In een klein gebouw in één van de buitenwijken van Seoel in Zuid Korea, vond – zonder dat iemand dat ook maar kon vermoeden – een zeer complex experiment plaats. Een hoog begaafde student van de plaatselijke universiteit kreeg een riante beloning als zij ‘zijn kennis uit zijn hersenen mochten halen’. De jongen die weliswaar hoogbegaafd was, was echter qua sociale ontwikkelingen en onbenul en was op vrijwel alle vlakken in menselijke omgang naïef. Echter met geld was hij makkelijk over te halen. Zonder dat hij het zich realieerde stemde hij in met het experiment. Op de universiteit hadden ‘de organisatie’ nauwlettend alle bewegingen van een groep studenten in de gaten gehouden en overlegden over de plussen en minnen van verschillende studenten om uiteindelijk bij Lee Usibah uit te komen als ‘uitverkorene’ voor het experiment.
Lee studeerde politicologie en macro-economie en was geniaal in het analyseren van politieke geschiedenis in relatie tot toekomstige politieke ontwikkelingen wereldwijd. Hij doorzag vrijwel elk politiek spanningsveld in vele delen van de wereld en wist bijna angstwekkend nauwkeurig voorspellingen te doen over belangrijke economische bewegingen in de wereld. Kennis die van onschatbare waarde zou zijn voor regeringsleiders, grote industriële bedrijven en vooral voor ‘de organisatie’.
Lee kwam onder begeleiding het gebouw binnen en vermoedde niets. Zijn begeleiders waren vriendelijk geweest en vertelden hem onderweg dat ze middels een interview en een soort MRI hersenscan zouden onderzoeken hoe content in hersenen werd opgeslagen. Lee vond het kennelijk niet interessant genoeg, knikte slechts en was onderweg aan het bedenken wat hij met de 50.000 dollar beloning zou gaan doen.
Eenmaal binnen in een vrij neutrale omgeving in een oud gebouw, werd Lee overgedragen aan twee op verpleegsters lijkende vrouwen van Amerikaanse afkomt, aan hun taalaccent te horen. Lee vermoedde niets toen de vrouwen zeiden dat hij klaargemaakt moest worden voor het interview. Hij moest zich uitkleden om vervolgens stralingsvrije beschermende kleding aan te doen. Eén van de vrouwen zei onopvallend: ‘Standaard procedure bij een MRI scan’. Hij werd vervolgens naar een ruimte gebracht waar de MRI scanner stond en moest op een smal soort brancard gaan liggen, die later geheel automatisch door de scanner zou schuiven. Maar voordat dat gebeurde kreeg hij diverse sensoren geplaatst op zijn hersenen. Er was al van tevoren afgesproken dat hij naar de kapper moest om zich kaal te laten scheren, zodat de sensoren hun werk op de kale huid goed konden uitvoeren. Dat had hij – zonder iets te vermoeden – de vorige dag gedaan. Wat onwennig liep hij de kapperzaak uit, maar hij dacht aan het geld welke hij ermee kon verdienen en zijn haar zou in enkele weken weer flink zijn gegroeid. Veel kon het hem niet schelen.
Eenmaal op de smalle brancard, kreeg hij vrij plotseling een kapje op zijn mond en binnen enkele seconden was Lee van de wereld. Hij was bedwelmd, waarna hij een injectie kreeg, waardoor hij minstens de volgende 12 uur buitenwesten zou zijn. De brancard ging langzaam de scanner in, die veel langer werd gebruikt dan normaal qua straling was toegestaan voor gewoon menselijk hersenonderzoek. Een gemiddelde neurochirurg zou schrikken bij zo een uitgebreide blootstelling aan de straling van het MRI apparaat. Maar het kon de onderzoekers niet veel schelen, zelfs niet als het onderzoek bij Lee blijvende gevolgen zou achterlaten. Hij zou immers niet meer te weten komen wat er met hem was gebeurd, zijn persoonlijkheid zou geheel zijn veranderd na het onderzoek en de daarop volgende ‘ingreep’. Lee Usibah zou niet meer bestaan. Tijdens de scan werden al zijn hersenactiviteiten onderzocht. Er werden op cruciale plekken miniskuul kleine gaatjes in zijn hersenen geboord. De plekken waar Lee zijn hersenen reageerden op prikkels rondom zijn kennis waren goed te zien op de schermen in de ruimte achter de MRI scanner. Via de gaatjes werd vloeistof ingespoten om het geheugendeel te accentueren waarin zijn kennis lag opgeslagen. In de loop der jaren waren de meest gespecialiseerde neurochirurgen er achter gekomen hoe de opslag van data in het menselijk brein was geregeld. Vele decenmia lang was dit een raadsel. Elke vergelijking met computergeheugens ging mank. In feite waren computers kinderspel in vergelijking met hersenen van mensen. Maar professor Vanderhurst uit Chicago, die al jaren in Seoel onderzoek deed, ontdekte uiteindelijk de opslagstructuur van data in het menselijk brein. Als neurochirurg wist hij dat jij voor een enorme doorbraak stond op het gebied van biotechnologie, kennis, kunde en de ingrijpende mogelijkheden die deze kennis bood voor de wereld. Vanderhurst ging heel ver in zijn onderzoek en kreeg in Seoel een baan waarbij hij ‘zijn gang’ kon gaan. Hij wist aanvankelijk niets van de ‘organisatie’, maar was aanvankelijk wel verbaasd hoe makkelijk sterfgevallen door foutjes in het onderzoek werden afgevoerd. Hij hoorde er nooit meer iets van en raakte er zodanig aan gewend dat hij er zelf ook wat oppervlakkig van werd. Mensen waren voor hem contentbronnen, hij kikte op de uitdaging die content eruit te halen. De gevolgen voor de leeg gehaald mens, die eigenlijk daardoor hersendood was, kon hem door zijn fanatisme uiteindelijk niets meer schelen. Al het ‘vuile’ werk werd achter de schermen gedaan. De organisatie zorgde ervoor dat Vanderhurst zo min mogelijke eigen gewetensbezwaren zou ondervinden van zijn handelen. Dat lukte goed.
Toen Lee zijn content was gelokaliseerd, moest het dat deel uit zijn hersenen worden verwijderd. Maar niet voordat dat deel voorzien zou kunnen blijven van de nodige ‘energie’ om in leven te blijven. Dat was vele decennia lang de moeilijkste opdracht. Meestal stierf het stukje al voordat het in geïsoleerde kunsthersenen kon worden geplaatst om verder te functioneren. Die kunsthersenen waren aanvankelijk net zo groot als gewone hersenen, omdat er heel wat technologie nodig was om de content te kunnen uitlezen. Dat lukte in die oude versie slechts enkele keren van de vele honderden keren dat ze het stukje herseninhoud konden ‘aansluiten’ op de kunsthersenen. Vaak stierf een deeltje af, waardoor een deel van de kennis verloren was gegaan. Grote computer liepen dan vast op dwarsverbanden van kennis en was het experiment voor de zoveelste keer waardeloos geworden. Het was alles of niets, dus de operatie om precies het deel geschikte kennis uit de hersenen te halen, was dan ook een operatie van de hoogst mogelijke nauwkeurigheid.
Aanvankelijk mislukten vele operaties omdat men nog niet beschikte over de technieken om de schedel heel te laten en met hele klein boringen de contentdeeltjes te bereiken. Vele honderden mensen lieten aanvankelijk het leven, omdat aanvankelijk de hersenen van de nog levende mens supersnel werden opengemaakt. Binnen tientallen seconden overleed de ‘patiënt’, maar waren de chirurgen wel in staat geweest te bestuderen waar het stukje kennis zich in de hersenen bevond. Uiteindelijk wisten ze een techniek te ontwikkelen, waarmee ze het stukje konden isoleren en met biotechnologie in leven konden houden en dat alles met heel kleine boringen in de hersenen. Aanvankelijk hadden de gaten nog een doorsnede van een centimeter om het stukje geheugen te kunnen verwijderen, maar tegenwoordig lukt het binnen 3 millimeter. Eerst wordt diverse gaatjes geboord van een halve millimeter om alle ‘aansluitingen’ te kunnen maken op de ‘bioleidingen’ die het geheugen in leven houden. Die leidingen zijn lang genoeg om ze uiteindelijk allemaal gebundeld aan het stukje geheugen via het laatste boorgaat levend naar buiten te brengen. Als het stukje verwijderd was en dus functioneerde vanuit de kunsthersenen zou het project geslaagd zijn. Dat mislukte vaak, doodaat de aansluitingen door de kleine gaatjes die door de hersenen van de patiënt liepen uiteindelijk rechtstreeks vanuit de kunsthersenen naar het geheugen moesten. De schedel werd dus volledig gedemonteerd en daarbij raakte vaak één van de bioleidingen beschadigd en stierf het geheugen vrijwel meteen. Ook dat was de afgelopen jaren vele honderden keren gebeurd.
Bij Lee ging alles voorspoedig Er waren vier chirurgen bezig de schedel voorzichtig te verwijderen en de ‘biodraden’ onbeschadigd over te brengen naar de kunsthersenen. Het was slechts een paar keer eerder gelukt. De ‘organisatie’ beschikte inmiddels over hoogwaardige kennis omtrent kernfysica, informatica, psychologie en criminologie. Met Lee zijn kennis op het gebied van politiek en economie, zou inmiddels een aardige hoeveelheid ‘preset knowledge kits’ beschikbaar komen, die ‘aansluitbaar’ zouden zijn op een centrale biochip, die uiteindelijk leren volledig overbodig zou maken. De kopieerbaarheid en beïnvloedbaarheid van de ‘preset knowledge kits’ was nu nog beperkt, maar het overbrengen van kennis van iemand naar de hersenen van een ander zou een enorme doorbraak zijn voor de neurochirurgie. Aanvankelijk werd natuurlijk in vreedzame toepassingen gedacht, bijvoorbeeld het behouden van kennis van iemand die op het punt stond te gaan overlijden. De kennis zou dan in een computer worden gestopt om het vervolgens te kunnen gebruiken op universiteiten. Maar al snel werden minder vreedzame doelen bedacht.
Lee zijn ‘operatie’ lukte op het nippertje, bijna werd één van de biodraadjes beschadigd door een kleine verkeerde beweging, maar het ging net goed. Lee werd afgevoerd, zoals de meesten, die ‘zover’ waren gekomen. Aanvankelijk gingen mensen na een MRI scan nog wel eens levend de deur uit, maar velen waren hun identiteit kwijt doordat er beschadigingen door de te intensieve straling in hun hersenen was opgetreden. In het begin werden die mensen gewoon de straat op gestuurd en je zag zo nooit meer terug.
Maar dat ging een keer fout. Jessy Bakerwill uit Engeland, een specialist op het gebied van sterrenkunde, was haar inhoudelijke kennis volledig kwijtgeraakt. Maar kennelijk was de index naar die kennis niet defect. Haar hersenen werkten dus nog wel zodanig dat ze wist dat ze alles kwijt was, maar verder waren er geen beschadigingen. Aanvankelijk kwam ze terecht in een depressie, omdat ze gefrustreerd was dat ze haar geheugen – alleen op dat gebied kwijt was. Maar ze wist wel dat ze had gestudeerd, had gewerkt in dat vakgebied en ook kende ze nog de namen van de mensen met wie ze had gewerkt. Na de operatie in Seoel stond ook zij op straat en dacht de ‘organisatie’ haar nooit meer te zien. Maar dat liep anders. Na twee jaar stond ze – na een enorme zware psychiatrische behandeling – samen met twee van haar specialisten op de stoep van het onopvallende gebouw. Ze wist dat ze nooit meer op haar niveau zou kunnen werken, maar wilde een einde maken aan deze praktijken. Aanvankelijk wilde niemand haar verhaal geloven, maar twee van haar behandelende artsen uit de kliniek wilden haar wel begeleiden naar de kliniek waar zij een paar jaar geleden uit vrije wil meewerkte aan het onderzoek.
Iedereen die meedeed, ondertekende een soort vrijwaringsbewijs, zodat claimes niet mogelijk zouden zijn. Die ondertekening vond eigenlijk altidj net plaats vlak voordat iemand volledig bedwelmd was. Vaak vage handtekeningen, maar goed genoeg om zogenaamd geldig te zijn. Ook Jessy had dat gedaan en kon zich het moment nog herinneren. Haar hersenen waren uitzonderlijk goed gegroepeerd in verschillende geheugensegmenten, dat viel tijdens haar behandeling op, maar de content was in bepaalde gevallen ook niet volledig te isoleren, dat wekte verwarring.
Toen ze aanbelden bij het onopvallende gebouw werd er gewoon opengedaan door een soort portier, die beleefd vroeg waar men voor kwam. Een beetje aarzelend begon Jessy te vragen naar de MRI onderzoeksruimte. De man die in de deuropening stond fronste zijn wenkbrauwen en zei: ‘U moet zich vergissen, dit is een bejaardentehuis voor demente mensen, we zitten hier al 22 jaar.’
De twee artsen die Jessy begeleidden hadden altijd al twijfels gehad bij haar verhaal, maar omdat ze zo aandrong, besloten ze haar het voordeel van de twijfel te geven en reisden vanaf London mee naar Seoel. De deur ging dicht, maar daarachter vond meteen koortsachtig overleg plaats. Er werd snel een besluit genomen vanuit de ‘organisatie’. ‘Volg deze mensen op hun terugreis naar London en elimineer haar op zorgvuldige wijze, met haar begeliders hoef je niets te doen’. Dat was de opdracht die Philip Krendel kreeg. Twee dagen later zat hij in het vleigtuig naar London. Drei rijen voor hem zaten Jessy en haar begeleiders, ze waren allemaal teleurgesteld en zeiden de reis weinig tegen elkaar.