebt wel wat werk moeten verzetten om me hier op te sporen, je lijkt wel een detective.’ Ze lachtte er een beetje bij, maar John kon daar niet uit opmaken of ze hem belachelijk wilde maken. Ze bestelden wat te drinken om de toch wat gespannen sfeer te doorbreken. Na de eerste slokken, Eduard en John een biertje en Chrystel een glas witte wijn, leek de spanning te verdwijnen en begon Eduard met zijn ‘kruisverhoor’. ‘Wanneer ben je bij de ‘organisatie’ gekomen en hoe werd je daarvoor benaderd?’ John vertelde zijn hele levensloop vanaf zijn ontslag bij BP. Er werd aandachtig geluisterd en Chrystel observeerde John. Hij leek vermoeid en het kostte hem de nodige energie om over de scheiding te praten en zijn riante leven, welke hij toen had. Eduard ging het scherper stellen: ‘Dus na je ontslag ben je hacker geworden bij de ‘organisatie’, omdat je er kennelijk goed in was.’ John schaamde zich voor die term en zie voorzichtig: ‘Ik weet er veel van, we staan nog maar net aan het begin, de gemiddelde mens is nu alleen nog achteloos maar zal uiteindelijk machteloos worden, de digitalisering van onze wereld zal de grootste macht worden, ver verheven boven bedrijven, overheden en zelfs legers. De ‘organisatie’ wil de totale controle hebben over de wereld en ze zijn hard op weg dat te bereiken.’ ‘Hoe dan?’, onderbrak Eduard hem. ‘Dat weet ik niet, in de ‘organisatie’ is alles minitieus verdeeld, iedereen heeft zijn taken.’ ‘Wat was jouw taak?’ vulde Chrystel aan. ‘Ik moest vooral interviews begleiden, zoals wij dat samen in London hebben gedaan.’ ‘Waar moest je dan op letten?’, was meteen de volgende vraag. John gespannen naar Chrystel en Eduard: ‘Ik moest patronen in antwoorden van zogenaamde ‘proefpersonen’ in kaart brengen.’ ‘Ja, dat had ik al begrepen’, lachtte Chrystel hem toe. Hij schaamde zich dat hij kennelijk zo doorzichtig had opgetreden. ‘Je hoeft je niet te schamen John, ik had dat deel van het proces al door toen in nog met Glenn in San Francisco een vergelijkbaar rondje interviews deed.’ ‘Wat ben je nu van plan?’, vroeg Eduard. ‘Ik weet het niet, ik ben totaal afhankelijk van hetgeen jullie zouden willen. Ik kan jullie wellicht helpen. We lopen allemaal gevaar, we kunnen elkaar helpen. Zo niet, dan vertrek ik naar Zwitserland, ik heb een open ticket. Maar ook daar zou ik nog niet weten wat ik dan zou kunnen doen. Ik ben in feite op vlucht. Jullie denken dat niet te zijn, maar geloof me, er wordt nu ook door de ‘organisatie’ naar jou uitgekeken Chrystel.’ Ze voelde een koude rilling over haar rug gaan. Ze was wel wat gewend, maar de blik in John’s ogen maakte duidelijk dat er wel degelijk grote gevaren waren, die haar leven zou kunnen bedreigen. Ze wist teveel. ‘Wat weet je van Frank?’, vroeg ze ineens. ‘Ik ken geen Frank, zoals ik zei is alles minitieus opgeknipt in contactpersonen per land, wereldwijd gaat het om honderden mensen, met de top in de omgeving van San Francisco.’ ‘Ja, dat gebouw ken ik’, zei Chrystel koeltjes, terug denkend aan het gesprek met Glenn en de drie niets zeggende mannen. Ze liet niet blijken dat ze inmiddels alle gegevens had van maar liefst veertien mensen die betrokken zouden zijn bij de ‘organisatie’. Dat had ze met Eduard afgesproken, ze zouden niet het achterste van hun tong laten zien.

Ze praatten uren en Chrystel en Eduard kwamen tot de conclusie dat John oprecht een bijdrage wilde leveren in het vervolg van het onderzoek. ‘Waar woon je?’ vroeg Eduard. John gaf het adres van een klein hotelletje in de buurt. ‘Blijf daar maar voorlopig, wij zullen je rekening betalen. Morgen gaan we verder uitzoeken in hoeverre jij iets voor ons zou kunnen doen en of en hoe we je daarvoor zouden kunnen betalen.’ Eduard wilde afronden, dat was merkbaar. Ook Chrystel was moe, het was inmiddels half één in de nacht, de kroeg waar ze zaten ging inmiddels sluiten. Eduard rekende af, toen ze naar buiten liepen namen ze afscheid van elkaar. Chrystel was blij dat ze slechts naar de overkant hoefde te lopen. Eduard liep het eerste stukje met John mee richting zijn hotel.

Posted in hoofdstuk | Leave a comment

15.

Intussen was ook Patrick al druk bezig met het natrekken van alle personen op de verschillende foto’s. Hij kwam met een opmerkelijk lijstje. Glenn was biochemicus bij NASA en bleek zich bezig te houden met recaties van hersencellen onder gewichtloze toestand. Degene die als eerste vertrok was Steve Loyd. Steve is CEO van Biochemical International, een groot bedrijf, welke als toeleverancier werkt voor ziekenhuizen wereldwijd. Molly Silvester, die als tweede vertrok, is directeur van het academisch ziekenhuis in Los Angelos, waar men vooral gespecialiseerd is in hersenchirurgie. Philip Daniels was de rechterhand van President Russell van de Verenigde Staten en werd gezien als een zeer invloedrijk man. Matthew Vanderbilt is wetenschapper bij Google. Ook was Bill Green aanwezig, hij blijkt specialist ‘mobile’ te zijn bij Apple, hetgeen Patrick bevreemdde. Apple deed in die nog niets met mobiel. Alle overige mensen bekleedden diverse functies bij grote bedrijven, zoals oliemaatschappijen, telecombedrijven, verzekeringsmaatschappijen en energiebedrijven.

Nog voordat Cheryl en Eduard konden beginnen met de stapel foto’s, rolde een e-mail van patrick binnen, wederom met een niet te openen bestand. Patrick had kennelijk de hele nacht doorgewerkt. Cheryl deed dezelfde procedure zoals zij eerder voor de verzonden foto’s had gedaan. Eduard stond met bewondering te kijken en was onder de indruk, hij dacht met een hacker te maken te hebben. Cheryl lachtte en zei: ‘Heb ik ook gisteren pas geleerd hoor, ik ben niet zo goed met computers. Maar ik heb inmiddels wel door dat in deze zaak grote voorzichtigheid is geboden. Dus mail niets over deze zaak, zonder met mij te overleggen. Patrick weet de manieren waarop we veilig kunnen communiceren.’ ‘Vertel eens wat meer over Patrick’, vroeg Eduard een beetje onverschillig.

Cheryl bloosde een beetje, waar zij zelf eigenlijk verbaasd over was. Echt verliefd was ze niet op Patrick, maar kennelijk waren er toch meer gevoelens. Eduard glimlachte, maar zei niets. De namen rolden binnen, samen met een korte beschrijving. Cheryl’s oog viel op de ‘cv’ van Glenn. ‘Biochemicus bij de NASA’, zei Cheryl en was verbaasd. ‘Weet je dat hij mij begeleidde tijdens die gesprekjes bij een aantal mensen in en rond San Francisco? Bepaald geen werk voor een biochemicus lijkt me’. ‘Nee, maar het verklaart in combinatie met mensen uit ziekenhuizen, telecombedrijven, computerbedrijven en de overheid wel dat hier iets heel groots gaande is vanuit de biotechnologie branche.’

Cheryl printte alles weer uit en meteen daarna werd de mail gewist en startte de computer weer normaal op. Eduard was wederom verbaasd met welke handigheid Cheryl dit allemaal deed. ‘Zo, dat was stap één, we duiken de komende dagen nog wel in de details van al die mensen. We weten nu genoeg over Glenn om te weten dat hij niet degene is die ik dacht dat hij was.’

Het spoor naar Frank in Afghanistan zou complexer worden. Cheryl wilde de creditcard gegevens nog eens nauwkeurig bekijken. Ze vroeg niet hoe Eduard er zo makkelijk aan was gekomen, dat zou later wel komen. Aan de hand van de data en de tijden probeerde ze zijn ‘reis’ te reconstrueren in combinatie met de dagen en tijdstippen waarop zij hem vanuit San Francisco sprak. ‘Hij moet deels gevolgen hebben en deels met de auto zijn reis hebben voortgezet. Dat zie je aan de data en tijdstippen van bepaalde uitgaven.’ Ze waren de hele ochtend bezig. Rondom het middaguur stelde Eduard voor even een broodje buiten de deur te gaan eten. ‘Goed idee, ik ben wel toe aan en beetje buitenlucht.’

John zat ergens in het centrum aan zijn eenvoudige lunch en vroeg zich af waar Cheryl zou lunchen. Het was toch niet zo heel eenvoudig haar op te sporen en hij had nog slechts een middag dat te doen, alvorens hij de ‘organisatie’ zou moeten bellen. Hij bedacht zich dat het weinig nut zou hebben zich nog te melden. De ‘organisatie’zou hem dwingen haar weer mee te nemen naar San Francisco. En dat zou ze absoluut niet doen. John zou eerst haar vertrouwen moeten terugwinnen, maar die gelegenheid zou hij vanuit de ‘organisatie’ niet krijgen. Bovendien had hij inmiddels al ‘afscheid’ genomen van de ‘organisatie’, in zijn gedachten dan. Want later zou blijken dat hij er in het geheel niet zo eenvoudig van af zou komen.

John besloot dus niet mer te bellen, al zou hij haar die avond nog weten te vinden. Hij realiseerde zich dat hij daarmee he leven van Cheryl en dat van hemzelf in gevaar bracht. Maar het zou misschien wel helpen in het herstellen van het vertrouwen in hem als hij voor haar zou kiezen.

Eduard en Cheryl aten een eenvoudig broodje in het winkelcentrum, niet ver van de plaats waar John hetzelfde deed. Ze praatten samen over het verdriet van Edith en besloten vandaag nog niets te zeggen. Ook bespraken ze de optie om vanuit NRC Interpol in te schakelen, maar besloten ook dat voorlopig nog niet te doen. Beiden voelden de spanning en het avontuur en natuurlijk ooit een fantastisch verhaal. Ze zeiden even niet tegen elkaar en realiseerden zich dat ze gevaar liepen, welke gevaar wisten ze niet, maar ze voelden naast de opwinding ook beiden een behoorlijke mate van angst. ‘ik ben blij je ontmoet te hebben’, zei Cheryl. ‘Ik vond ons eerste gesprek vreselijk, maar ik waardeer je enorme inzet. Je gaat echt voor deze klus. Je bent volgns mij helemaal geen type om achter een bureau te zitten.’

Posted in hoofdstuk | Leave a comment

14.

Cheryl kwam uitgeput bij Edith vandaan, ze kon de vrouw nergens mee troosten en ze kon ook niet al teveel vertellen over de opdracht waar ze mee bezig was. Als ervaren journalist deed ze haar werk grondig en liep ze samen met Edith alle mogelijkheden na om ook maar een glimp van een mogelijk spoor richting Frank te kunnen ontdekken. Niets hielp, Cheryl ging zelfs zover in haar vragen dat ze de persoonlijke relatie tussen Frank en Edith ter sprake stelde. Edith werd boos dat Cheryl ook maar durfde te denken dat er iets aan de hand zou zijn binnen hun huwelijk. Cheryl excuseerde zich, maar zei: ‘Ik wil gewoon niets uitsluiten, ik moet met elke mogelijkheid rekening houden. Maar dat het verdwijnen met Frank niuets met jullie persoonlijk te maken heeft, is me nu wel duidelijk’.

Ze besloot naar huis te gaan. Onderweg werd ze gebeld door Eduard die, inmiddels wat voorzichiger, vroeg naar haar bevindingen die middag. ‘Ik vrees dat het verdwijnen van Frank te maken heeft met mijn onderzoeksopdracht. Niets wijst op privé problemen binnen zijn gezin. Maar verder heb ik geen enkele aanknopingspunt.’ Cheryl was verrast door het werk welke Eduard in de tussenliggende tijd had uitgevoerd. Hij had met het grootste gemak de creditcard gegevens van Frank weten te bemachtigen. In de tijd dat hij nu spoorloos was, heeft hij een duidelijk spoor achter gelaten welke, zoals het er nu naar uitziet, resulteert in een verblijf in het Midden Oosten. ‘Midden Oosten?’, riep Cheryl verbaasd uit. Eduard ging door: ‘Hij zit zelfs vlakbij Afghanistan, van valk voor de grens heb ik een afrekening van een hotel’. ‘Wat moet hij daar in vredesnaam en waarom zou hij een spoort achterlaten?’ ‘Dat houd mij ook bezig, als het onbewust is, dan is het vreselijk dom. Maar als het bewust is, doet hij dat dan uit eigen wil, of wordt hij gedwongen?’ ‘Dank je Eduard, ik waardeer dit zeer, je hebt me enorm geholpen. Ik ga nu naar huis, ik ben kapot. Waar zien we elkaar morgen?’ ‘Ik bel je vanavond.’ De verbinding werd verbroken.

Cheryl wist niet wat ze nu moest doen. Zou ze Edith bellen om in ieder geval te zeggen dat Frank nog in leven is? Maar ja, vervolgens zeggen dat hij bijna in Afghanistan zit, zouden de zorgen er niet minder op maken. Ze besloot het voor die dag maar even te laten rusten. Het zou nu niet goed zijn informatie uitwisseling te overhaasten. Ze zou eerst zelf die lijst met creditcard gegevens nog willen checken. Ze vroeg zich wel af hoe Eduard dat zo makkelijk heeft kunnen doen.

Ondertussen was de ‘organisatie’ in beraad. Naast Glenn en de drie mannen waren nog zes andere mannen en vier vrouwen aangeschoven aan de grote vergadertafel in het naamloze gebouw. Er zaten grote gaten in de aankomsttijden tussen de verschillende deelnemers aan het gesprek. Niemand zou enig verband kunnen leggen tussen de samenhang van deze verschillende topmensen van verschillende grote internationale bedrijven en overheden. De sfeer was gespannen, iedereen was inmiddels op de hoogte van hetgeen met Cheryl, John en Frank was gebeurd. Frank was onder controle, hij zou gedwongen zijn sporen achterlaten om uiteindelijk Chryl en John naar Afghanistan te lokken. Maar de zorgen om hetgeen Cheryl nu wist, begonnen toe te nemen. De argwaan jegens John was voor iedereen aanleiding om Glenn eens goed aan de tand te voelen. ‘Jij haalde hem bij BP vandaan, terwijl je te weinig van hem wist’, snauwde Steve Loyd hem toe. Glenn probeerde zich te verdedigen, maar zijn woorden verdwenen in het niets. ‘De kans is groot dat John vanwege geldnood de kant van Cheryl kiest en misschien wel een vergoeding voor zijn verder onderzoek bij dat Nederlandse krantje kan krijgen. Daar kennen ze hem niet en het zou me niets verbazen als de naiëve Nederlanders hem niet natrekken’, zei Molly Silvester, directeur van het grootste academische ziekehuis in de Verenigde Staten. ‘Luister mensen, we dragen hier allemaal een heel zware verantwoordelijkheid, dit mag niet fout gaan, als het nodig is dan moeten we deze drie mensen voorgoed uitschakelen.’ Glenn hield zijn mond in de gedachte dat hij blij was dat ze niet ‘vier’ had gezegd. De ‘organisatie’ was de afgelopen twee jaar niet al te moeilijk geweest mensen te elimineren, die het proces dwarboomden. Maar vanuit de overheid kwam er een waarschuwing dit niet al te makkelijk te blijven doen. Eén van de overheidsmensen, Philip Daniels, maakte ook een alleszeggende opmerking: ‘Ik sta geen slachtoffers meer toe, het maximum voor dit jaar is al bereikt.’ Het klonk alsof het ging om de hoeveelheid vis waarop gevist mocht worden. Quota in mensenlevens binnen een project. Het spel kende keiharde trekjes. Philip vervolgde: ‘Uitschakelen mag, maar elimineren staat de president niet – meer – toe, begrepen?’ Iedereen knikte en zoch naar de ruimte in het woord ‘uitschakelen’.

Vervolgens deed dr. Matthew Vanderbilt verslag over zijn vorderingen in het project. In de alpha release van de volgende chip waren een groot aantal fatale fouten ontdekt, die wereldwijd niet opvielen, maar wel gecorrigeerd moesten worden voor de volgende testronde. Hij werd niet op zijn vingers getikt, dergelijke ‘foutjes’ – die overigens ook levens kostte, maar daar werd niet over gesproken – kon de ‘organisatie’ beter hebben dan het lekken van informatie. Tevreden gingen de deelnemers één voor één met voldoende tussenpauze het gebouw uit. Op afstand werden met en enorme telelens foto’s gemaakt. Na weken van wachten eindelijk resultaat. Een paar uur later werden de foto’s doorgesturd naar Patrick, die nog steeds in Washington zat.

Laat die avond ging de telefoon in Cheryls apartement, ze zag dat het Patrick was en pakte enthousiast de telefoon op. Cheryl miste hem enorm, maar kon aan die gevoelens niet toegeven en er zeker nu niet over praten. Er waren belangrijker zaken. Patrick zei meteen: ‘Zet je computer aan, ik stuur je wat leuke vakantie foto’s door.’ De term vakantiefoto’s betekende in journalistieke termen ‘pas op, dit is gevaarlijk spul’. De verbinding werd meteen verbroken, kennelijk was Patrick bang afgeluisterd te worden, dus hij hield het gesprek zo kort dat traceren niet mogelijk zou zijn. Cheryl kroop vermoeid achter haar computer en startte haar e-mail programma op. Na pakweg vijf minuten kwam een enorm bestand binnen, zo een 20MB. Ze dubbelklikte op het bestand, maar er gebeurde niets, geen ‘vakantiefoto’ te zien. Ze probeerde het nog een keer, maar geen resultaat. Er kwam een nieuwe e-mail binnen, maar niet van Patrick. Ze keek naar de inhoud die niet te lezen was. Het leek wel een soort geheimschrift, ook de link was onduidelijk. Ze belde Patrick om te vragen wat er aan de hand was, maar hij nam niet op. Dit zou ze zelf moeten uitzoeken. Ze besloot de gok te nemen en zonder verder de tekst te ontcijferen klikte ze op de link. De computer startte tot haar verbazing opnieuw op en verscheen met een scherm ‘You Are Working in Safe Mode, Search Engines can not Index your behaviour’. Het e-mail programma werd ook weer opgestart en het bestand welke Patrick had meegestuurd werd normaal geopend en kreeg Cheryl de beschikking over de foto’s. Ze herinnerde zich Glenn en de vier mannen, maar alle andere mensen waren voor haar nieuw. Ze telde in totaal 14 mensen, allemaal goed zichtbaar. Ze besloot de foto’s te printen. Tijdens het printen verscheen op het scherm de mededeling ‘After printing all sources will be deleted’. Cheryl voelde de rillingen over haar lijf lopen. Het leek wel of iemand meekeek, een hacker of zo. Ze had er wel eens van gehoord op de internet redactie. Wilde verhalen stonden af en toe in de krant over inbraken in bedrijfscomputers. Maar een gewoon laptopje thuis zou toch geen ‘leuk’ klusje zijn voor een hacker. Toen ze de computer wilde uitzetten kwam de melding: ‘Restarting in Normal Operation’. De computer startte weer op en in het mail programma was geen spoor van de laatste e-mails meer te bekennen. Op haar mobiel verscheen een SMS bericht van Patrick ‘Well done, love you, P’. Ze moest lachen van opluchting. Doodmoe ging ze naar bed, nadat ze de foto’s in haar dossier opborg. Nog elke dag maakt ze alleen aantekeningen op papier en besloor de computer zo min mogelijk te gebruiken. Ze begon door te krijgen hoe gevaarlijk elke vorm van communicatie kon zijn. Ze had nog geen idee hoever die gevolgen voor haar persoonlijk zouden zijn.

Ze sliep een gat in de ochtend een werd gewekt door een telefoontje van Eduard: ‘Ik sta voor je deur, we moeten praten.’ ‘Ik lig nog in bed man’, zei ze slaperig, nadenkend of ze hem binnen zou laten. Ze kenden elkaar amper. Maar hij zei zelf: ‘OK, geen probleem, schiet op, ik ben over een half uur bij je, ik ga wel ergens een kop koffie halen’. Ze lachte en zei: ‘Dank je voor de tijd die je me gunt om er weer een beetje toonbaar uit te zien.’

Nog duf ging ze onder de douche staan en vroeg zich af wat er vandaag op de agenda zou staan. Was het Frank met zijn vreemde spoor naar Afghanistan, zou ze Edith bellen om te vertellen dat Frank nog in leven was, waren het de foto’s en de communicatie met Patrick, of zou ze John nog ter sprake brengen? Ze vroeg zich af waar John nu was en wat hij deed. Ze had geen vermoeden dat hij zelf al in Gouda was.

John was die ochtend al vroeg op en zat achter zijn laptop. Hij bestudeerde de omgeving van Gouda en zag dat het een klein stadje was, klein genoeg om zelf het nodige speurwerk te doen naar Cheryl. Hij besloot niet naar NRC te gaan. Dat zou met het openbaar vervoer veel te veel tijd kosten en de kans haar daar te treffen schatte hij klein in. Hij zou in Gouda blijven en zich rustig houden. Maar tegelijkertijd realiseerde hij zich dat hij slechts tot vanavond had om Cheryl te traceren en de ‘organisatie’ daarvan op de hoogte te brengen.

John hoopte het allemaal aan Cheryl uit te kunnen leggen en daarmee samen een front tegen de ‘organisatie’ te vormen. Maar hij twijfelde. Zou ze hem al hebben nagetrokken? Wist ze van zijn verleden bij BP? Zou ze hem dan nog wel kunnen vertrouwen? Hij moest gokken en maakte de keuze voor Cheryl. Als dat niet zou lukken, dan zou hij moeten vluchten. Hij had al een open ticket naar Zurich gekocht, cash betaald, weliswaar op zijn naam want hij had geen tijd voor een vals paspoort. En zelfs als dat zou hebben gekund, dan zou dat de zaken achteraf alleen maar complexer maken.

Cheryl trok snel wat eenvoudigs aan, maar leuk genoeg om er vandaag aantrekkelijk uit te zien. Zelf dacht ze daar op dat moment niet aan, maar hetgeen zij op dat moment aantrok, zou ook Eduard zijn hoofd op hol brengen. Zijn houding was collegiaal en vriendelijk, heel anders dan tijdens hun eerste kennismaking op kantoor. Hij genoot van haar aanwezigheid, als was ze als vrouw erg dominant, een eigenschap die hem doorgaans bij vrouwen stoorde, maar op de één of andere manier nu wel aantrekkelijk vond. ‘Wat gaan we doen, wat zijn je plannen voor vandaag?’ vroeg ze kort en zakelijk terwijl hij haar apartement bekeek en eigenlijk wilde zeggen ‘Wat woon je hier leuk’, maar dat liet hij achterwege. ‘Laten we beginnen met de foto’s, eens even kijken of we bepaalde mensen kunnen herkennen of kunnen laten natrekken.’

Posted in hoofdstuk | Leave a comment

13.

John was ondertussen naar het hotel gegaan en vroeg bij de receptie naar het kamernummer van Cheryl. Hij was ongerust geworden omdat ze nog niet had gebeld. Hij had de ‘organisatie’ slechts verteld dat ze een paar uur later zou beginnen die ochtend omdat ze een grieperig gevoel had. Glenn had nog gezegd: ‘Ga vroeg naar het hotel, controleer haar gangen, ik vertrouw het niet’. John zat ten aanzien van Cheryl met heel andere gedachten in zijn hoofd die hij maar moeilijk kon uitschakelen. Zijn scherpte was weg en liet zich meeslepen door zijn tot nu toe onderdrukte gevoelens voor haar.

‘Zij is vanochtend vertrokken meneer’, zei de receptioniste. John werd inwendig woedend, Glenn had gelijk. Hij herstelde snel en zei: ‘Ja, dat weet ik, maar ze is iets vergeten wat ze op haar kamer heeft laten liggen, ze heeft mij gevraagd dat voor haar op te halen’. De receptioniste keek een beetje wantrouwend maar zei uiteindelijk: ‘OK, ik zal even iemand bellen, die met u mee kan lopen.’ Bij de kamer bedankte ik de man die de deur voor mij opendeed, gaf hem een flinke fooi en zei dat ik het zelf verder wel zou redden.

Al snel vond hij de voice recorder onder de kussens. ‘Zeer slim dame’, mompelde John in zichzelf. ‘Je weet dus inderdaad meer’. Inmiddels volledig hersteld van zijn sexuele gevoelens voor haar, moest hij zorgen voor een sluitend plan en zich verantwoorden richting Glenn. Hij had tot laat in de middag om alles uit te werken alvorens hij Glenn zou bellen in San Fransisco.

Hij verliet de hotelkamer en aarzelde nog even of hij zou vragen of iemand wist waar naar toe Cheryl zou zijn vertrokken, maar besloot het niet te doen. Cheryl zou dat vast en zeker niet hebben verteld.

John wist eigenlijk ook niet zo heel veel van het project van de ‘organisatie’. Hij had de klus om Cheryl te begleiden in Europa aangenomen op het moment dat hij werd ontslagen bij BP. Het had iets te maken met het schenden van de privacy van medewerkers in het bedrijf. Als directielid was hij verantwoordelijk voor het gehele personeelsmanagement. Onder zijn leiding werd een nieuw computersysteem aangeschaft en in gebruik gesteld. Elke werknemer zou in het systeem worden opgenomen, maar John ging daarbij zover dat ook zeer persoonelijke informatie vanaf het web automatisch in het systeem werd opgenomen. Hij genoot van zijn eigen ‘Google’ binnen het bedrijf en genoot van al hetgeen hij te weten kwam van alle werknemers. Het ging lange tijd goed, totdat hij tegen de lamp liep tijdens een onschuldige lunch, waarbij hij op ongelukkige wijze een uitspraak deed over een werkneemster, die hij niet kon weten. De werkneemster nam het hoog op en besloot de directie in te lichten. Aanvankelijk werd haar verhaal niet geloofd en werd de werkneemster ontslagen. Zij liet het er niet bij zitten. Na maanden van zoekwerk maakte ze kennis met een zeer ervaren hacker, een jongen van amper 18 jaar, die voor haar het systeem van BP wist binnen te dringen en tientallen personeels dossiers binnen wist te halen met wel zeer peroonlijke informatie. De stapel papier werd aanvankelijk alleen naar de directie gestuurd. Toen geen enkele reactie kwam, besloot ze de stapel ook naar de pers te sturen, die er twee pagina’s aan besteedde, gevolgd door een TV programma, waarin de directeur te verantwoording werd gevraagd. Daags daarna stond John op straat. Hij zou zich maanden schuil hebben gehouden in Schotland, alvorens hij door de ‘organisatie’ werd benaderd.

Niemand maakte zich zorgen over de bestanden, alles bleef bij het oude, de Raad van Bestuur stemde zonder enige tegenstem voor de eisen van de ‘organisatie’. Later werden daar zelfs wereldwijd alle gegevens van de kaarthouders van het BP loyaliteitsprogramma aan toegevoegd. Een tankbeurt bij BP gaf de organisatie problemloss toegang tot een schat aan privé gegevens. Dat zou later de wereldwijde selectie van mensen makkelijker maken. John wist niet dat de ‘organisatie’ al zo ver bij zijn voormalige werkgever was doorgedrongen. Hij heft zich vaak afgevraagd waarom de ‘organisatie’ juist hem had benaderd voor deze klus.

Hij kon zich nu alleen maar voorstellen hoe de ‘organisatie’ zou reageren op het feit dat hij Cheryl heeft laten ‘ontsnappen’. Hij had spijt van het feit dat hij zijn scherpte compleet was kwijt geraakt door zich teveel te focussen op zijn sexuele verlangens naar haar. Hij had het geld hard nodig om zijn luxe leven te kunnen voortzetten. Zijn ontslag bij BP leverde hem geen riante ontslagvergoeding op. De Raad van Bestuur ontsloeg hem op staande voet. Justitie vervolgde hem merkwaardig genoeg niet. Later zou blijken dat er geen enkele deskundigheid aanwezig was, op basis waarvan hij schuldig zou kunnen worden bevonden aan aantoonbare strafbare feiten.

John verliet het hotel en reed doelloos rond. Hij wist niet wat hij zou gaan doen. Zou hij de ‘organisatie’ eerlijk over zijn blunder vertellen? Waarschijnlijk zouden ze hem meteen van de klus afhalen en hem niet meer betalen. Dat zou dramatisch zijn. Hij had nog wel voldoende reserves om het enkele maanden uit te houden, maar zijn imago was zodanig beschadigd, dat hij nergens meer aan het werk zou kunnen komen. Het feit dat hij zichzelf had ‘opgeschoond’ op het web en dus niet meer vindbaar was op Google, schaadde hem eigenlijk meer dan hij zelf ooit had gedacht. Aanwezig zijn op het web is de norm geworden, wat er ook over je verteld wordt. Dan is er in ieder geval ‘niets’ aan de hand, maar niet aanwezig zijn, dat wekt argwaan.

Hij dacht na en vroeg zich af waar Cheryl zou kunnen zijn. Op het moment dat hij zich dat afvroeg kwam het antwoord als vanzelf. Natuurlijk zou ze het vliegtuig naar Nederland hebben genomen. Veilig naar huis. Dat hij daar niet eerder aan had gedacht. Ze wist inmiddels iets meer van het project van de ‘organsatie’ en speelde het spel van de vragen. John herinnerde zich de laatste twee gesprekken goed, waarbij ze bewust vragen wel en niet stelde om zijn reactie te zien. Hij besloot vrij impulsief naar Heathrow te rijden om er daar proberen achter te komen of Cheryl die ochtend was vertrokken. Dat leverde niets op. Vanaf Heathrow belde hij NRC op en vroeg naar Cheryl. De niets vermoedende receptioniste zei slechts: ‘Ik heb haar wel gezien vanochtend, maar ze is vertrokken, zal ik een boodschap achterlaten?’ John hing op en schakelde snel. Hij besloot nog die avond naar Amsterdam te vliegen, weliswaar met slechts wat handbagage, maar dat gebeurde wel vaker op zulke korte vluchten. Door John zijn internationale reiservaring bij BP had hij altijd zijn paspoort zij zich, dus hoefde hij niet terug naar huis. Hij besloot dat hij de ‘organisatie’ zou vertellen dat hij haar op het spoor was, zodra hij in Amsterdam was. Dat was nog de enige kans om deze klus te behouden, alhoewel hij de kans daarop uiterst klein achtte.

Onderweg naar Amsterdam dacht hij na over zijn vervolgstappen. Zou hij naar NRC gaan en daar naar haar vragen? Wat zouden ze al bij NRC van hem weten? Zou hij zelf op zoek gaan naar Cheryl? Hij kwam er niet uit. En ook bij aankomst op Schiphol besloot hij toch maar eerst een goedkoop hotel te zoeken, waar hij cash zou betalen, uit voorzorg niet via zijn creditcard gevolgd te worden. Hij sliep die nacht slecht en dacht na over zijn leven. Na zijn ontslag verliet zijn vrouw hem samen met zijn twee kinderen. Zij kon de druk niet meer aan die op haar werd uitgeoefend. Als vrouw van een hoog geplaatste BP directeur bekleedde zij verschillende posities in het sociale lokale leven. Na het ontslag van John werden haar al die functies afgenomen. Iedereen had medelijden met haar, maar maakten via een beleefde omweg duidelijk dat op haar familienaam een smet lag. Ze begreep het en verdween al snel uit het beeld. De scheiding was een drama, de kinderen waren het slachtoffer en werden op school uitgescholden. Vertrekken was de enige optie. Op een dag waren ze weg, nadat John net zijn nieuwe ‘baan’ bij de ‘organisatie’ had aangenomen. Hij was opgetogen om weer aan de slag te kunnen gaan. Maar bij thuiskomst lag een briefje op tafel van zijn ex-vrouw, met daarop slechts de woorden: ‘We kunnen niet meer’. Hij heeft zijn ex-vrouw en kinderen daarna niet meer gezien.

Het was pas tegen vieren voordat hij in slaap viel. Hij had geen wekker gezet en ontdekte dat het al half tien was toen op de deur werd geklopt. Hij schrok, maar het was loos alarm. Het bleek de schoonmaak te zijn, die na een reactie van John doorliep naar de volgende kamer. Hij was gebroken, ging onder de douche staan en liet langdurig een warme straal water over zijn vermoeide lichaam stromen. Hij nam een eenvoudig ontbijt en besloot dit hotel te verlaten. Hij wilde een eventueel taceerbaar spoor in ieder geval zo complex mogelijk maken. Hij had een kleine 2000 euro op zak, ook dat was hij gewend vanuit zijn BP periode, altijd genoeg cash geld op zak. Het zou altijd mogelijk moeten zijn dingen te doen die lastig traceerbaar waren. Die kennis kwam hem weliswaar nu te pas, maar ook hij wist dat die 2000 euro snel op zou zijn.

Hij zou dus geen auto gaan huren, was aangewezen op het openbaar vervoer, hetgeen hem in zijn snelheid van handelen aanzienlijk beperkte. Hij belde pas om elf uur met Glenn, die zwaar geïrriteerd was, het was immers 2 uur in de nacht in San Francisco. ‘Waar ben je?’ snauwde hij kortaf. ‘Ik zit in Amsterdam en ben Cheryl op het spoor, ze weet meer dan je lief is Glenn, ze verliet gisterochtend London en is via Heathrwo naar Amsterdam vertrokken.’ Hij deed net alsof hij dat allemaal feitelijk wist, maar het was slechts een gok die hij met volle overtuiging probeerde over te brengen. ‘Je hebt 24 uur om haar te vinden John, de ‘organisatie’ is bijzonder kwaad over je optreden. Ik weet niet of we je kunnen handhaven en je weet wat dat betekent.’ De rillingen liepen over zijn rug. Hij had wel vaker geruchten gehoord van verdwenen mensen uit de ‘organisatie’, waarvan nooit meer iets werd vernomen.

Hij hing op en zuchtte, hij had slechts 24 uur. Zelf gaan zoeken zou geen optie zijn. Het moest via het journalistiek circuit verlopen. Maar direct het NRC gebouw inlopen zou een te groot risico zijn. In plaats daarvan zou hij Cheryl on-line proberen te traceren. Hij wist dat ze niet zo heel veel op het web deed, maar ergens zou er een spoortje te viden moeten zijn. Via een sportclub, waar ze in lijstje voor zou komen of misschien wel op een foto verzamelsite. Hij vertrok met de trein richting Rotterdam en stapte daar uit. Hij was toe aan een kop koffie, en probeerde met zijn laptop of wifi te komen. Dat lukte aanvankelijk niet, omdat het aantal open en gratis hotspots in die tijd nog beperkt was. Even buiten het station lukt het wel. Waarschijnlijk gewoon een open wifi netwerk van een particulier die zijn netwerk niet het afgeschermd met een wachtwoord. John begon Cheryl to ‘Googlen’. Haar achternaam was Jong, typisch Hollands, maar in combinatie met haar voornaam zou ze toch makkelijk traceerbaar moeten zijn. Met ‘Cheryl Jong’ had hij gen succes, maar met ‘Cheryl de Jong’ wel. Hij kwam op een website van een basisschool in Gouda, waarop klasenfoto’s stonden vanuit het verleden. Met daaronder alle namen van de leerlingen die daar destijds op school hadden gezeten. Met alle zijn foute ervaringen op het gebied van privacy vroeg hij zich meteen af in hoeverre dit al dan niet strafbaar zou zijn, zeker als er geen toestemming zou zijn gevraagd. Die vraag snel achter zich latend, bracht hem echter wel bij Cheryl. Hij herkende haar jonge gezicht en besloot richting Gouda af te reizen.

Posted in hoofdstuk | Leave a comment