Geruisloos had ze haar koffer gepakt. De taxi zou al om zes uur in de ochtend beneden staan. Haar voice recorder had al die tijd onder haar kussen gelegen, zodat er hooguit wat achtergrondgeluiden te horen waren geweest bij de organisatie. Het zou nu 9 uur in de avond zijn in San Francisco, de ‘organisatie’ zou nog zeker luisteren naar mogelijke activiteiten.
Toen ze haar kamer verliet pakte ze de voice recorder, keek ernaar en twijfelde wat ze ermee zou doen. Meenemen naar de luchthaven zou niet kunnen, het zou immers nu meten al haar lokatie verraden. Kapotmaken zou ook argwaam wekken. Ze besloot het apparaatje onder haar kussen te laten liggen en verliet geruisloos de kamer. Gisteravond had ze nog nauwkeurig haar aantekeningen bijgewerkt, die zorgvuldig in haar handbagage waren opgeborgen.
Cheryl betaalde haar rekening en gaf haar bagage aan de taxichauffeur. Om kwart over zes reed de taxi weg richting Heathrow. Het verkeer viel om die tijd nog mee, vrijwel zonder enige vertraging werd de luchthaven bereikt, ze zou vanaf Terminal 1 naar Amsterdam vertrekken. Haar vlucht, de BA428, zou om half acht vertrekken.
Haar ticket en instapkaart lagen al klaar bij de BA Ticket Office, na het inleveren van haar bagage liep ze door naar de pasporrt controle en controle van haar handbagage. Zoals gebruikelijk moets ze haar laptop opstarten. Een knikkende beveiligings beambte liet haar door. Ze zocht naar een telefooncel in de vertrekhal en belde Patrick: ‘Alles verloopt volgens plan, ik ben snel in Nederland, vanaf daar neem ik contact met je op’. ‘Doe voorzichtig’, zei Patrick en de verbinding werd al snel verbroken.
De vlucht verliep prima, met het uur tijdsverschil tussen London en Amsterdam stond ze om pakweg half tien op Nederlandse bodem. Ze was opgelucht. Het was spannend geweest de afgelopen 24 uur. Het uitdenken, het uitvoeren en uiteindelijke het lukken van het gehele plan had haar vermoeid. Het was ook maar slechts een paar dagen na haar vlucht uit San Francisco, ze had het gevoel nog niet helemaal over haar jet-lag heen te zijn.
Om tien uur had ze haar bagage en pakte haar mobieltje, welke ze alleen gebruikt wanneer ze in Nederland is. Ze belde haar vader en zei: ‘Pap, ik kom zo naar je toe, ik ben net geland op Schiphol’. Hij vond het fantastisch dat zijn dochter hem kwam bezoeken en had geen idee wat er allemaal aan de hand was. Dat zou hij slechts in beperkte bewoordingen te horen krijgen. Het was heerlijk weer even thuis te zijn, de Nederlandse sfeer te proeven. Toch merkte Cheryl’s vader dat ze gespannen was en vroeg hoe het met haar ging. ‘Het zijn drukke tijden, ik moet straks naar de redactie om wat zaken door te nemen die niet helemaal lekker lopen, maar ik red me wel’. Haar vader wist precies op welke momenten hij zijn mond verder moest houden. Dit was zo een zin van: ‘Verder niets meer vragen’.
Ze kletsten nog zeker een uur over het leven van haar vader na het overlijden van haar moeder. Het ging redelijk met hem, dat kon ze zien. Daar was ze blij om. Tegen de lunchtijd zei ze dat ze naar Rotterdam moest. Ze was met de taxi naar Gouda gekomen, waar ze een klein apartement had, vlak bij haar vader in de buurt. ‘Moet ik je even naar huis brengen?’, vroeg hij. ‘Graag, dat scheelt wat gesjouw met de bagage.’
Eenmaal thuis voelde ik hoe moe ik eigenlijk was. Ik ging op de bank zitten, keek naar de stapels post die mijn vader de afgelopen tijd netjes had gesorteerd. Rekeningen regelde hij allemaal, dat was wel fijn. Dus die stapel kon ook vandaag nog wel even wachten. Cheryl besloot eerst naar de redactie te gaan om duidelijkheid te krijgen. Ze was benieuwd naar al hetgeen Frank al dan niet te vertellen had.
Bij aankomst leek het alsof er in de wereld van journalistiek niets was veranderd. Verschillende mensen zeiden in het voorbijlopen slechts ‘Hoi’, terwijl ik toch lange tijd geen voet had verplaatst in het zenuwcentrum van de krant. Ik liep regelrecht naar Frank zijn kantoor. Maar tot mijn verbazing was hij er niet en zat er iemand anders op zijn plek, die ik niet kende. Ik klopte op de deur, liep naar binnen en vroeg waar ik Frank kon vinden. De man stond op en gaf mij een hand en zei: ‘Ga even zitten, mijn naam is Eduard de Jong, ik heb Frank zijn taken overgenomen. Ik wist dat je vandaag zou komen na je 547 oproep van gisteren’. ‘Waar is Frank terecht gekomen?’, vroeg ik koeltjes, maar ik voelde dat er iets fout zat. ‘Frank werkt niet meer bij NRC, hij is sinds vorig week vertrokken, niemand weet waarheen, hij had een briefje hier op zijn bureau achtergelaten en is daarna niet meer gezien. Zijn vrouw maakt zich grote zorgen en is bang dat hem iets is overkomen. Jij hebt als laatste contact met hem gehad, weet jij iets?’ ‘Iets, iets…..?’ Cheryl had geen idee waar ze most beginnen, ze dacht na, maar werd door de woorden van Eduard onderbroken in haar gedachten.
‘Ik ben nieuw hier, dus ik ben me nog aan het inwerken, vertel wat meer over jezelf, ik heb je personeels dossier wel gekregen, maar ik heb je vanwege je klus in de Verenigde Staten nog niet kunnen spreken. Wat deed je daar?’ ‘Jeetje, wat is dit?’ Cheryl was woedend en vroeg zich af wat ze op de redactie deed. Niemand die wist wat er allemaal gebeurd was, nog stond te gebeuren. En hier stond ze dan met een beetje formeel uitziend mannetje met een personeels dossier, die aan mij vroeg wat ik zoal deed, alsof ik op sollicitatiegesprek kwam.
‘Dit is compleet nutteloos, sorry, maar dit gaat nu even niet werken. Ik heb zoveel aan mijn hoofd, ik moet Frank spreken, er is een grote kans dat hij iets te maken heeft met het onderzoek waar ik mee bezig was. Help me daar mee, de rest moet echt later, dit heeft prioriteit.’ Eduard keek nieuwsgierig naar de vrouw die hij voor het eerst sprak. Maar hij merkte dat er iets aan de hand was en kon niet veel meer doen dan toegeven aan haar ‘opdracht’. ‘Goed, laten we schakelen’, zei hij en hij nam ineens de positie aan van een onderzoeker, geheel in tegenstelling tot zijn eerste formele opstelling. Later zou ik te horen krijgen dat hij onderzoeksjournalist was geweest en dat hij dat werk wel een beetje miste bij NRC.
Ik ging weer zitten en begon mijn verhaal, maar ondertussen werkten mijn hersenen op volle toeren om erachter te komen wat er met Frank was gebeurd. Eduard vatte mijn hele verhaal in een paar regels samen: ‘Dus jij bent gevraagd voor een opdracht om mensen te spreken – wereldwijd – en jij kwam er dus achter dat er een bepaalde structuur zat in de antwoorden die werden gegeven, dat maakte je samen met je vreemde voice recorder achterdochtig.’ Weer kwaad: ‘Als je het zo stelt, dan kunnen we wel ophouden, je doet net alsof ik met iets onnozels binnen kom lopen en alsof ik mijn eerste stukje tekst moet komen inleveren.’ Eduard zuchtte: ‘Ik begrijp je opwinding wel, maar laten we het gehele verhaal nou tot de hoofdlijnen beprken, dan vinden we misschien aanknopingspunten.’ Cheryl was het zat: ‘Ik moet Frank zien te vinden, ik heb nu geen tijd voor een analyse van hetgeen tot nu toe is gebeurd, het is teveel om in een paar zinnen samen te vatten, ik weet dat er wereldwijd wat aan de hand is, zowel de ICT branche als de medische branche hebben hier iets mee te maken. Wat het precies is weet ik niet, maar het is groot en naar mijn gevoel risicovol. Dus je doet met mij mee, of je blijft hier achter je bureau zitten, aan jou de keuze.’ Eduard lachte en zei: ‘Ik had al gehoord dat je een pittige dame was, ok, ik geef me gewonnen, we spelen jouw spel’. Cheryl wilde op het laatste woord ingaan, maar deed het niet om tijd te winnen: ‘Geef me alles wat we van Frank hier in huis hebben, bel personeelszaken op en vraag naar zijn adres. Ik ga meteen naar zijn huis toe, ik wil zijn vrouw Edith spreken. Ze wonen in Capelle a/d IJssel, bel me onderweg voor het adres’. Nog voordat Eduard kon reageren liep ze het glazen kantoortje van Eduard uit.
Met haar mobiel belde ze Patrick: ‘Ik maak me zorgen om Frank, hij werkt hier niet meer, is van de ene op de andere dag verdwenen, niemand weet waar hij is. Ik ga nu naar zijn vrouw toe om na te gaan wat zij weet’. Patrick was niet verbaasd: ‘We zitten in een behoorlijk complex netwerk, heb ik zo het vermoeden. Vreemd genoeg kan ik nits over Glenn en John vinden, op het web ‘leven’ deze mensen domweg net. En dat is hoogst merkwaardig, zeker in het geval van John, die zo graag software op jouw computer wilde zetten om netwerk contacten mee te onderhouden. Eigenlijk jammer, dat je dat niet hebt toegestaan, we hadden daarmee misschien meer te weten gekomen.’ Cheryl zichtte en zei: ‘Ja, je hebt gelijk, dat had beter geweest, maar ik was al dat gedoe rondom die voice recorder al meer dan zat. Het idee steeds gevolgd te worden, als dat ook nog eens met mijn laptop zou gebeuren, dan zou ik mijn privacy kwijt zijn.’ Patrick gaf toe dat het wel heel veel vergt om je privacy op te geven en te weten dat een ander steeds weet waar je bent en wat je doet. Beiden hadden op dat moment nog niet het vermoeden dat hetgeen zij meemaakten slechts het begin was van een totale overname van de controle van de wereld, hetgeen later onder de noemer cyberwar werd bekrachtigd. Intussen tikte Patrick Frank zijn naam in en ook bij hem geen enkel zoekresultaat. ‘Dat is ook al merkwaardig’, zei Cheryl. Hij zou op zijn minst zichtbaar moeten zijn bij NRC, daar staat hij nog onder het colofon van de redactie, dat moet toch nog op Google zichtbaar zijn. In die tijd wist vrijwel niemand hoe Google het gehele web indexeerde en vrijwel de gehele wereld in kaart bracht. In 2010 zou Google vrijwel elke uitspraak van iedereen die ook maar iets publiceerde op het web, indexeren. En niemand zou in staat zijn om ook maar iets te laten verwijderen.
Edith was thuis, we hadden elkaar een paar keer ontmoet op een receptie van NRC. Ze begoette me vriendelijk, maar keek zeer zorgelijk. ‘Al iets gehoord?’, vroeg ik om het gesprek maar een beetje op gang te brengen. ‘Nee, niets’, de tranen rolden over haar wangen, ze kon zich niet in bedwang houden. ‘Weet jij iets meer?’, kon ze tussen de tranen nog niet uitbrengen. Hoe zou ik beginnen, wat wist zel zelf over de opdracht die Frank mij had gegeven. Wat had hij haar verteld? Journalisten zijn vaak zwijgzaam als het gaat over opdrachten die onduidelijk zijn of zelfs gevaar zouden opleveren.