12.

Geruisloos had ze haar koffer gepakt. De taxi zou al om zes uur in de ochtend beneden staan. Haar voice recorder had al die tijd onder haar kussen gelegen, zodat er hooguit wat achtergrondgeluiden te horen waren geweest bij de organisatie. Het zou nu 9 uur in de avond zijn in San Francisco, de ‘organisatie’ zou nog zeker luisteren naar mogelijke activiteiten.
Toen ze haar kamer verliet pakte ze de voice recorder, keek ernaar en twijfelde wat ze ermee zou doen. Meenemen naar de luchthaven zou niet kunnen, het zou immers nu meten al haar lokatie verraden. Kapotmaken zou ook argwaam wekken. Ze besloot het apparaatje onder haar kussen te laten liggen en verliet geruisloos de kamer. Gisteravond had ze nog nauwkeurig haar aantekeningen bijgewerkt, die zorgvuldig in haar handbagage waren opgeborgen.
Cheryl betaalde haar rekening en gaf haar bagage aan de taxichauffeur. Om kwart over zes reed de taxi weg richting Heathrow. Het verkeer viel om die tijd nog mee, vrijwel zonder enige vertraging werd de luchthaven bereikt, ze zou vanaf Terminal 1 naar Amsterdam vertrekken. Haar vlucht, de BA428, zou om half acht vertrekken.

Haar ticket en instapkaart lagen al klaar bij de BA Ticket Office, na het inleveren van haar bagage liep ze door naar de pasporrt controle en controle van haar handbagage. Zoals gebruikelijk moets ze haar laptop opstarten. Een knikkende beveiligings beambte liet haar door. Ze zocht naar een telefooncel in de vertrekhal en belde Patrick: ‘Alles verloopt volgens plan, ik ben snel in Nederland, vanaf daar neem ik contact met je op’. ‘Doe voorzichtig’, zei Patrick en de verbinding werd al snel verbroken.

De vlucht verliep prima, met het uur tijdsverschil tussen London en Amsterdam stond ze om pakweg half tien op Nederlandse bodem. Ze was opgelucht. Het was spannend geweest de afgelopen 24 uur. Het uitdenken, het uitvoeren en uiteindelijke het lukken van het gehele plan had haar vermoeid. Het was ook maar slechts een paar dagen na haar vlucht uit San Francisco, ze had het gevoel nog niet helemaal over haar jet-lag heen te zijn.

Om tien uur had ze haar bagage en pakte haar mobieltje, welke ze alleen gebruikt wanneer ze in Nederland is. Ze belde haar vader en zei: ‘Pap, ik kom zo naar je toe, ik ben net geland op Schiphol’. Hij vond het fantastisch dat zijn dochter hem kwam bezoeken en had geen idee wat er allemaal aan de hand was. Dat zou hij slechts in beperkte bewoordingen te horen krijgen. Het was heerlijk weer even thuis te zijn, de Nederlandse sfeer te proeven. Toch merkte Cheryl’s vader dat ze gespannen was en vroeg hoe het met haar ging. ‘Het zijn drukke tijden, ik moet straks naar de redactie om wat zaken door te nemen die niet helemaal lekker lopen, maar ik red me wel’. Haar vader wist precies op welke momenten hij zijn mond verder moest houden. Dit was zo een zin van: ‘Verder niets meer vragen’.
Ze kletsten nog zeker een uur over het leven van haar vader na het overlijden van haar moeder. Het ging redelijk met hem, dat kon ze zien. Daar was ze blij om. Tegen de lunchtijd zei ze dat ze naar Rotterdam moest. Ze was met de taxi naar Gouda gekomen, waar ze een klein apartement had, vlak bij haar vader in de buurt. ‘Moet ik je even naar huis brengen?’, vroeg hij. ‘Graag, dat scheelt wat gesjouw met de bagage.’

Eenmaal thuis voelde ik hoe moe ik eigenlijk was. Ik ging op de bank zitten, keek naar de stapels post die mijn vader de afgelopen tijd netjes had gesorteerd. Rekeningen regelde hij allemaal, dat was wel fijn. Dus die stapel kon ook vandaag nog wel even wachten. Cheryl besloot eerst naar de redactie te gaan om duidelijkheid te krijgen. Ze was benieuwd naar al hetgeen Frank al dan niet te vertellen had.

Bij aankomst leek het alsof er in de wereld van journalistiek niets was veranderd. Verschillende mensen zeiden in het voorbijlopen slechts ‘Hoi’, terwijl ik toch lange tijd geen voet had verplaatst in het zenuwcentrum van de krant. Ik liep regelrecht naar Frank zijn kantoor. Maar tot mijn verbazing was hij er niet en zat er iemand anders op zijn plek, die ik niet kende. Ik klopte op de deur, liep naar binnen en vroeg waar ik Frank kon vinden. De man stond op en gaf mij een hand en zei: ‘Ga even zitten, mijn naam is Eduard de Jong, ik heb Frank zijn taken overgenomen. Ik wist dat je vandaag zou komen na je 547 oproep van gisteren’. ‘Waar is Frank terecht gekomen?’, vroeg ik koeltjes, maar ik voelde dat er iets fout zat. ‘Frank werkt niet meer bij NRC, hij is sinds vorig week vertrokken, niemand weet waarheen, hij had een briefje hier op zijn bureau achtergelaten en is daarna niet meer gezien. Zijn vrouw maakt zich grote zorgen en is bang dat hem iets is overkomen. Jij hebt als laatste contact met hem gehad, weet jij iets?’ ‘Iets, iets…..?’ Cheryl had geen idee waar ze most beginnen, ze dacht na, maar werd door de woorden van Eduard onderbroken in haar gedachten.

‘Ik ben nieuw hier, dus ik ben me nog aan het inwerken, vertel wat meer over jezelf, ik heb je personeels dossier wel gekregen, maar ik heb je vanwege je klus in de Verenigde Staten nog niet kunnen spreken. Wat deed je daar?’ ‘Jeetje, wat is dit?’ Cheryl was woedend en vroeg zich af wat ze op de redactie deed. Niemand die wist wat er allemaal gebeurd was, nog stond te gebeuren. En hier stond ze dan met een beetje formeel uitziend mannetje met een personeels dossier, die aan mij vroeg wat ik zoal deed, alsof ik op sollicitatiegesprek kwam.

‘Dit is compleet nutteloos, sorry, maar dit gaat nu even niet werken. Ik heb zoveel aan mijn hoofd, ik moet Frank spreken, er is een grote kans dat hij iets te maken heeft met het onderzoek waar ik mee bezig was. Help me daar mee, de rest moet echt later, dit heeft prioriteit.’ Eduard keek nieuwsgierig naar de vrouw die hij voor het eerst sprak. Maar hij merkte dat er iets aan de hand was en kon niet veel meer doen dan toegeven aan haar ‘opdracht’. ‘Goed, laten we schakelen’, zei hij en hij nam ineens de positie aan van een onderzoeker, geheel in tegenstelling tot zijn eerste formele opstelling. Later zou ik te horen krijgen dat hij onderzoeksjournalist was geweest en dat hij dat werk wel een beetje miste bij NRC.

Ik ging weer zitten en begon mijn verhaal, maar ondertussen werkten mijn hersenen op volle toeren om erachter te komen wat er met Frank was gebeurd. Eduard vatte mijn hele verhaal in een paar regels samen: ‘Dus jij bent gevraagd voor een opdracht om mensen te spreken – wereldwijd – en jij kwam er dus achter dat er een bepaalde structuur zat in de antwoorden die werden gegeven, dat maakte je samen met je vreemde voice recorder achterdochtig.’ Weer kwaad: ‘Als je het zo stelt, dan kunnen we wel ophouden, je doet net alsof ik met iets onnozels binnen kom lopen en alsof ik mijn eerste stukje tekst moet komen inleveren.’ Eduard zuchtte: ‘Ik begrijp je opwinding wel, maar laten we het gehele verhaal nou tot de hoofdlijnen beprken, dan vinden we misschien aanknopingspunten.’ Cheryl was het zat: ‘Ik moet Frank zien te vinden, ik heb nu geen tijd voor een analyse van hetgeen tot nu toe is gebeurd, het is teveel om in een paar zinnen samen te vatten, ik weet dat er wereldwijd wat aan de hand is, zowel de ICT branche als de medische branche hebben hier iets mee te maken. Wat het precies is weet ik niet, maar het is groot en naar mijn gevoel risicovol. Dus je doet met mij mee, of je blijft hier achter je bureau zitten, aan jou de keuze.’ Eduard lachte en zei: ‘Ik had al gehoord dat je een pittige dame was, ok, ik geef me gewonnen, we spelen jouw spel’. Cheryl wilde op het laatste woord ingaan, maar deed het niet om tijd te winnen: ‘Geef me alles wat we van Frank hier in huis hebben, bel personeelszaken op en vraag naar zijn adres. Ik ga meteen naar zijn huis toe, ik wil zijn vrouw Edith spreken. Ze wonen in Capelle a/d IJssel, bel me onderweg voor het adres’. Nog voordat Eduard kon reageren liep ze het glazen kantoortje van Eduard uit.

Met haar mobiel belde ze Patrick: ‘Ik maak me zorgen om Frank, hij werkt hier niet meer, is van de ene op de andere dag verdwenen, niemand weet waar hij is. Ik ga nu naar zijn vrouw toe om na te gaan wat zij weet’. Patrick was niet verbaasd: ‘We zitten in een behoorlijk complex netwerk, heb ik zo het vermoeden. Vreemd genoeg kan ik nits over Glenn en John vinden, op het web ‘leven’ deze mensen domweg net. En dat is hoogst merkwaardig, zeker in het geval van John, die zo graag software op jouw computer wilde zetten om netwerk contacten mee te onderhouden. Eigenlijk jammer, dat je dat niet hebt toegestaan, we hadden daarmee misschien meer te weten gekomen.’ Cheryl zichtte en zei: ‘Ja, je hebt gelijk, dat had beter geweest, maar ik was al dat gedoe rondom die voice recorder al meer dan zat. Het idee steeds gevolgd te worden, als dat ook nog eens met mijn laptop zou gebeuren, dan zou ik mijn privacy kwijt zijn.’ Patrick gaf toe dat het wel heel veel vergt om je privacy op te geven en te weten dat een ander steeds weet waar je bent en wat je doet. Beiden hadden op dat moment nog niet het vermoeden dat hetgeen zij meemaakten slechts het begin was van een totale overname van de controle van de wereld, hetgeen later onder de noemer cyberwar werd bekrachtigd. Intussen tikte Patrick Frank zijn naam in en ook bij hem geen enkel zoekresultaat. ‘Dat is ook al merkwaardig’, zei Cheryl. Hij zou op zijn minst zichtbaar moeten zijn bij NRC, daar staat hij nog onder het colofon van de redactie, dat moet toch nog op Google zichtbaar zijn. In die tijd wist vrijwel niemand hoe Google het gehele web indexeerde en vrijwel de gehele wereld in kaart bracht. In 2010 zou Google vrijwel elke uitspraak van iedereen die ook maar iets publiceerde op het web, indexeren. En niemand zou in staat zijn om ook maar iets te laten verwijderen.

Edith was thuis, we hadden elkaar een paar keer ontmoet op een receptie van NRC. Ze begoette me vriendelijk, maar keek zeer zorgelijk. ‘Al iets gehoord?’, vroeg ik om het gesprek maar een beetje op gang te brengen. ‘Nee, niets’, de tranen rolden over haar wangen, ze kon zich niet in bedwang houden. ‘Weet jij iets meer?’, kon ze tussen de tranen nog niet uitbrengen. Hoe zou ik beginnen, wat wist zel zelf over de opdracht die Frank mij had gegeven. Wat had hij haar verteld? Journalisten zijn vaak zwijgzaam als het gaat over opdrachten die onduidelijk zijn of zelfs gevaar zouden opleveren.

Posted in hoofdstuk | 2 Comments

11.

John had gebeld met Glenn en zei dat alles redelijk volgens plan verliep. De volgende dag zou hij een poging wagen om de laptop can Cheryl te voorzien van de nodige software. Dat liep echter anders.

Na een leuke dag in de stad trakteerde John op een luxe etentje in een leuk restaurantje, ergens ver weg gestopt op een leuk rustiek uitziend pleintje. Niet makkelijk te vinden voor de gemiddelde toerist. Dat was dan in het minste wat Cheryl had overgehouden aan het dagje wandelen. Meerdere keren kwam John terug op zijn ‘hobby’ met zijn computer. Cheryl was weer alert en besloot geen enkel stukje software op haar computer te laten installeren. Maar die taak bleek niet eenvoudig te zijn.

Ze zouden vanochtend naar hun eerste afspraak gaan, met wer die gebruikelijke lijst met medische vragen, waar Chrystel zo nu en dan al van afweek. Ze werd daarin niet gecorrigeerd, dat zou teveel opvallen en argwaam wekken. Glenn had tegen de ‘drie’ van de ‘organisatie’ gezegd dat hij het een beetje op zijn beloop wilde laten, Hij vond dat de uiteindelijke gegevens relevant genoeg zouden zijn om met de volgende fase van het experiment te kunnen beginnen.

John kwam opgewekt het hotel binnen, nu wat formeler gekleed. Cheryl zag er betoverdn uit. Die keuze had ze bewust gemaakt, niet om John te verleiden, maar wel af te leiden van zijn plannetjes met software. Hij leek er aanvankelijk niet op in te gaan en vroeg of ik mijn laptop had meegenomen. ‘O, sorry, helemaal niet aan gedacht, doen we vanavond wel’, was mijn korte antwoord. ‘Laten we gaan’, vervolgde ik snel. John zei ietwat teleurgesteld: ‘Ja, goed, het is niet ver hier vandaan, we kunnen lopen’. ‘Prima’, ik hield het kort en super zakelijk. Ik hoefde de rol van professionele journalist niet te spelen, maar wel die van achterdochtige onderzoeker, en dat was nieuw.

Het gesprek was met een hoge ambtenaar van het Ministerie van Gezondheidszorg. Chrystel had zich voorgenomen een aantal crusiale vragen niet te stellen. Vooral die vragen waarop steeds dezelfde antwoorden werden gegeven, zou ze achterwege laten, in de hoop het proces te verstoren. John liet achteraf niets merken, maar bij de ‘organisatie’ waren ze boos. Glenn zei dat Cheryl van de klus gehaald moest worden. ‘Ze weet niets, maar eigenlijk ook teveel, ze heeft door dat antwoorden exact hetzelfde zijn.’ De ‘drie’ overlegden met Glenn, samen concludeerden ze dat er nog één gesprek zou moeten plaatsvinden, dat zou de ‘organisatie’ meer tijd geven om gepaste maatregelen te nemen.

Ze keerden terug naar het hotel, waar ze samen zouden lunchen. Cheryl was op voorhand voorbereid op John’s pogingen wat met haar laptop te willen gaan doen. ‘Ik ga even douchen voor de volgende afpraak, voel me een beetje zweterig, ik ben zo terug, ok?’ John wist dat dit niet het moment was om naar haar laptop te vragen en knikte vriendelijk instemmend. Toen Cheryl wegliep had hij overigens totaal andere gedachten, maar daar zou hij zich niet toe laten verleiden, dat zou fataal zijn. De ‘organisatie’ zou hem onmiddellijk van de klus halen, hij wist dat hij zich dat niet kon veroorloven.

Chrystel controleerde haar kamer weer, het werd routine, deed snel wat andere kleren aan en gebruikte de resterende tijd om Patrick te bellen. Dat deed zij niet vanaf haar kamer, maar vanaf een algemene telefoon die op haar verdieping stond. Het was 2 uur in de middag, in Washington zou het 9 uur zijn, laat genoeg om Patrick te kunnen bellen. ‘ik moet het heel kort houden’, zei ze zonder Patrick de kans te geven het woord te nemen. Ze vertelde in vogelvlucht hetgeen ze de afgelopen twee dagen had meegemaakt en dat ze waarschijnlijk binnenkort van de klus zou worden gehaald. Ze zei dat ze het gevoel had gevaar te lopen. Snel vertelde ze nog iets over haar laptop en de plannen van John. Ze was ineens warrig, hetgeen Patrick zorgen maakte. ‘Houd je rustig, ik zal die John even nalopen, wie weet kom ik iets te weten. En over Glenn weet ik ook meer….’ Chrystel onderbrak hem: ‘Ik heb geen tijd meer, ik moet Frank bellen’ Ze legde de telefoon neer en stond op en zag John net de lift uitkomen.

‘Kunnen we nog even naar je laptop kijken?’, was zijn kans om het moment waarop Cheryl betrapt werd in haar telefoongsprek op de gang te omzeilen. Hij zag haar nog net het gesprek beëindigen. ‘O, nee, laten we gaan, we zijn al laat voor onze volgende afspraak, ik belde net de receptie om aan jou door te geven of je de auto alvast wilde halen, deze afspraak kunnen we niet lopend af, althans ik niet op deze hakken’. Ze zag er wderom betoverend uit, nu met een strak zwart jurkje, nog korter dan vanochtend. ‘Om gek van te worden’, dacht John toen hij naar haar pumps keek. Ookhij corrigeerde zich snel en zei: ‘Goed dat je daaraan dacht, kom laten we gaan’. In de lift stonden ze zwijgzaam naast elkaar, elk zo in gedachten hoe het nu verder zou moeten gaan.

In het volgende gesprek zou Cheryl zich braaf gedragen en geen van de cruciale vragen overslaan. Dat zou de verwarring compleet maken. Intussen dacht Cheryl eraan hoe ze vanmiddag laat zich zou kunnen ontdoen van John. Het liefst zou ze vanavond al een enkeltje Amsterdan nemen.
John dacht hoe hij makkelijk in haar kamer zou kunnen komen om op een onbewaakt moment software op haar computer te plaatsen. Maar hij besloot dat dat geen nut zou hebben. Ondanks het feit dat ze niet veel had met computers, zou ze slim genoeg zijn om door te hebben dat er wat veranderd was. Nee, dat plan zou niet meer werken, de ‘organisatie’ zou maar wat anders moeten bedenken, als daar tenminste nog tijd voor zou zijn.

Het gesprek vond plaats bij British Telecom, met de CTO – Chief Technology Officer – een jonge man, goed gekleed en nog aan het begin van zijn loopbaan. Hij liep mank, het gevolg van een zwaar ingeval tijdens een ski vkantie, waarvoor hij 2 weken in het ziekenhuis had gelegen. Zijn rechterbeen was vrijwel geheel vervangen door een prothese. Met heel veel therapie is hij weer redelijk ter been gekomen. Hij liet de protese zien en het was werkelijk te mooi om op het eerste gezicht te geloven. Geen plastic uitziend kaal stuk been, maar een met haren begroeid been, welke er zeer ‘menselijk’ uitzag, voorzover je dat van kunststof kon zeggen. ‘Alles wordt digitaal aangestuurd vanuit de hersenen’, zei hij, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Ik vroeg niet naar verdere details, maar hij kon het niet laten dat zelf te vertellen. ‘De zenuwkanalen vanuit mijn hersenen zijn door middel van bio technologie met de kunstmatige spieren verbonden.’ ‘Indrukwekkend’ was het enige wat ik kon uitbrengen en stelde toen de cruciale vraag: ‘Hoe voel je je nu?’ Het antwoord werd bijna robotisch gegeven: ‘Ik voel me als herboren, weet niet waardoor dat gekomen is, maar het lijkt alsof ik na de operatie 10 jaar jonger ben geworden.’ Raak!
John was tevreden, ik zag zijn glimlach, die voor mij op dat moment veelbetekenend was. Ik vroeg mij wel af wat mijn eigen volgende stap zou zijn. Frank bellen zou het meest voor de hand liggende zijn, maar ergens twijfelde ze aan hem. Veel hulp had ze tot nu toe niet van hem gehad. Het was allemaal vaag gebleven, geen deadline voor een artikel, hij had geen echte duidelijke instructies, was zelf ook afwachtend, het leek wel of ook hij gestuurd werd. ‘Zou Frank deel uitmaken van dit avontuur?’ Ze kon het zich bijna niet voorstellen, maar de gedachte weerhield haar hem te bellen om te zeggen wat ze van plan was. Als ze erin zou slagen om snel naar Amsterdam te kunnen vertrekken, dan zou ze hem op de redactie confronteren met alle bizarre feiten en duidelijkheid eisen.

Cheryl’s hersenen draaiden op volle toeren, zou ze nog weg kunnen vanavond? Ze besloot het niet te doen, was te plotseling, zou een te grote hoeveelheid achterdocht opleveren zo aan het einde van de dag. Ze zou zich de volgende ochtend ‘ziek melden’ en tegen John zeggen in bed te willen blijven vanwege een vevelende allergie. Dat spel begon wel al die avond tijdens het etentje. John zei nog even wat in de stad te moeten doen en vroeg of ze het leuk vond om acht uur bij een goede Japanner af te spreken in de stad. Ik zei dat ik er tegenop zag om zolang aan tafel te zitten. ‘Ik ben erg moe en mijn al jaren meeslepende allergie komt weer opzetten. Ik ben bang dat ik morgen pas wat later kan beginnen, maar als het doorzet zit er niets anders op dan een dagje in bed te blijven. Duurt maar een dag hoor, maar ik heb dan doorgaans een flinke koorts, zweet het weer uit. Ik ken de verschijnselen, heb het vaak als ik lang in steden ben met veel fijnstof’, verzon ze. ‘Maar laten we de avond niet nu al door mijn gevoel beïnvloeden, misschien valt het mee, haal me maar om 8 uur op, maar laten we dan iets eenvoudigs eten’ John zei nog: ‘Het hoeft niet hoor, ik kan je ook morgen ophalen, tenminste als je niet ziek bent’. Ik aarzelde nog even, maar zei snel: ‘Nee, kom me maar halen, het gaat nu nog wel.’

Juist omdat ze wat ziekelijk moest overkomen, deed ze gewoon een spijkerbroek aan, verwijderde haar make-up grotendeels, zodat ze zelfs iets minder dan casual overkwam. Tegen acht uur ging haar telefoon. ‘Ik heb net twee uur liggen slapen, ik trek snel even wat aan, ik zie er eigenlijk niet uit, momentje, ik kom er zo aan’. John wilde haar nog een compliment maken, maar de verbinding was al verbroken. Toen Cheryl beneden kwam zag John wel dat ze wat blekjes zag en vroeg of het wel goed met haar ging. ‘Wil je niet liever heir blijven en vroeg naar bed?’ ‘Nee joh, ik heb net twee uur geslapen, maar ik moet gewoon even bijkomen, een glaasje wijn doet me zo wel weer herleven.’

Ze speelde het goed, John deed alle moeite het haar naar haar zin te maken. Ze aten snel wat, de wijn was verdomd goed voor Londonse begrippen en ondanks het feit dat Cheryl slechts een gewoone sijperbroek droeg, voelde hij de opwinding van haar aanwezigheid, die hij snel weer moest onderdrukken. Na het etenetje zei Cheryl dat ze nu wel erg moe was. ‘Ik bel je morgenochtend zelf wel of we onze tweede afspraak kunnen laten doorgaan. Ik verwacht dat een ochtendje voldoende is om weer te herstellen, ik ken het patroon, het lijkt nu niet zo heftig te zijn. Ik gebruik er wat medicijnen voor, die kunnen de verschijnselen behoorlijk onderdrukken als het niet al te heftig wordt. In het laatste geval ben ik meestal een paar dagen ziek thuis’. Het verhaal was geloofwaardig genoeg voor John. ‘Ik merk het wel, bel me op tijd, dan kan ik mijn dag verder anders indelen’. ‘Doe ik’, zie Cheryl en om hem nog wat gekker te maken, gaf ze hem een vriendelijke zoen op zijn wang en zei: ‘Je bent aardig voor me, dank je’. ‘Welterusten’, zie John met een verdomd rot gevoel in zijn lijf, wat zou hij toch graag met deze vrouw in bed belanden. Het ging er niet van komen.

Toen John met zijn auto in de drukte verdween bereidde Cheryl haar stappen goed voor. Ze moest wat verzinnen op de altijd bij haar aanwezige voice recorder, die altijd zou meeluisteren. Ze besloot in haar kamer de receptie te bellen en te vragen naar asperienes. En ze zei dat ze ze zelf wel even zou komen ophalen. Dat gaf haar een minuut of vijf, voldoende om het inerne reisbureau van NRC te bellen vanaf de telefoon op de gang. ‘Code 547’, zei ze snel en ze werd onmiddellijk doorverbonden met de afdeling die journalisten in gevaar meteen alle mogelijke hulp zou bieden, wat het ook was. ‘Ik moet morgenochtend vroeg een ticket hebben van Heathrow naar Amsterdam’. ‘Komt in orde’, het ligt klaar bij de vertrekhal van BA. De verbinding werd verbroken. 547 betekende dat een journalist snel wilde vetrekken, redenen hoefden niet gegeven te worden. 549 was ernstiger, dan zou de reis onder valse naam en paspoort moeten plaatsvinden, dat zou langer duren, Cheryl vond de ernst van haar situatie niet groot genoeg om een 549 aan te vragen, met een 547 zou ze immers sneller het land uit zijn.

Posted in hoofdstuk | Leave a comment

10.

In het vliegtuig bedacht Chrystel zich dat het vanaf 10 kilomter hoogte een idee zou zijn om Patrick te bellen. De ‘organisatie’ zou dat telefoontje niet kunnen traceren was haar gedachte, vooral niet omdat ze even een andere lege stoel opzocht, waar ze met het in-flight telefoon systeem zou kunnen bellen. ‘Het zou wat centen kosten, maar het zou de moeite waard zijn’, dacht ze toen ze het mobiele nummer van Patrick intikte.

Patrick was heel blij haar stem eindelijk te horen. ‘Gaat alles goed met je, ik maak me vreselijke zorgen, ik heb het gevoel dat onze lijnen nagetrokken worden en…..’ Hij raasde maar door, ik was ook blij zijn stem te horen en zei: ‘Ik zit op 10 kilometer hoogte en ben onderweg naar London, waar mijn Europese deel van het project gaat beginnen.’ Cheryl vertelde alles over hetgeen haar de afgelopen weken was overkomen, vooral over alle details rondom de voice recorder en de overeenkomsten in antwoorden op vragen van mensen die elkaar helemaal niet kenden.

Patrick zei dat hij heel wat uitzoekwerk had verricht, maar ook geen sluitende conclusies kon trekken. ‘We zitten op iets groots, ik heb het gevoel dat het boven onze macht uitgaat, we moeten voorzichtig zijn, wanneer kan ik je zien?’ Cheryl zei dat ze langs via New York naar London wilde vliegen, maar dat dat vanwege het strakke schema in Europa volgens Glenn niet zou kunnen. Patrick dacht na en vroeg: ‘Hoe lang blijf je in London?’. ‘Geen idee, maar het is niet slim om elkaar daar te ontmoeten, ik heb daar een begleider en ik heb geen idee of hij ook met mij mee gaat naar andere lokaties in Europa’. ‘Ik moet je zien, we hebben zoveel te bespreken, er is heel veel wat jij nog niet weet en waar je denk ik wel veel aan zult hebben. Maar we moeten voorzichtig zijn, elk telefonisch contact is een risico, weet je wel zeker dat deze lijn niet wordt afgeluisterd?’

Cheryl wist dat natuurlijk niet zeker, maar begreep wel dat ze er alles aan moest doen om Patrick te ontmoeten. Ze moest wat verzinnen. Maar ook Patrick zou wat moeten verzinnen en hij bedacht dat hij voor zijn artikelen rondom de verkiezingen verschillende ambassades in Europa wilde bezoeken om meningen over de verkiezingen aldaar te pijlen. De redactie van de Chronicle vond dat een goed idee.

‘Ik probeer je vanuit London te bellen, ik verzin iets om mijn vader te kunnen bezoeken en dan kunnen we elkaar misschien ontmoeten in Nederland.’ Patrick stemde in en het gesprek werd afgesloten. Cheryl liep weer naar haar eigen plaats en zakte lekker onderuit en sliep totdat de wielen de grond raakte op de luhcthaven van Heathrow in London.

John Smith stond mij al op te wachten. Ik moest lachen om zijn bordje met daarop mijn naam in half Engels ‘Cheryl TheYoung’ in plaats van ‘Cheryl de Jong’. Zijn uitstraling was jong en vriendelijk, anders dan Glenn. Hij nam galant de bagage van me over en we liepen naar zijn auto. Eindelijk hoorde is weer eens iemand netjes Engels praten in plaats van dat Amerikaanse geknau. In de auto vroeg John hoe mijn reis was verlopen. Maar niet alleen dat soort oppervlakkige vragen, hij was ook geïnteresseerd in mijn leven, vroeg wat ik zoal gedaan had bij NRC en vroeg mij naar mijn belevingen binnen deze grote klus. Het was een verademing even het gevoel te hebben niet op je hoede te hoeven zijn, maar Cheryl bedacht zich snel en corrigeerde haar gedrag, en was vanaf dat ene onbewaakte vriendelijke moment weer volledig op haar hoede.

Het was tegen het middaguur toen ik in mijn hotel aankwam, ik zou het nog de hele dag vol moeten houden om weer in het normale ritme te komen. John zei dat hij die middag andere afspraken had en dat hij me de volgende ochtend na het ontbijt zou ophalen om eerst wat van de stad te zien. Ik was natuurlijk wel vaker in London geweest maar zei spontaan: ‘O wat leuk, dus we gaan niet meteen aan de slag?’ Hij glimlachte vriendelijk: ‘Werken kan altijd nog, eerst even bijkomen van je lange reis. Ik zie je morgenochtend om 10 uur’. En weg was John. Ik had een prachtige kamer met uitzich op de Tower Bridge.

Ik belde mijn vader en hij was heel blij mij aan de lijn te hebben. ‘Ik ben in de ‘buurt’, zei ik, niet wetende dat hij meteen zou vragen hoe laat ik bij hem zou kunnen zijn. In de buurt is tegenwoordig een relatief begrip. ‘Nee pap, ik zit nu in London, weet niet hoe lang ik hier blijf, maar zodra ik kan, kom ik naar Nederland.’ Hij was niet teleurgesteld en vertelde hoe hij zijn leven weer had opgepakt en gek genoeg ook een beetje begon te genieten van zijn nieuwe vrijheid.

Ze begon haar kamer te inspecteren, keek achter spiegels en schilderijtjes om eventuele verborgen microfoons te ontdekken. Het zag er allemaal redelijk normaal uit en om niet verdacht over te komen, besloot ze deze kamer een paar dagen en te houden en dan van kamer te wisselen, al zou het maar zijn om Glenn in verwarring te brengen. Ze glimlachte.
Ze zou om de tijd door te komen nog wel even de stad ingaan. Het liep inmiddels tegen vijven en een drankje zou haar goed doen. Tijdens de vlucht had ze geen alcohol genomen om de verschijnselen van jetlag zoveel mogelijk te elimineren. Het weer was redelijk in London, vanaf het hotel zou ze de metro nemen naar Piccadilly, waar ze even zou gaan genieten van het altijd bruisende centrum van de stad.

Erg verfijnd vond ze de Engelse keuken niet en ook een goed glas wijn was in een gemiddelde kroeg eerder uitzondering dan regel. Maar het kon haar allemaal weinig schelen, ze was even lekker vrij, voelde zich ondanks de lange reis nog redelijk fit en had zin in een paar weken Europa.
Na een eenvoudige maaltijd besloot Cheryl terug te keren naar het hotel, misschien zou ze daar nog even naar de bar gaan, om een laatste drankje te nemen. Ze hield van London en dacht even aan de ouders van Sandy, die hier jaren lang hebben geleefd, voordat ze naar San Francisco emigreerden. Het was niet druk aan de bar, maar toch net gezellig genoeg om nog even wat te drinken. Zoals gebruikelijk in een internationaal hotel veel zakenlieden, weinig stelletjes, vooral mannen en een enkele vrouw in een robotisch zakelijk mantalpakje. Cheryl was altijd stijlvol gekleed, maar zocht toch net even wat meer uitdaging in haar kleding. De afgezaagde zakelijke mantelpakjes waren voor haar toch te weinig uitdagend. Toen ze daaraan dacht, kwam ze voor de zoveelste keer tot de conclusie dat al die uiterlijke uitdagingen haar weinig hadden gebracht op het gebied van mannen.
Ze was te druk met haar loopbaan bezig, alhoewel ze ook vaak dacht hoe lekker het zou zijn om een heerlijke man tussen de lakens te vinden. Maar ze moest er niet aan denken dat ze getrouwd zou zijn en in een keurslijf van een ‘net stel’ zou moeten leven. Ze glimlachte een beetje bij die gedachten en ging in plaats van aan de bar aan een tafeltje zitten en bestelde een glas Chardonnay. Niet veel later sloeg de vermoeidheid van de lange reis toe.

De volgende ochtend was ik al vroeg wakker, het tijdverschil van 8 uur met London was vervelend en vermoeiend. Maar gelukkig vandaag nog geen interviews. John zou me de stad laten zien. Eigenlijk vind ik het wel leuk, ik kende London redelijk, maar wie weet, waar ik terecht zou komen. John zat al in de receptie te wachten toen ik met mijn ontbijt klaar was. Hij zat met zijn laptop op schoot en leek zeer geconcenteerd te werken. Hij keek op, lachte vriendelijk en vroeg: ‘Klaar voor London?’ Hij deed zijn laptop in zijn rugzak, was casual gekeeld en zag eruit alsof we de hele dag te voet London zouden gaan bekijken. Ik zei dat ik nog even naar mijn kamer moest: ‘Geef me nog 5 minuten, ik zie je zo.’

Ik snelde naar boven om me snel om te kleden en in ieder geval makkelijke schoenen aan te trekken. John stond beneden al bij de deur, leek een tikje ongeduldig, toen ik iets meer dan 5 minuten nodig bleek te hebben. ‘Sorry’, was het enige wat ik zei en hij knikte instemmend bij dat minimale excuus.

De eerste minuten leken wat stroef te verlopen, we zeiden weinig. ‘Niet gek’, dacht ik eigenlijk. Hier in deze massale stad rondlopen met een totaal onbekende man, hoe pak je dat aan om er wat leuks van te maken? ‘Laten we een kop koffie gaan drinken’, zei hij, in de hoop dat dat de stilte zou doorbreken. ‘Ja, lekker’, zei ik een beetje te gemaakt. Maar het werkte. In een leuk tentje vonden we een plaatsje bij het raam. Ik nam het initiatief, ik wilde wel wat meer van hem weten. ‘Ken je Glenn goed?’ was mijn eerste vraag. ‘Een beetje, heb hem één keer ontmoet tijdens een congres over digitale netwerken.’ ‘Is dat iets met computers en zo?’, vroeg ik geïntersseerd om te kijken of dat een onderwerp was waarin hij zich thuis zou voelen. Ik had beet. Hij begon volop over de hedendaagse technologie te praten en de wijze waarop mensen over een paar jaar met elkaar zouden gaan communiceren. Ik luisterde aandachtig, had soms geen idee waar hij het over had. Hij klapte zijn laptop open en zei: ‘Kijk, ik wil je wat laten zien.’ Ik keek aandachtig naar hetgeen op het schermpje zou gaan gebeuren. Ik zag een lijst met namen en ik zag veel stukken tekst over het scherm bewegen. Hij zei: ‘Deze mensen praten met elkaar via het toetsenbord en doen dat wereldwijd over alle mogelijke onderwerpen. Het zijn allemaal individuele meningen, die zijn in kaart te brengen en zo kan je veel meer te weten komen van de mensheid in zijn geheel, maar ook van elk afzonderlijk mens.’ Ik reageerde gelaten en zei: ‘Is dat dan zo leuk om te doen? Ik gebruik mijn telefoon af en toe voor het versturen van een sms en natuurlijk e-mail ik voor mijn werk stukken tekst naar de redactie, maar verder vind ik het veel leuker om mensen in het echt te zien.’

John had de opdracht Chrystel meer te beïnvloeden in het gebruik van computers. Op subtiele wijze zou ook zij die onderlinge beïnvloeding moeten gaan zien als de normaalste zaak van de wereld. Kranten hadden die rol inmiddels al verloren. Het web zou de taak als brenger van het nieuws overnemen. Kranten dachten een belangrijke rol te vervullen in het brengen en beïnvloeden van de publieke opinie. Regeringen en bestuuders van grote bedrijven ergerden zich al in behoorlijke mate aan de vrijheid die de pers zich dacht te kunnen aanmeten. Het kat en muis spel rondom vertrouwelijkheid versus openbaarheid van bestuur onttrok zich volledig aan het dagelijks oog van de burger. In het begin van de 21e eeuw ontwikkelde internet zich echter op een manier die de zorgen op dit gebied vergrootte. Pas in 2010 zou de mensheid gaan ontdekken dat het begin van de vierde wereldoorlog zijn beslag kreeg.

Ondertussen deed John zijn werk. ‘Ik zal van de week wat software op je laptop installeren, dan kan je zelf ervaren hoe leuk het is’, zei hij luchtig om het onderwerp een beetje in de amusementssfeer te brengen. Ik glimlachte een beetje, waarmee ik liet blijken er eigenlijk geen interesse voor te hebben. Hij klapte zijn laptop dicht, rekende af en zei: ‘Kom, laten we buiten weer gaan genieten van echte mensen’.

Posted in hoofdstuk | Leave a comment

9.

2 maanden later, vele tientallen gesprekken verder, zat Chrystel in het vliegtuig naar Europa, ze in London aankomen en daar kennismaken met John Smith. John zou haar in Europa belegeiden, ze had instructies gekregen van Glenn. Ze was inmiddels stukken voorzichtiger geworden. In de afgelopen maanden was haar argwaan behoorlijk toegenomen, ze kreeg Patrick maar moeilijk te pakken, verbindingen waren slecht of werden gestoord. Ze had het gevoel dat ze voortdurend gevolgd werd, maar ze voelde de opwinding: ze zou achter iets groots komen. Ze had inmiddels een nieuwe ‘voice recorder’. Inwendig lachtte ze, ze kende het apparaatje nu van binnen en van buiten.

Ze had enige weken eerder in San Francisco iemand gevonden die haar de misteries rondom de voice recorder kon verklaren. Ze ging toen uitermate zorgvuldig te werk om geen argwaam bij de ‘organisatie’ te wekken. Ze had het vermoeden dat het apparaatje meer kon dan ze aanvankelijk wist. Gedurende de tientallen gesprekken had ze voortdurend het gevoel dat Glenn precies wist waar ze was. Ze ging letten op het spel van vragen en antwoorden. Temeer omdat ze steeds vaker structuur begon te ontdekken in de vragen die zij moest stellen tijdens de interviews en de achtereenvolgende antwoorden die werden gegeven. Van de 15 vragen waren er bij vele mensen op een aantal vragen exact dezelfde antwoorden gegeven. Ze wist dat ze tijdens de gesprekken niet kon vragen naar andere namen uit haar lijst van gesprekken, dat zou onmiddelijk argwaan wekken en op zijn minst Glenn alarmeren, maar ook de ‘organisatie’. Van beiden wist ze nog steeds heel weinig. En ook Frank was niet op de hoogte, althans dat zei hij. Maar hoe het kon dat er zoeveel exact dezelfde anwtoorden werden gegeven, was tot nu toe een raadsel. Ze was benieuwd of eenzelfde verschijnsel ook in Europa aanwezig zou zijn.

Franks gedrag werd vreemder en ook afstandelijker. Ik verzette me niet meer tegen de klus en speelde het gehele spel mee en naarmate ik verder kwam in mijn onderzoek, bleek Frank juist meer argwaan te krijgen, alsof hij zijn rol niet meer onder controle had. Ook dat hield Chrystel bezig en bij een mogelijk bezoek aan Nederland zou ze zeker op de redactie zijn en Frank rechtsreeks confronteren met zijn afwijkende gedrag. Zijn lichaamstaal zou hem verraden, al vond ze dat dat eigenlijk nu al het geval was. Frank wist volgens haar meer.

Het apparaatje welke zij van Glenn had gekregen bleek inderdaad een GPS zender/onvanger in zich te hebben, een zender en gekoppelde microfoon en een volledige smartphone, een nog niet bekend verschijnsel in die tijd. Chrystel vroeg zich altijd al af waar het schermpje voor bedoeld was, er was volgens haar niets op te zien, maar een bepaalde combinatie van toetsen liet het vollledig display zien, de GPS lokatie waar Chrystel was, de lokaties met afspraken, de volledige agenda en de ingeboekte vluchten. De onderzoeker, Julian Brown, was meesterlijk goed in doorgronden van het apparaatje, zonder dat er argwaam werd gewekt. Na de gespeelde onhandigheid van Kevin met een fles wijn, was ik er niet zeker van of het echt volledig defect zou zijn.

Via Kevin was ik bij deze man terecht gekomen, ik had de gehele operatie zorgvuldig gepland, ik moest en zou geen argwaam wekken. Ik kon er dus niets over zeggen in aanwezigheid van het apparaatje in de zekerheid dat de ‘organisatie’ het zou horen. Ook zou ik niet kunnen mailen, waarschijnlijk zou de ‘organisatie’ mijn mail onderscheppen.

Een paar weken geleden besloot ik Sandy erbij te betrekken, alhoewel ik nog geen idee had waarom ik mijn beste vriendin met mijn ‘probleem’ zou opzadelen. Kevin had inmiddels een andere baan gevonden en ze leken ondanks de fors lagere inkomsten weer blij te zijn dat de spanningen waren verdwenen. Kevin voelde zich weer op zijn gemak en hoopte nooit meer iets met Miller te maken te krijgen. Dat zou anders lopen, naar later bleek.

Kevin schrok hevig bij het zien van het apparaatje, toen Cheryl in een vrij weekend haar vriendin opzocht. Ze had het spel goed voorbereid en tegen Glenn gezegd dat ze die zaterdag in Sausalito zou zijn. ‘Leuk, vermaak je’, had Glenn nog gezegd, waarna hij de ‘organisatie’ belde om te melden haar te volgen via de GPS of ze echt in Sausalito zou zijn.

Kevin maakte bij het zien van het apparaatje meteen het gebaar niets te zeggen, liep even de kamer uit en kwam snel terug met wat instructues op papier. Ik moest vooral gewoon gezellig kletsen over de dagelijkse dingen en niets over het apparaatje. Sandy begreep er al helemaal niets van, maar deed wat Kevin vroeg. Ze liepen naar buiten en gingen beiden gezellig op het fraaie terras van het huis zitten. Ondertussen zat Kevin achter zijn computer en zocht naar het adres van Julian Brown, iemand die hij uit de Miller tijd kende. Hij zou haar verder kunnen helpen. Hij schreef zijn e-mail adres op en zijn telefoonnummer. Hij schreef er de volgende instrctie bij: ‘Gebruik niet je eigen computer of eigen e-mail adres, maak een adres onder een andere naam aan bij Hotmail of zo en mail hem dan via een internet café, maar niet vanaf huis. Als je hem belt, zorg dan dat het apparaatje buiten gehoorbereik is, of dek het goed af met kleding, dekens of een kussen. Ze kunnen je de hele dag horen’.

Sandy pakte het apparaatje voorzichtig op en bestudeerde het aandacht. Binnen haar ‘geheimzinnige’ functie op het gebied van mobiel binnen Apple had ze wel meer apparaatjes gezien van dit formaat. Apple experimenteerde volop met mobiel, maar had tot nu toe nog geen enkel apparaat op de markt gebracht, dat zou nog een paar jaar duren. Toch schrok Sandy bij het zien van het serienummer, 758AP567C2907PLE. Ze herkende het, de combinatie AP en PLE vormden Apple en de C stond voor Cupertino. Het zou dus iets zijn uit de laboratoria van Apple, geen regulier apparaatje dus. Ze werd lijkbleek en knikte naar Kevin, die haar het briefje gaf. Ze schreef erbij: ‘Dit is gevaarlijk spul, pas goed op jezelf, we moeten uiterst voorzichtig met elkaar communiceren.’

Ik kon mijn ogen niet geloven, Sandy wist iets van de oorsprong van het apparaat. De tien minuten die volgden waren vreemd. We voelden alle drie de spanning van de aanwezigheid van het apparaatje, en wisten dat we een gewoon gezellig zaterdagmiddag bezoekje moesten spelen. Kevin had een idee en zei: ‘Zin in een glas wijn?’ ‘Ja, lekker’, zeiden we allebei, we waren inderdaad toe aan wat stoom afblazen en wijn zou ons goed doen. Een beetje onhandig opende Kevin de fles, welke omviel en precies een hele golf wijn over het apparaatje uitschonk. Hij zei nog hardop terwijl de eerste druppel op het apparaatje vielen: ‘O, sorry Cheryl, ik ben bang dat je voice recorder zijn langste tijd heeft gehad’. Daarna viel de verbinding weg. Cheryl maakte zich zorgen over het feit of Glenn geen argwaan zou krijgen: ‘Waarom zou de voice recorder juist op dat moment in het weekend op tafel hebben moeten liggen bij de vriendin van Cheryl?’

Bij de ‘organisatie’ werd dat onmiddellijk gezien en Glenn werd gebeld. Hij kon niets doen, Chrystel bellen zou argwaam wekken. Hij zei dat hij het maandag wel zou uitzoeken.
Maandag belde ik vanaf huis zelf naar Glenn en zei dat er wijn over de voice recorder was gevallen en dat zij niet zeker wist of hij het nog wel zou doen. Glenn reageerde gespeeld kalmpjes en maakte er een grapje over: ‘Ach ja, vrouwen en wijn, een onhandige combinatie’. Ik kon dat kleine kereltje wel wurgen om deze seksitische opmerkingen, maar in plaats darvaan zei ik: ‘Ja, ik deed wat onhandig het afgelopen weekend in Sausalito’, dat laatste om nog duidelijk te benadrukken dat ze daar was. ‘Geeft niets, ik kom je vanochtend een nieuw exemplaar brengen en dan kunnen we meteen je instructies doorspreken voor je reis naar Europa’.

Glenn kwam al vrij snel, we ruilden de voice recorders om en bespraken de komende reis, ik zou donderdag vertreken, had nog één gsprek in de stad, maar had nog wat vrije tijd over. Aanvankelijk wilde ik nog langs mijn apartement in New York vliegen, maar volgens Glenn was daar geen tijd voor, het schema in Europa was strak geregeld. Chrystel wist niet dat de ‘organisatie’ er alles aan deed om een ontmoeting tussen haar en Patrick te voorkomen.

Posted in hoofdstuk | Leave a comment

8.

Onderweg terug naar San Francisco was Chrystel beduidend minder blij dan op de heenweg, ze wond zich op over het waardeloze gesprek en de totaal nutteloze vragenlijst. Deze man mankeerde helemaal niets, lachtte haar zelfs uit en beschouwde haar als een beginnend journaliste die niet goed voorbereid aan haar gesprek begin.

Glenn belde haar onderweg terug op en vroeg: ‘Hoe ging het vanochtend?’ Ik moest snel herstellen, want ik voelde intuïtief dat ik Glenn tevreden moest houden. ‘Het ging prima’, zei ik wat koeltjes, snel opgevolgd door ‘Maar ik heb je wel gemist.’ Glenn lachte een beetje gemaakt: ‘Ik weet dat je het best alleen kan, ook vanmiddag kan ik er niet bij zijn, dus veel succes met die student.’

Het vermoeden dat Glenn Chrystel de hele dag liet zwemmen had Chrystel al aan het begin van de dag, het kon haar eigenlijk niets schelen, ze zou gauw van hem af zijn, zodra ze Frank gebeld zou hebben.

Ze was benieuwd naar Partick zijn nieuwe klus in Washington en belde hem op. Hij zat op de luchthaven te wachten op zijn vlucht. Patrick was zeer verheugd de stem van Chrystel te horen en zei meteen: ‘Ik zal je missen’. Ik een beetje plagerig: ‘Mij of mijn klus?’ Patrick moest lachen en bekende dat hij het jammer vond niet te kunnen samenwerken aan deze klus: ‘Je hebt iets groots in handen’, zei hij op serieuze toon. ‘Geef het dus niet op, wes op je hoede en speel de spelletjes mee, je hebt er een neus voor, er zit veel meer achter dan hetgeen je nu weet.’ Zou hij gelijk hebben, moest ik Frank dan nog maar niet bellen? Ik wist het niet, ik baalde vreselijk. Ik zei voorzichtig: ‘Ook vanochtend was een vreemd gesprek, ik zit met 15 medische vragen en praat met een kerngezonde man, die mij zelf uitlachte en mij als een klein kind naar huis stuurde met een doosje druivensap’.

Patrick zei dat hij dat gevoel zelf ook wel zou hebben, maar hij bleef terugkomen op een aantal wel grote hoeveelheid opeenvolgende toevalligheden. ‘Doe naast je bezoekjes je eigen onderzoek, ga die Glenn eens na, zoek op het internet naar alle mensen die je hebt gesproken en nog gaat spreken. Op LinkedIn staan vaak hele uitgebreide cv’s van mensen.’ Ik was niet zo een gebruiker van dat soort netwerken. Ik had inmiddels wel al van LinkedIn gehoord, een kleine startup die het vooral hier in de Verenigde Staten goed doet als verzamelsite voor loopbaan profielen van mensen in het hogere segment van de markt. Binnen 5 jaar willen ze wereldwijd de netwerksite zijn voor de zakelijke wereld. In Nederland was het nog nauwelijsk bekend. Op de redactie hadden verschillende mensen er naar gekeken, maar de lol van de beperkte mogelijkheden was er snel af.

‘Ik zal het doen’, zei ik met tegenzin. ‘Maar verwacht er niet teveel van, ik ben niet zo een enorme computerfreak’. ‘We houden contact’, zei Patrick. ‘Als ik wat voor je kan doen, je weet dat je me op me kunt rekenen, dag en nacht.’ ‘Dat is lief, ik wens je een goede vlucht en ik zal je artikelen volgen in de Chronicle’. De verbinding werd verbroken en Chrystel dacht hoezeer ze Patrick zou missen. Niet alleen om zijn neus voor journalistiek, maar vooral ook als heel fijn mens. Ze begreep eigenlijk niet waarom ze zelf nooit het initiatief had genomen om Patrick beter te leren kennen. Hij was knap, leuk in de omgang, goede baan, leuk huis. Ja, eigenlijk had Patrick alles. Ze glimlachte en dacht eraan hoe hij in bed zou zijn.

Onderweg tijdens de lunch liet Cheryl alle zaken nog eens de revue passeren. Ze besloot zelf een logboek bij te gaan houden. Tot nu toe was alles in vlagen voorbij gegaan en als Patrick gelijk had, dan zou het nodig zijn all details minitieus op te tekenen. Tijdens haar opleiding had ze geleerd dat belangrijke details nooit digitaal zouden moeten worden opgeslagen. ‘Te gevaarlijk, te makkelijk lekbaar, te makkelijk te stelen en te dupliceren, te kwestbaar als archief, schrijf alles op, houd dat altijd bij je. Een schrijfblok is groot, daar kijk je niet overheen, schijfjes zie je over het hoofd.’ Keer op keer werden die aspecten er behoorlijk ingehamerd tijden de opleiding. Ik geloofde er wel in, maar onderkende ook niet het gemak van computers, mailen was inmiddels de standaard en had de fax al achter zich gelaten. Niemand maakte zich zorgen om al die aspecten die we geleerd hadden. Maar op dit moment dacht ik er weer aan, opschrijven zou structuur moeten gaan brengen in hetgeen ik aan het doen was. Door de woorden van Patrick besloot ik Frank niet bellen en vetrok richting San Francisco voor het gesprek met een student wiskunde.

Mijn bezoek was al aangemeld en ik kreeg een parkeerplaats toegwezen op het universiteitsterrein, ik was een half uur later, omdat ik zo in beslag werd genomen door het maken van al mijn aantekeningen. De ‘organisatie’ was al onrustig geworden, Cheryl’s GPS gaf een half uur langer dan verwacht nog steeds dezelfde lokatie door op de route naar San Francisco. Glenn wilde niet bellen: ‘Laat maar even, we moeten Chrystel geen gevoel geven dat ze gecontroleerd wordt. Nu Patrick is vertrokken zal de argwaan wel afnemen.’ Dat zei hij tegen de ‘drie’, maar was er zelf nog niet zo zeker van. Hij had het gehele gesprek met Patrick gehoord en maakte zich ondanks zijn vertrek toch nog zorgen. Hij zou het even aanzien en liet het afhangen van de inhoudelijke kant van de gesprekken tussen de twee.

Ik arriveerde in de grote ontvangsthal en meldde me bij de receptie: ‘Ik kom voor Matthew McMillan, hij is student wiskunde.’ De vrouw achter de receptie vroeg naar mijn naam en begon vervolgens ongeïnteresseerd de faculteit wiskunde te bellen. Met een soort handgebaar wees ze naar een paar bankjes, daarmee bedoelende ‘Ga daar maar zitten, hij komt er zo aan.’

Matthew kwam enige minuten later, was op het eerste gezicht van Aziatische afkomt en bewoog zich wat schuchter door de grote receptieruimte. Ik liep op hem af en stelde mij aan hem voor. ‘Ik begrijp niet waarvoor u hier komt mevrouw.’ Hij zei dat met een bijna angstige toon in zijn stem alsof hij bang was voor het gesprek. Er was niemand bij, dus ik was volledig op mezelf aangewezen, ik merkte dat ik deze jongen kennelijk eerst op zijn gemak moest stellen, alvorens ik met het gesprek zou kunnen beginnen. ‘Kunnen we ergens een kop koffie krijgen?’ vroeg ik in de hoop hem wat op zijn gemak te stellen. Hij keek wat verschrikt om zich heen en zei uiteindelijk ‘Ja daar is koffie.’

Bij de koffie kwam iemand verschrikt aanlopen: ‘O, mevrouw, ik ben blij dat u bij Matthew bent, hij kan soms de kluts helemaal kwaijtraken in grote menigtes.’ De vrouw was duidelijk aangedaan door het feit dat zij hem even uit het oog had verloren. Ik stelde me voor en zei dat het tot nu toe allemaal prima was verlopen. ‘Ik ben Mary Hoppenbrouwer en ben zijn persoonlijk begeleider hier op de universiteit.’ ‘Persoonlijk?’ vroeg ik een beetje verbaasd. ‘Ja, Matthew is enerzijds hoogbegaafd, maar anderzijds leed hij vroeger aan dyscalculie.’ Natuurlijk moest ik vragen wat dat was, ze wachtte er gewoon op, dus deed ik haar zin. ‘Wat is dat?’, vroeg ik geïnteresseerd. Het antwoord volgde robotisch snel op mijn vraag: ‘Het is de tegenhanger van dyslectie, dus niet goed kunnen rekenen.’ ‘Maar….’, ik aarzelde en Mary zei: ‘Ja, die reactie krijgen we vaak, hij is hoogbegaafd en studeert wiskunde en heeft dyscalculie.’

We gingen zitten en de jongen kalmeerde in de aanwezigheid van Mary. Ik had werkelijk geen idee waartoe dit zou leiden. Ineens zei Matthew: ‘Ik voel me als herboren, weet niet waardoor dat gekomen is, maar het lijkt alsof ik na de operatie 10 jaar jonger ben geworden.’ Ik vroeg zo rustig mogelijk: ‘Ben je geopereerd dan?’ Mary gaf Matthew niet de gelegenheid te antwoorden en zei: ‘Soms is hij wel eens in de war, leeft hij in en andere wereld, wij komen daar ook niet uit, maar een kwartier later is hij weer geniaal en weet hij menig professor te verwarren met zijn wiskundige inzicht.’

Eigenlijk bleef slechts die ene zin bij mij hangen. Op de één of andere manier triggerde die zin mij, ik weet niet waardoor, maar er was iets mee. De rest van het gesprek wat vrij nutteloos, ik had geen idee wat ik met die 15 vragen aanmoest en eerlijk gezegd begon mijn interesse voor het ‘protocol’ van Glenn mij behoorlijk te irriteren. Ik vind het wel leuk om zomaar gewone mensen te interviewen. Ik ontdekte dat mensen met hun eigen authentieke verhaal veel interessanter zijn dan oppervlakkige verhalen van economen en zakenmensen, die in feite met een schild voor hun gezicht hun verhaal deden. Dit was echt – altans dat dacht ik – en dat weerhield me ervan Glenn of Frank te bellen en ermee te willen stoppen.
Het werd een leuk gesprek, op zichzelf en verhaal waard, want het was toch een bijzonder combinatie in één persoon.

Tegen de avond – het was al donker in de stad – namen we afscheid en Matthew keek vriendelijk en zei: ‘Dank u wel mevrouw.’ Mary keek me aan en vroeg: ‘Heeft u alles opgenomen?’ Ik vond het een vreemde vraag, de voice recorder lag immers gewoon op tafel en dus kon zelfs Mary veronderstellen dat het gesprek opgenomen zou worden. ‘Maar natuurlijk, straks kan ik het uitwerken voor de krant.’ Ze knikte, alsof ze mijn antwoord goedkeurde.

Ik ging meteen naar huis en zou thuis eten. Ik had een telefoontje van Glenn verwacht, een soort controle over hetgeen ik die middag had gedaan. Maar er kwam geen telefoontje. Na het eten pakte ik mijn aantekeningen en werkt de informatie van die middag bij. Bij het opschrijven van de zin ‘Ik voel me als herboren, weet niet waardoor dat gekomen is, maar het lijkt alsof ik na de operatie 10 jaar jonger ben geworden.’, voelde ik iets merkwaardigs, maar ik kon het niet plaatsen. ‘Over een operatie hebben we het helemaal niet gehad.’ Ik dacht na, maar kwam er niet uit. Ik was moe en lag die avond vroeg in bed.

Ondertussen had Glenn het verhaal van de voice recorder uitgelezen en zag de verschillende GPS lokaties van die middag. ‘Niets aan de hand’, dacht hij, maar maakte zich wel zorgen over de inhoud van het gesprek. Glenn was geen voorstander van het interview met Matthew. Hij vond het te riscant, dat had hij meerdere keren tegen de drie anderen van de ‘organisatie’ gezegd. Maar ze bleven aandringen. En Glenn voelde dat hij gelijk had. De zin ‘Ik voel me als herboren, weet niet waardoor dat gekomen is, maar het lijkt alsof ik na de operatie 10 jaar jonger ben geworden.’ Zou tot argwaam kunnen leiden, maar hij besloot er niets mee te doen.

Chrystel werd de volgende ochtend wakker en wist ineens waar die ene zin vandaan kwam. Nu werd het spannender, maar ze wist nog te weinig om haar intuïtie goed te begrijpen. Ze ging in ieder geval aan de slag en belde Patrick.
Glenn kon het slecht horen, kennelijk lag de voice recorder onder kleding of zo, of zat dat verrekte ding nog in haar tas.

Posted in hoofdstuk | Leave a comment

7.

Ik durfde nog niet aan Glenn te vragen waarom hij meeging naar de interviews, hij had geen enkele inhoudelijke rol. Maar ik liet het maar zo, misschien wilde hij alleen testen of ik de vragen goed genoeg uit mijn hoofd wist. Inwendig moest ik er eigenlijk wel een beetje om lachen, ik voelde me eigenlijk weer een soort beginneling. Een nieuw vakgebied, een script met vragen en onder begeleiding op gesprek.

Die middag kwamen we om half drie aan bij Providence, het verzorgingstehuis voor Alzheimer patiëten en dementerende mensen. Bij binnenkomst werden we meteen opgevangen, kennelijk om te voorkomen dat we tegen dementerende mensen aan zouden lopen, die volledig ongestructureerd ons een verhaal zouden willen vertellen. We hadden gelijk, de directrice vertelde: ‘Ja, hier loop je de kans volkomen onverwcht door dementerende mensen te worden aangesproken, die je bijvoorbeeld ineens zien als je dochter, of je al jaren voor dood zouden hebben aangezien, of waarom je zo laat bent met de boodschappen, alles kan hier’. Ze lachtte er niet bij, kennelijk was het dagelijkse kost om met zo een introductiezin te beginnen, bij binnenkomend bezoek.

Glenn speelde weer zijn gebruikelijke achtergrond rolletje, alsof hij er gewoon niet bij was. We zouden vanmiddag spreken met een oude vrouw van ruim 90, die door middel van medicijen veel van haar Alzheimer verschijnselen heeft verloren en eigenlijk niet meer in dit tehuis zou thuishoren, hetgeen zeer ongebruikelijk is. De directrice zei dat bijna 100% van alle hier aanwezigen hier uiteindelijk sterven. ‘Naarmate ze langer in deze beschermde wereld leven, wordt de weg terug naar de normale maatschappij steeds moeilijker. Het is geen gesloten inrichting, mensen mogen hier weg als ze dat willen, dat gebeurt heel soms, dat is triest, want deze mensen verdwijnen in de stad en weten doorgaans niet meer wie ze zijn. Soms worden ze door hulporganisaties of door de politie teruggebracht. Vaak realiseren de mensen zich dan tijdens zo een moment dat er iets mis met ze is, ze huilen dan uren lang op hun kamer. En in de loop der jaren worden ze steeds minder door hun fanilie bezocht vanwege het verminderde contact. En dat is dan een lange lijdensweg naar hun onvermijdelijke einde’.

Ik was geschokt en triest geworden door het verhaal, maar tegelijkertijd meer geïnteresseerd geraakt in de gewone mens achter zulk soort verhalen. Dat had me wel getroffen, ik was in mijn loopbaan voortdurende bezig rondom de middelen waar mensen mee bezig waren. Het draaide om het geld, de grote fabrieken, de uitvindingen, de innovatie, de drang tot meer. Ik schudde die gedachte van me af, toen mevrouw Willinc naar ons toe werd begeleid. Ze was slecht ter been, maar zodra ze zat en begon te praten was ik verbaasd. ‘Zit ik hier met een vrouw van 90, was mijn gedachte. Ze was zo helder en praatte honderduit over van alles en nog wat. Ik moest moeite doen om mijn vragen te stellen, het hele gesprek duurde zeker twee keer langer dan gepland. Maar ik had wederom alle antwoorden op mijn voice recorder staan en stond moe maar voldaan op. De vrouw zei bij het afscheid: ‘Doe goed je best hoor voor het artikel in de krant, ik zal er op het web naar zoeken’. ‘Dit is bizar’, dacht ik, een vrouw van 90, die aan Alzheimer leed, medicijnen heeft gehad, volledig herstelt en nu nog achter een computer kruipt om straks mijn stukje in het NRC op te gaan zoeken’.

De directrice glimlachtte vriendelijk naar ons en begeleidde ons naar de uitgang, waar ze zei: ‘Dank voor jullie bezoek, het zal mevrouw Willinc goed hebben gedaan’. Ik kon her niet nalaten aan haar te vragen of mevrouw Willinc nog kans heeft terug te keren in de maatschappij. Ze antwoordde dat ze in de Providence zou blijven wonen, maar dat ze in het land lezingen zou gaan geven op congressen om de mensheid te laten zien dat er tegen Alzheimer iets te doen is. Glenn knikte instemmend alsof hij dat antwoord al wist, het was laat geworden die middag.

Alsof Glenn doorhad dat ik het morgenochtend wel fijn zou vinden zonder Glenn op stap te gaan, zei hij: ‘Ik heb morgenochtend een andere afspraak, dus regel zelf je eerst interview, ik bel je na lunctijd op, dan overleggen we even voor de rest van de dag’. Ik stemde neutraal in en had het idee dat ik hem morgen helemaal niet meer zou zien.

‘s Avond belde Frank mij op en vroeg hoe het ging. Dat was zeer ongebruikelijk, Frank belde nooit en liet mij altijd mijn gang gaan. Het was 10 uur in San Francisco, dus 7 uur in de ochtend in Nederland. ‘Jij bent er vroeg bij’, zei ik op een luchtige toon. Hij aarzelde en zei: ‘Ja, we hebben een drukke dag met nogal wat complexe thema’s die allemaal een plekje verdienen op de voorpagina vanmiddag.’

We wisselden verder wat algemeenheden uit, maar Frank was duidelijk uit op meer informatie, niet zozeer inhoudelijk, maar veel meer over mijn gedrag en de wijze waarop ik met Glenn omging. Ik zei: ‘Frank, maak je geen zorgen, morgenochtend ga ik alleen op stap en waarschijnlijk zie ik Glenn de hele dag niet. Het is een aardige man, maar hij heeft geen enkele inhoudelijke toegevoegde waarde. Het lijkt wel of hij mij steeds wil blijven controleren. Ik krijg soms de kriebels van die man, maar goed, ik speel het spel wel met hem mee.’ ‘Doe dat vooral’, zei Frank. En we verbraken beleefd de verbinding.

Het was half elf, en ik stuurde Patrick een sms, in de hoop dat hij nog zou reageren. Vrijwel onmiddellijk belde hij mij op. ‘Goed dat je een bericht stuurt’, zei hij gehaast. ‘Ik heb morgen een gesprek op kantoor, ze willen me naar Washington sturen voor een reportage omtrent de komende verkiezingen. Ze willen dat ik bovenop alle campagnes ga zitten en voor de Chronicle vanuit de hoofdstad verslag doe. Waarschijnlijk moet ik na het weekend vliegen, ik krijg voor drie maanden een apartement toegewezen.’ ‘Jeetje, wat leuk voor je, jammer dat we elkaar dan niet meer zoveel zien, maar pak die kans, je kunt het.’ Patrick stond zelf in tweestrijd maar liet het niet blijken. Zijn nieuwsgierigheid naar al het geheimzinnige gedoe rondom de klus van Chrystel was eigenlijk roter dan zijn gevoel bij een langdurige klus in Washington. Maar doordat Chrystel zo positief reageerde, liet hij zich niet kennen en zei: ‘Ja, ik vind het heel leuk, maar we houden via e-mail of zo wel contact, ik hoop dat je klus verder goed gaat. Als je me nodig hebt, laat het me dan weten.’

We wisten beiden dat we elkaar enorm zouden missen, want ik voelde me op m’n gemak bij Patrick en zeker bij deze vreemde klus. Ik had er verder met niemand acht over gepraat, hij was de enige en maakte ook de verbinding tussen alle opeenvolgende gebeurtenissen van de afgelopen week.

Ik was moe, maar voordat ik naar bed ging, nam ik nog even de moeite om te bekijken waar ik de volgende ochtend naar toe moest. Ik las dat ik een gesprek zou hebben met de directeur/eigenaar van Stuhlmuller, een wijnbouwer 2 uur ten noorden van San Francisco in Healdsburg. Ik zou dus vroeg moeten vertrekken voor het gesprek welke om 10 uur zou plaatsvinden. De volgende afspraak bleek 4 uur ‘s middag te zijn met een student wiskunde aan de universitiet van San Francisco. ‘Goed gepland’, voldoende tijd voor de terugreis en een lunch onderweg. Ze ging naar bed met het idee morgen lekker zelf aan het werk te kunnen. Niet wetende dat haar voice recorder met GPS elke meter die zij maakte nauwlettend registreerde.

Na een snel ontbijtje thuis, vertrok Chrystel al om 7 uur, dat uurtje speling had ze ingecalculeerd, omdat ‘s morgens vroeg de Golden Gate vaak in mistige omstandigheden nogal eens kan zorgen voor wat oponthoud. En ook deze ochtend klopte dat, ik was pas na een uur aan de overkant, normaal gesproken duurt dat stukje niet meer dan 20 minuten. Eenmaal aan de overkant werd het wat lichter en zag Chrystel de zon opkomen vanuit het oosten, het zou een mooie dag worden.

Ze dacht nog terug aan het weekend toen ze haar wandeling met Sandy maakte door Muir Wood, waar ze nu weer langs zou rijden. Omdat het al acht uur was, zou Sandy al op kantoor zou bij Apple, maar het zou vroeg genoeg zijn om haar in alle dagelijkse drukte nog net even voor het werk te storen. Het was inmiddels woensdag en ik had verder niet meer geïnformeerd naar Kevin en de vreemde situatie op zijn werk rondom Google.

Ik kreeg Sandy aan de lijn en meteen zei ze: ‘Momentje, ik moet even een plekje zoeken.’ Dat duurde even, bij Apple en vele andere hi-tech bedrijven wordt gewerkt in moderne open omgevingen. Vrijwel niemand heeft enige privacy, geen vast werkplekken, elke dag opnieuw je instellen op veranderdende werk omstandigheden. Volgens arbeids psychologen bevordert dat de flexibiliteit van medewerkers. Maar Sandy en velen met haar vonden het maar niets. Elke dag al je werk mee naar huis slepen, want je had immers geen eigen bureau. Bestanden werden allemaal centraal opgeslagen en er werd precies bijgehouden hoeveel tijd aan elk document werd besteed, hoe lang elk telefoon gesprek duurde, hoe lang je pauzeerde en zelfs de tijd op het toilet werd vastgelegd. Iedereen was afgericht op prestatie. Zelfs de rokers durfden niet meer naar buiten te aan om een paar minuten te roken, uit angst dat Apple de gegevens tegen betaling door zou geven aan verzekeringsmaatschappijen die de premies voor rokers dan straffeloos konden verhogen.

Sandy had een plek gevonden en zei: ‘Kevin is zijn baan kwijt, hij kon gisteren met lege handen vertrekken, moest zijn sleutels van zijn lease auto meteen inleveren, zijn laptop achterlaten en kreeg zijn salaris van deze maand cash uitbetaald.’ ‘Jeetje’, kon ik net tussendoor zeggen. ‘Hij moest een geheimhoudingsverklaring tekenen, waarin hij moets beloven geen enkel aspect van al hetgeen hij tijdesn zijn loopbaan had meegemaakt, met derden te communiceren. Erger is nog dat hij bij overtreding per keer 100.000 dollar zou moeten betalen aan Miller. Op geen enkele wijze is er iets juridisch onderbouwd en ik durf er niet mee naar een advocaat, maaqr hier klopt niets van.’ Ik kon haar geen ongelijk geven, maar probeerde haar vooral wat te kalmeren: ‘Is het niet een soort concurrentie beding, dat is wel vaker voorzien van nogal dreigende taal, maar ik de praktijk valt het dan allemaal wel mee.’ ‘Nee, het valt niet mee’ wiep Sandy meteen tegen. ‘Het was allemaal heel plotseling, nadat Kevin alleen maar een paar vragen stelde over weer een paar medische rekeningen rondom Google. Het waren nogal forse bedragen en als accountant is het toch normaal dat je de geldstromen goed controleert, alvorens je je handtekening onder dergelijke stukken plaatst. Het zou gaan om enkele honderden miljoenen dollars’. Voor Google begrippen waren zelfs die bedragen in die tijd fors te noemen, zeker als er geen logische verklaring zou zijn voor de uitgaven.

Ik kon Sandy niet veel meer wensen dan sterkte en te hopen dat Kevin weer snel een baan zou kunnen vinden. Ik wist dat ze zwaar zouden komen te zitten, omdat hun salarissen bij elkaar opgeteld net voldoende waren om hun luxe leventje vol te kunnen houden. Natuurlijk kon het allemaal wel wat minder, maar zonder de inkomsten van Kevin zou een verhuizing uit hun luxe woning over een paar maanden al onvermijdelijk zijn.

Ik was inmiddels halverwege de route en dacht aan het komende gesprek. Ik reed door een prachtig gebied met veel wijngaarden van vele bekende merken die in de stad in menig restauent werden geschonken. Goedkoop waren de wijntjes niet. Vakantiegangers betaalden makkelijk 6 tot 8 dollar voor een glas wijn uit de buurt. Wijn was echter ook niet voor de Amerikanen goedkoop. Toen ik voor het eerst in de Verenigde Staten kwam schrok ik van de prijs van een fles wijn. 15 dollar was al heel gewoon, in Nederland had je voor voor 6 tot 8 euro een behoorlijke fles wijn, die je zonder schaamte aan je vrienden kon uitschenken.

Ik kwam aan bij Stuhlmuller, een enorm terrein met een ranche achtige ingang met aan het einde van de enorme oprijlaan een enorm gebouw. Ik had geen idee of dat het huis van de eigenaar was of het kantorencomplex van de wijngaard. In beide gevallen zou het een genot zijn, of om er te leven of om er te werken.

Ik parkeerde mijn auto en liep naar de ingang, waar een bloedmooie jonge vrouw mij al opwachtte. Hoe mooi ze ook was, ze was weer zo typisch Amerikaans in haar hele doen en laten. Maar ik deed er inmiddels zelf aan mee door bijvoorbeeld te zeggen: ‘Wat een mooi gebied hier, het moet een genot zijn om hier elke dag te zijn.’ En dan kwam er zo een typische Californische gewoonte: ‘Uhhu’, met een brede glimlach.

Ik kon er maar niet aan wennen, maar ik moest toegeven dat ik bij haar wel kriebels in mijn buik voelde. Echt lesbisch was ik volgens mij niet, maar met haar een uurtje spelen, zou ik niet afslaan. Ik zette die gedachte gauw van me af toen een slanke man van midden vijftig de regie van mijn aankomst overnam. ‘Dank je Patricia’, en hij stelde zich aan mij voor. ‘Ik ben Philip Stuhlmuller, hartelijk welkom bij de Stuhlmuller Winery.’ Ook welweer een plichtsmatig zinnetje, maar ik zette me er overheen, ik leefde immers al langere tijd hier en zou die gewoontes toch niet kunnen veranderen.

Philip Stuhlmuller was een aardige man en nam me mee naar zijn kantoor. Uit beleefdheid vroeg ik of hij hier ook woonde. Hij zei: ‘Ja, ik ben hier begonnen en we hebben steeds weer stukjes aangebouwd, maar wel in de stijl van ons oorspronkelijke woonhuis. Ik heb de winery geërfd van mijn ouders, ben hier dus ook opgegroeid, ik zou niets anders meer willen. De stad vind ik rampzalig, als ik er een paar uur ben, dan verlang ik al meteen weer naar mijn rust. Ik kom er zelden, slechts een paar keer per jaar, wanneer mijn nieuwe wijnen in de duurdere restaurans worden gepresenteerd.’

Plotseling realiseerde ik me dat ik de lijst had met die bekende 15 nogal medisch gerichte vragen. Ik wist verder niets van Philip Stuhlmuller en had dus geen idee hoe ik het gesprek zou beginnen. Plotseling mistte ik Glenn, al wilde ik dit niet aan mezelf toegeven. We gingen zitten en Philip begon: ‘U komt uit Nederland, begreep ik’. ‘Ja, ik ben journalist voor NRC en interview een hele reeks mensen uit de Verenigde Staten, Europa en Azië op medisch gebied.’ Meer kon ik er niet van maken, want ik wist immers weinig van de doelen, dus ik kon slechts zeggen wat ik binnen deze opdracht had gedaan. ‘Verdomme Frank, was dan duidelijk geweest, ik ga nooit zo onvoorbereid op pad’, dacht ze boos op dat ongelukkige moment.

Philip had er geen last van en zei: ‘Ja, dat had ik begrepen, ik heb echter weinig medische klachten en weet dus ook niet waarom ik voor dit gesprek ben gekozen, maar ik neem aan dat u wel op de hoogte bent van de doelen voor uw krantenartikel.’
Ik zat met mijn mond vol tanden, maar met mijn ervaring boog ik mijn onzekerheid om en verzon er wat op los. ‘Binnen het onderzoek zoeken we naar de redenen van alcoholisme en de kans op leverkanker.’ Ik was verbaasd over mijn eigen creativiteit.

Hij moest hard lachen. ‘En daarvoor komt u helemaal uit Nederland?’ Ik kleurde rood maar glimlachte vriendelijk mee en zei nogmaals dat het een internationaal onderzoek betrof.’ ‘Maar natuurlijk mevrouw’, een beetje minachtend was het wel, maar gezien de vreemde start van het gesprek ook wel weer logisch.

Na verloop van tijd kreeg het gesprek een meer serieus karakter en verwerkte ik zo nu en dan een vraag uit de lijst binnen het gesprek. Soms reageerde Philip wat vreemd op een vraag die voor hem helemaal niet van toepassing zou zijn, maar hij liet het gelaten toe en soms kon er volgens mij geen bruikbaar antwoord worden gegeven. Philip lachtte aan het einde van het gesprek en zei: ‘Jij komt er wel.’ Ik was eigenlijk diep beledigd, hij wist niet wie ik was, maar dat was op zichzelf ook wel weer logisch. Maar mij een beetje betuttelend toespreken alsof ik en startend meisje was, maakte mij woest van binnen. Het werd echter meteen weer goedgemaakt toen hij met een dossje wijn aan kwam lopen. ‘Voor jou en je best vrienden, geniet ervan.’ Ik bedankte de man hertelijk, pakte het doosje wijn aan en liep naar de auto.

Ik zuchtte diep van een mengeling van onmacht, woede, gebrek aan kennis maar vooral door gebrek aan controle. ‘Wat een waardeloze klus, morgen zet ik er een punt achter’, dacht ze, ze zou Frank zo snel mogelijk bellen.

Posted in hoofdstuk | Leave a comment

6.

Patrick was verrast door het apparaatje: ‘Zoiets heb ik nog nooit gezien. Ik weet er niet veel van, maar dit is niet zomaar een voice recorder. Maar het is inderdaad hetzelfde type welke door die ene vrouw werd gebruikt in de Golddust.’

Ik vertelde Patrick wat er was gebeurd, mijn wandeling langs Moscone, het gesprek met die ene vrouw, het gesprek met Sany en Kevin afgelopen weekend en de interviews van vandaag.

Patrick keek voor zich uit en zei na een tijdje: ‘Het is wel heel toevallig dat er sprake is van een Google congres waar de medische wereld bij betrokken is, dat Kevin iets met medische rekeningen moet doen en dat jij medische interviews moet afnemen voor jouw krant.’

Ik realiseerde me pas nu hoe de opeenstapeling van gebeurtenissen enig verband begonnen te krijgen. Doorgaans had ik dat soort verbanden snel door, maar door het overlijden van mijn moeder was mijn helderheid kennelijk een beetje afgezwakt. ‘We moeten hierin gaan samenwerken’, zei Patrick. ‘Dat kan wel eens iets groots worden.’

Bij de ‘organisatie’ luisterden de drie mannen en Glenn nauwkeurig nar het gesprek en knikten na afloop. Kennelijk was Patrick vertrokken, nadat hij en Chrystel de afspraak hadden gemaakt elkaar op de hoogte te houden. Chrystel zou dat nog niet tegen heer baas zeggen, ze zou het even aankijken.

De drie mannen zeiden tegen Glenn: ‘Zorg ervoor dat Patrick een klus krijgt in het oosten van het land, laat hem niet ontslaan, wek geen argwaan, zorg er gewoon voor dat er iets unieks voor hem in het oosten te beleven is, waarvan ze in de Chronicle graag verslag zouden willen doen.’
Glenn begreep de opdracht en kreeg ook nog mee morgen gewoon door te gaan met de geplande afspraken met Chrystel.

Chrystel ging naar huis en belde Frank thuis en deed verslag van alles wat er die dag gebeurd was, maar zei niets over Patrick. ‘Ik wet niet wat ik hier verder mee moet Frank, het is allemaal vrij vaag, ik wil graag schrijven, ik weet niet of ik wel de juiste persoon ben voor dit soort gedoe.’ Frank was dit keer taktischter en begon niet met dreigementen een ander op de klus te zetten, hij wist immers dat dat nu niet meer zou kunnen. ‘Jij bent hiervoor uitermate geschikt en je doet nog wat kennis op uit een nieuw vakgebied, maak je geen zorgen over aantallen artikelen, je bent hier helemaal voor vrij gemaakt, ook de directie en aandeelhouders zijn op de hoogte.’ Directie en aandeelhouders op de hoogte? Dit bevreemdde Chrystel, geen enkel redactioneel onderwerp kwam op dat nieveau terecht. Daar werd alleen over geld gepraat, de inhoud van de krant was voor de redactie. ‘Nou, goed dan, verzuchtte ze, ik wordt morgenochtend vroeg opgehaald door Glenn, we gaan dan naar het UCSF Medical Center, een ziekenhuis gericht op kankerpatiënten. Daar spreken we met een patiënt die geopereerd is aan een hersentumor en met de chirurg die de operatie heet gedaan. ‘s Middags gaan we naar Providence, een tehuis voor Alzheimer patiënten en dementerende mensen.

Frank moest lachen en zei: ‘Gezellig allemaal, weer eens wat anders dan saaie bedrijfs economen met cijfertjes.’ Zijn opmerking viel niet in de smaak en Cheryl zei kortaf: ‘Frank, je weet het, ik geef niet snel op, maar als dit me niet bevalt, dan zoek je maar een ander. Speel geen spelletjes met me’.

Cheryl was moe, ondanks de slechts twee interviews was de dag intensief geweest. Uit verveling pakte ze de voice recorder op en bestudeerde voor het eerst in haar leven een dergelijk apparaatje met wat meer aandacht. Patrick had haar er al op gewezen dat het apparaatje waarschijnlijk meer zou kunnen dan alleen maar interviews opnemen. Cheryls analoge voice recorder had slechts een paar knoppen, opnemen, afspelen en een volumeknop waren de meest in het oog vallande functies, niet meer en niet minder. Dit apparaat zag er eerder uit als een nieuw soort mobiele telefoon. Het schermpje was al die tijd donker gebleven, maar aanvankelijk lette Cheryl daar niet op, nu probeerde ze met wat knopjes in t drukken het schermpje tot leven te brengen, hetgeen niet lukte. Acherop het apparaatje stond een serie- en artikelnummer, geen merknaam, maar wel ‘made in China’. Ze was eigenlijk te moe om nog achter haar computer te kruipen, maar was toch geïnspireerd door Patrick zijn opmerkingen en besloot erachter te komen wat de bron van het apparaatje was.

Er was niets te vinden op het web, noch het artikelnummer, noch het serienummer bracht Cheryl tot iets zinnings. Ook het bekijken van talloze beelden van voice recorders bracht geen enkel overeenkomstig beeld. ‘Dat is vreemd’, dacht ze. De wereld van mobieltjes is sterk groeiende en vrijwel elk nieuw apparaat staat al op het web, nog voordat het in de winkels ligt. Natuurlijk waren voide recorders niet meer sexy, menig mobieltje had al de mogelijkheid korte berichten op te nemen. Maar binnen het journalistieke vak was het nog steeds gewoon om met een analoge recorder met een bandje langdurige gesprekken op te nemen.

Zoeken op de term voice recorders bracht haar ook niet verder. Ze kreeg vooral de gebruikelijke apparaatjes te zien, inclusief de recorder, welke ze had ingeleverd bij Glenn. ‘Eigenlijk vreemd’, dacht ze, hij had ook gewoon alleen het bandje kunnen verwijderen en mij de recorder kunnen laten houden.

Moe van het turen op het scherm besloot ze naar bed te gaan, morgen zou ongetwijfeld weer een lange dag worden met gesprekken waar ze helemaal niet naar uitkeek.

Glenn stond de volgende ochtend al vroeg voor de deur en begroette me vriendelijk. ‘Klaar voor vandaag?’ vroeg hij quasi geïnteresseerd. Ik speelde het spelletje mee en zei: ‘Ja, ik ben reuze benieuwd, laten we snel gaan.’
Onderweg naar het UCSF Medical Center vertelde Glenn over de patiënt die we zouden spreken. Het was een jonge jongen die een enorme tumor in zijn hersenen had, welke al op vrij jonge leeftijd aan het licht kwam, door zijn aanhoudende klachten over hoofdpijn. Die pijn werd eerst een paar jaar flink onderdrukt met medicijnen en bestralingen, waardoor hij slecht kon meekomen op school door concentratieproblemen. Pas op zijn achtiende kon hij worden geopereerd. De tumor bleef al die jaren stabiel. Er was vooral in het begin de angst dat de tumor zodanig snel zou groeien, dat hij er aan zou sterven. De operatie heeft een maand geleden plaatsgevonden en hij is nog voortdurend onder controle bij dr. Martin Green.

Aangekomen bij het ziekenhuis werden we begroet door Martin. Hij maakte een gehaaste indruk en bracht ons snel naar een neutraal ingerichte spreekkamer waar Nick al aan tafel zat. Hij begroette ons vriendelijk en we gingen zitten.

Ik had in het weekend de vragenlijst met de 15 kernvragen bestudeerd en zou vandaag voor het eerst op natuurlijke wijze het interview doen, waarin de mengvorm van vragen binnen en buiten het script elkaar zouden afwisselen.
Ik begon met mijn vragen, maar keek ondertussen naar Glenn, wiens rol ik steeds minder goed ging begrijpen. ‘Waarom wilde hij erbij zijn?’

Nick antwoordde geïnteresseerd op alle vragen en vond het kennelijk fijn in de belangstelling te staan bij een internationale krant die een stuk wilde schrijven over zijn leven met een tumor. Kennelijk hadden ze hem dat verteld en op basis daarvan had hij ingestemd met het gesprek. Ook Martin bleek in zijn nopjes, want vooral hij zag het interview als een stuk marketing voor zijn kennen en kunnen op het gebied van hersenchirurgie. Glenn had gezegd dat voor de chirurg geen formele lijst aanwezig was en dat ik in het gesprek met hem gewoon mijn eigen gang kon gaan en dat deed ik dus. Maar gezien mijn nog te geringe hoeveelheid medische kennis bleef ik steken bij algemeenheden, de relatie met de patiënt, de weg naar de operatie, de dag van de operatie en het herstel nadien. Maar Martin ergerde zich helemaal niet aan de toch wat oppervlakkige vragen en het werd eigenlijk een bijna nutteloos onder onsje, met nauwelijks enige journalistieke waarde. Beide gesprekken kwamen weer terecht in de voice recorder van Chrystel, waar ze heel af en toe een klein lampje zag oplichten, maar ze besteedde er verder geen aandacht aan.

Na pakweg anderhalf uur stond ze samen met Glenn weer buiten. Glenn vroeg: ‘En hoe vond je het gaan?’ Ik begon steeds meer het gevoel te krijgen dat er een spel werd gespeeld, maar ik kon er niet achter komen, waarom ik dat voelde. Het zou ook nog weken duren, voordat ik enigszins een structuur in de gesprekken begon te ontdekken en dat met name in bepaalde antwoorden.

‘Ja, het was interessant, wat heeft die jongen veel moeten doorstaan op zijn jonge leeftijd’, fantaseerde ik bij elkaar om Glenn tevreden te stellen. Hij glimlachtte tevreden en nodigde me uit voor een snelle lunch in een klein restaurantje aan de overkant van het ziekenhuis. Daar deed ik een poging om te vragen naar mijn oude voice recorder. ‘O, Glenn, mag ik mijn oude voice recorder terug, ik heb nog wat bandjes thuis, die ik graag zou willen beluisteren, ik moet voor de krant nog een paar stukken uitwerken.’ Glenn wist dat ik loog, omdat hij wist dat ik helemaal was vrijgesteld voor deze klus, ik zou niets anders hoeven doen voor NRC.
‘O, sorry, dat oude ding heb ik weggegooid, ik dacht dat je blij zou zijn met je nieuwe digitale apparaat.’ Hij keek me een beetje teleurgesteld aan en ik zei: ‘O, maar natuurlijk, ik ben er heel blij mee, maar ik had nog wat oud spul, wat ik alleen kan beluisteren op mijn oude voice recorder.’ ‘O, helemaal niet aan gedacht, dom van me, ik wil wel lijken of ik ergens nog zo een ding kan krijgen hoor, als je dat wilt.’ Maar aan zijn lichaamstaal te zien zou hij dat helemaal niet van plan zijn geweest, dus ik reageerde conform zijn wens: ‘Nee, joh, geen punt, ik stuur de bandjes gewoon naar de redactie, dan moeten zij het daar maar uitzoeken, ik heb er met deze klus toch eigenlijk geen tijd meer voor.’ Dat stelde Glenn gerust en het kat-muis spelletje van deze ochtend kwam ten einde. Er zouden er nog velen volgen.

Bij de ‘organisatie’ hadden ze er niet op gerekend dat Chrystel op wat voor manier dan ook argwaan zou krijgen. Frank kreeg nog die dag een e-mail waarin hij werd gewezen op het feit dat hij Chrystel vooral positief moest houden, haar heel af en toe op een paar extra vrije dagen moest trakteren. ‘Doe er alles aan om hiervan een succes te maken, je kent de belangen’, dat was de afsluitende zin van de e-mail met voor de zoveelste keer weer een andere afzender met een nauwelijks te ontcijferen e-mail adres. Frank zuchtte en wist wat zijn taken waren, maar blij was hij niet. Dit was al de zoveelste waarschuwing.

Posted in hoofdstuk | Leave a comment

5.

Het was maandagochtend 7 uur, in Nederland zou het op de redactie 4 uur in de middag zijn, het NRC Handelsblad van die dag zou binnen een uur bij de meeste abonnees door de brievenbus vallen en de losse verkopen zouden op gang komen. Geen verhalen die echt de moeite waren, zoals wel vaker gebruikelijk na het weekend.

Frank wachtte al op mijn telefoontje. Ik was benieuwd, zondagavond laat had ik nog eens door de stapel documentatie gebladerd, het reisschema bekeken, en de lijst met mensen die ik zou ontmoeten. Veel meer wist ik niet. Wel viel mij op dat het reisschema diverse ‘gaten’ vertoonde, waarschijnlijk vanwege een stuk flexibiliteit. Alle vluchten waren businessclass, dus konden ook makkelijk omgeboekt worden. De lijst met hotels zei me weinig, soms de grote bekende namen in grote steden, maar ook heel vaak niets beduidende namen, kennelijk in kleinere plaatsen of misschien wel dorpjes. Vooral het Aziatische deel wierp veel vragen op.

Ik belde Frank en hij was blij me te horen en vroeg of ik een lekker weekend had gehad. Ik vertelde hem niets over de paar vreemde gebeurtenissen rondom dat Google congres, maar vroeg hem beleefd of hij ook een leuk weekend had gehad. Na die gedwongen beleefdheden kwam hij snel ter zake: ‘Heb je de lijst mer reisen, hotels en mensen die je gaat spreken, voor je liggen?’ ‘Ja, zeg het maar, ik ben er klaar voor’.

Frank zie dat ik de komende vier weken in de Verenigde Staten zou blijven, hetgeen ik wel prettig vond. Reizen is prima, maar zo vermoeiend. Ik dacht wel even aan het feit dat ik dan de eerstkomende vier weken niet in Nederland zou komen. Frank zei: ‘Vergeet even het reisschema welke je nu hebt, alles is weer veranderd. Er is vrijdag iets onverwachts tussen gekomen. Details ken ik niet, maar Glenn zal je verder helpen je onderzoek in de Verenigde Staten te doen. De eerste week blijf je in San Francisco, Glenn begeleidt je bij de eerste gesprekken, daarna ga je zelf op pad. Ik stuur je zo een vragenlijst op, die je nauwgezet moet volgen. Het gaat erom dat je zoekt naar overeenkomstige structuren in de antwoorden’.

Ik vond het allemaal vrij vaag en zei: ‘Frank, wat verwacht je van me? Wat moet ik maken voor de krant? En wanneer?’ Ik hoefde me daar geen zorgen over te maken, hij zei dat het ‘groots’ zou zijn, mar dat het veel tijd zou vergen. Het zou een enorme impact gaan krijgen en NRC zou uiteindelijk een primaur krijgen, die de wereld voor eens en voor altijd zou veranderen.
Ik zuchtte en zei: ‘Wel wat vaag allemaal Frank, een verhaal dat de wereld zou gaan veranderen en ik weet van niets, met alleen een lijst namen, veel vliegreizen en hotels’. Hij merkte mijn ongeduld en zei: ‘Chrystel, ik weet ook niets, maar zoals ik de vorige keer al heb gezegd, iedereen werkt eraan in internationala verband, alle voorzorgs maatregelen zijn genomen en je loopt geen gevaar’. Dat laatste had Frank al eerder gezegd en baarde me zorgen, maar ging er verder niet op in. Ik dacht alleen: ‘Bij deze klus moet ik dus op mijn hoede zijn en blijven’.

We ronddene het gesprek af in de wetenschap dat Glenn mij binnen een uur zou bellen voor de eerste afspraak in de stad. Ik ging snel douchen en was net op tijd klaar toen de bel van de voordeur ging. Het was Glen. Ik was verbaasd en zei: ‘Ik dacht dat je me zou bellen, ik kreeg dat net door van Frank’. ‘Maakt niet uit Chrystel, goedemorgen trouwens, het is een mooie dag, ben je klaar voor je eerste ontmoeting?’
Aarzelend zei ik: ‘Ja, laten we gaan, ik ben heel nieuwsgierig’.

We reden naar Mountain View, buiten San Francisco en middenin Silicon Valley. Vele grote technologie bedrijven waren hier gevestigd, waaronder Adobe.
We stopten in het kleine centrum waar alleen tijdens lunchtijd wat te beleven was, verder was het een dode plaats, velen woonden of in San Francisco of in San José.

We liepen naar Cascal, een klein maar gezellig tapas restaurent. Glenn ging mij voor, we liepen naar een tafel achterin het restaurant. Daar zat en jonge man van midden dertig al te wachten. Hij las een krant en legde deze weg, toen hij ons zag aan komen lopen. Kennelijk kende hij Glenn. Hij ging staan en gaf mij een hartelijke hand en stelde zich voor. ‘Ik ben Jef Nelson, aangenaam kennis te maken’. Ik zei een beetje plichtsgetrouw ‘Eensgelijks’ en we gingen zitten.

Onderweg had Glenn mij uitgelegd dat het gesprek zo natuurlijk mogelijk diende te verlopen, maar dat de 15 vragen die op de lijst stonden precies zo gesteld moesten worden en dat de antwoorden moesten worden opgenomen. Alles zou later deel uit gaan maken van het verhaal voor in NRC. Ik begreep er nog weinig van en was eigenlijk al redelijk ongeduldig door al dit wazige gedoe. Op geen enkele manier kon ik het voor mezelf duidelijk maken waar ik mee bezig was.

Glenn maakte aan Jef duidelijk dat ik een journalist was uit Nederland en dat ik persoonlijke portertten zou optekenen van een groot aantal mensen in zowel de Verenigde Staten, Europa en Azië. Glenn vertelde er its bij wat ik – gezien de wijze waarop hij zijn zinnen opbouwde – duidelijk moest horen en onthouden. Glenn keek me aan en zei: ‘Jef is onlangs geopereerd. Na een auto ongeluk had hij ernstig letsel aan zijn hersenen, lag een paar weken in coma, maar is inmiddels volledig hersteld en is pas weer aan het werk gegaan’. Ik knikte en begreep dat die opsomming van feiten kennelijk belangrijk waren.

Ik deed vervolgens alsof ik op de hoogte was en dus interviews moest houden met mensen die onlangs geopereerd waren. Dat begrep ik althans van Frank, hij zei duidelijk dat er een overeenkomst was tussen alle mensen die ik zou spreken. Wat wist hij me niet te vertellen, maar gezien de inroductie van Glenn leek het te gaan om mensen met een hersteld hersenletsel. Later zou ik begrijpen dat ook andere letsels deel zouden uitmaken van de gehele reeks gesprekken. OK, ik begon dus lagzaam naar zeker te snappen dat zou het gaan om een reeks interviews op medisch gebied. Niet bepaald mijn ‘ding’, gezien mijn ervaringen op het gebied van internationale bedrijfseconomische journalistiek. Ik had niet zo heel veel met medisch, maar op de één of andere manier overkwam mij dit op een dusdanige manier dat ik niet meteen protesterend bij Frank aan de telefoon hing. De hele opeenstapeling van gebeurtenissen van de afgelopen dag maakt mij nieuwsgierig, alhoewel ik pas veel later tot de ontdekking kwam dat er een connectie lag tussen het Google congres en de mensen die ik wereldwijd zou spreken. Wat die connectie was, zou ik pas jaren later ontdekken.

Het gesprek verliep prettig. Onder het genot van een kop koffie was het gesprek eigenlijk vooral gericht op de mens achter Jef elson, alsof ik een biografie aan het optekenen was.

De vragenlijst bevatte een aantal vragen, alsof ik een soort checklist moest gaan invullen die vooral voor een ziekenhuis van belang zouden zijn. Voor de chirurgen, voor de ziektekosten verzekeraar, misschien wel voor zijn werkgever.
Glenn zei tegen Jef dat het gesprek zou worden opgenomen, dat zou makkelijker zijn voor het verslag in de krant. Probleemloos stemde hier daarmee in. Tussen de vrijwillige vragen door, die later helemaal niet van belang bleken te zijn, stelde ik de vragen uit het ‘script’ welke ik had gekregen. Eigenlijk dodelijk vervelend, ik voelde me meer een medewerkster van een callcenter in plaats van een journalist.

De eerste vraag, die er kennelijk toe deed was: ‘Toen je bijkwam uit je operatie, wat was toen het eerste waaraan je dacht?’ Jef zei bijna robotisch: ‘Dat ik mijn werk moest bellen om te zeggen dat ik wat later zou komen’.

Ik vons dat wat vreemd en vroeg: ‘Ben je getrouwd?’ Jef antwoordde: ‘Jazeker, meer dan 10 jaar, we hebben net onze tweede kind gekregen en hebben een prettig leven samen’. Ik vroeg verder: ‘Maar dacht je eerst niet aan je vrouw toe je bijkwam?’ ‘Nee, eigenlijk niet, ik kan het ook niet verklaren, maar ik maakte me meteen zorgen om mijn werk’. ‘Was je bang dat je ontslagen zou zijn, je lag immers al een paar weken in coma in het ziekenhuis’.

Zo volgden nog meer vragen, zowel binnen als buiten het script. Het meest opvallende antwoord kwam op de vraag ‘Hoe voel je je nu?’ Jef leek helemaal op te leven bij die vraag en straalde van geluk en zei: ‘Ik voel me als herboren, weet niet waardoor dat gekomen is, maar het lijkt alsof ik na de operatie 10 jaar jonger ben geworden.’

Het gesprek duurde ongeveer drie kwartier, alle 15 antwoorden waren gesteld en beantwoord. Glenn keek tevreden en zei; ‘Dat heb je prima gedaan, je bent een natuur talent, de vragen binnen en buiten het script praat je naadloos aan elkaar. Zorg ervoor dat je bij het volgende gesprek de vragen uit je hoofd weet.’ Alsof ik huiswerk van een onderwijzer mee kreeg, stapte ik in de auto, terug naar San Francisco, waar ik met Glenn zou lunchen. Ik had er niet zo heel veel zin is, Glenn is wel een ardige vent, maar ik vond hem reuze onaantrekkelijk, eigenlijk afstotend om mee gezien te worden. Toch vind ik het ook zielig, ik zou hem tijdens de lunch naar zijn privé leven vragen om hem wat beter te leren kennen. We zouden immers de komende weken intensief met elkaar samenwerken.

In de stad aangekomen, vroeg hij mij om mijn voice recorder. ‘Waarom?’, vroeg ik. ‘De ‘organisatie’ wil alle opnames archiveren’, was zijn iets te korte antwoord. Ik had wat argewaan, maar dacht tegelijkertijd dat de waarde van het gesprek voor de krant nauwelijks relevant zou zijn en gaf Glenn de recorder. Hij pakte uit zijn tas een andere recorder en gaf het aan mij. ‘Waarom een andere?’, vroeg ik. Hij zei dat mt dit nieuwe apparaat de gesprekken meteen on-line verzonden zouden worden, dan hoefden er niets steeds kopietjes vanaf een analoog bandje te worden gemaakt. Mijn recorder was inderdaad nog wat ouderwets, zelfs nog met bandjes. Dat nieuwe apparaat had een chip, dus geen bewegende delen en had kennelijk een on-line verbinding met de ‘organisatie’. ‘Kennelijk dat grote kale gebouw’, dacht ik. Ik bedankte Glenn en vroeg hem of hij de oude recorder na zijn ‘klusje’ wilde teruggeven. ‘Jij houdt deze gewoon, volgens mij ben jij wel toe aan een iets moderner apparaat’, zie hij lachtend. Ik bedankte hem vriendelijk en bekeek het nieuwe toestel en bedacht me ineens dat de overeenkomsten met het toestel van de vrouw die ik samen Patrick zag in de Golddust wel erg groot waren. Ik zou het Patrick later die week vragen.

We zaten te lunchen in een niet veel zeggend tentje in de omgeving van Union. Ik had me voorgenomen om het gesprek van vanochtend even te vergeten en op zoek te gaan naar de mense achter Glenn. Aanvankelijk leek hij mee te gaan in het gesprek en reageerde vriendelijk op alle vragen. Hij was een paar jaar geleden gescheiden, zijn ex-vrouw woont nu in Houston, heeft drie kinderen die allemaal ver verspreid van elkaar wonen, maar ziet ze weinig. Glenn maakte niet de indruk ongelukkig te zijn, maar anderzijds leek hij gevangen in zijn werk. Toen ik daarover begon werd hij oplettender. Hij ontweek inhoudelijke vragen zorgvuldig en probeerde de leiding van het gesprek over te nemen. Zoals een goed journalist dat kan, boog ik mee in zijn houding om de druk niet op te voeren. Hij leek dat door te hebben en glimlachte.
Die middag zouden we nog een gesprek hebben, midden in de stad, op loopafstand van het tentje waar we genoten van een redelijk voodzame pizza.

We arriveerden in de openbare bibliotheek van San Francisco, waar we kennis maakten met een leuke vrouw, naar schatting achterin de 40. Haar naam was Jennifer en we gingen in de algemene leesrruimte van de bibliotheek zitten. Jennifer was in tegenstelling tot Jef niet in het ziekenhuis terecht gekomen door hersenletsel, maar door en ernsige aandoening aan haar hart. Ze heeft kort in het ziekenhuis gelegen en doorstond de operatie met succes. Ik was nog wat aan het stuntelen met de vragen binnen en buiten het script, daar zou ik vanavond aan werken om de gesprekken morgen nog natuurlijk te laten verlopen.

Netjes werkte ik de 15 vragen af en de nieuwe voice recorder leek zijn werk goed te doen. Na het gesprek vroeg ik aan Glenn wat ik nu moest doen om het gesprek te versturen naar de ‘organisatie’. ‘Niets’, zei Glenn, die mij erop attendeerde dat alles vanzelf ging. Hij liet mij zien welke functies het apparaatje verder nog had en ik was zeer geïnteresseerd, omdat ik weer dacht aan Patrick. Ik zou hem vanavond bellen en hem het apparaat laten zien. Na de uitleg zei Glenn: ‘O ja, laat nooit iemand dit apparaat zien, begrepen?’ Ik keek hem verward aan en vroeg naar de redenen waarom iemand een gewone voice recorder niet zou mogen zien. Glenn herstelde en zei: ‘Nee, sorry, het gaat niet om het apparaat, maar we zouden de gesprekken niet willen verliezen, snap je?’ Ik schakelde snel en lachtte en zei: ‘Maal je geen zorgen, ik ben altijd voorzichtig met mijn spullen’. Glenn zou me de volgende dag om 10 uur ophalen, verdween in de dagelijkse drukte van het centrum. Ik belde meteen Patrick, niet wetende dat de voidce recorder zijn werk deed.

Posted in hoofdstuk | Leave a comment

4.

De Golden Gate lag vroeg in de ochtend nog volledig in de mist, maar ik reed tegen het middaguur in de volle zon over de altijd prachtige brug die mij uiteindelijk via een prachtige route naar Muire Woods National Park bracht. Sandy was vanuit Sauselito zelf al naar Muire Woods gereden, we zouden elkaar bij de ingang ontmoeten.

Sandy werkte bij Apple in Cupertino, ze had een nog geheime interne functie als Senior Mobile Development Director. Ze zei weinig over haar werk, ik was naar haar zeggen de enige die haar functie kende binnen Apple. Voor de buitenwereld was ze Marketing Manager, een vrij generieke term waar je binnen zo een bedrijf alle kanten mee uit kon.

Sandy was heel plezierig in de omgang. Haar ouders waren afkomstig uit London en emigreerden naar de Verenigde Staten toen ze 14 was, midden in haar puberteit. Ze hadden in London een klein accountantskantoor en kregen de mogelijkheid ten zuiden van San Francisco partner te worden in een grote Amerikaanse accountancy groep. Sandy maakte haar middelbare school af en ging studeren aan Harvard in Cambridge.

Al snel vond ze haar weg in de Verenigde Staten en is nu 34 jaar jong, getrouwd en met Kevin en samen hebben ze twee opgeroeiende kinderen. Kevin is partner in het accountants kantoor waar ook haar beide ouders werken. Eén van de klanten die onder Kevin’s beheer valt in Google. Toen Google 4 jaar geleden als kleine start-up bij Miller Accountancy aanklopte, was het bedrijfje eigenlijk te klein voor het kantoor, ze bedienden hoofdzakelijk grotere accounts. Maar na lang aandringen kon Google toch als klant worden aangenomen en nu is het één van de snelst groeiende klanten.

Ik liep met Sandy lang de enorm hoge seguoia bomen in Muire Woord, een heerlijk rustig park om lekker even de hele drukte achter je te laten. Het was er stil en altijd enorm schoon. Een papiertje op de grond gooien kon je een boete van 500 dollar opleveren. We kletsten over van alles en uiteindelijk kwam het uit op Kevin. Sandy zei: ‘Kevein is de laatste tijd nogal onrustig, er is iets aan de hand op het werk, ik merk het aan alles’. Ik luisterde verder. ‘Je weet dat Miller ooit Google heeft binnengehaald als klein startend bedrijfje. Nou, dat Google groei behoorlijk, maar vraagt steeds meer van Miller en het leunt een beetje tegen het ontoelaatbare aan. Niet zozeer fiscaal, maar de laatste tijd moeten vele boekingen onder andere namen worden geplaatst. Op de één of andere manier zit het Kevin niet lekker. Het merkwaardige is dat er vele rekeningen vanuit ziekenhuizen komen, die dan geboekt moeten worden onder aanschaf van computersystemen en zo’.

Ik dacht terug aan het verhaal van Patrick, het lege Moscone en de ontmoeting vanochtend met die ene vrouw met dat vreemde mobieltje. Ik zei een beetje teveel op journalistieke toon: ‘Was er deze week een congres van Google in de stad, ik ving toevallig zoiets op’. Sandy knikte maar keek me niet aan en zei: ‘Ja, dat zou vandaag afgelopen zijn, maar gisteravond laat kwam Kevin lijkbleek thuis en zei dat het congres ineens was afgelopen. Iedereen was plotseling naar huis vertrokken en Kevin kreeg de opdracht alle kosten rondom het congres zodanig weg te werken alsof er geen congres geweest was. Hij sliep de hele nacht slecht en vertrok vanochtend al heel vroeg naar Miller’.

Ik probeerde Sandy gerust te stellen en zei zonder dat ik het meende: ‘Ach, er zal wel niets aan de hand zijn, misschien een opeenstapeleing van wat boekhoudkundige probleempjes. Van het weekend zal hij wel weer relaxed zijn na de drukte van het congres’. Sandy keek me aan en zei: ‘Ik hoop het maar’. Een kwartier lang liepen ze samen zwijgend verder, beiden hadden zo hun gedachten.

Terug in Sausalito besloten we Kevin te bellen om samen met ons te eten in Horizons, een heerlijk restaurant met uitzicht richting het centrum van San Francisco. Hij klonk wat gespannen en zie een beetje gelaten: ‘OK, ik zie jullie zo’. Sandy was ongerust en Chrystel merkte dat, maar ging er verder niet op in.
Na het eerste glaasje wijn genietend in de zon, verscheen Kevin. Ik zag dat hij er vermoeid uitzag, hij kuste zijn vrouw en ging met een diepe zucht zitten en zei: ‘Ik stop ermee, ik kan niet verder bij Miller. Er gebeuren daar dingen achter deurtjes en ik kan er verder niet aan meewerken’. Het was duidelijk dat Kevin even zijn hart wilde luchtn, maar eigenlijk zei hij niet veel, inhoudelijk bleef het vaag. Ook na mijn vraag, waar hij hevig van schrok: ‘Heeft het iets te maken met dat plotselinge einde van dat geheimzinnige Google congres?’ Het was maar een gokje, maar het was raak, Kevin reageerde vreemd en zelfs een beetje opstandig: ‘Wat weet jij daarvan?’, alsof hij mij ineens zag als een naar nieuws hongerende journalist.

Ik aarzelde maar besloot vanwege de vreindschap die we hadden, open kaart te spelen. ‘Ik zat gisteravond met een college van de Chronicle te praten en hij wist van het congres van Google, welke was omgeven door nogal wat geheimzinnigheid’. Ik keek Kevin aan, hij was nieuwsgierig naar hetgeen ik wist en wachtte met spanning op het vervolg. Ik vervolgde nauwkeurig, maar vertelde niets van de vrouw die we in de Golddust zagen en die ik vanochtend even had gesproken. Wel vertelde ik dat ik vanochtend even langs Moscone liep en dat het daar ineens stil was, terwijl ik van Patrick had gehoord dat het vandaag de laatste dag van het congres zou zijn. Doelbewust hield ik ook de geheimzinnigheid rondom de vele aanwezige medici voor me en hoopte dat Kevin iets zou zeggen.

Hij zuchtte en zei dat er vele rare dingen gebeurden op kantoor. ‘Rekeningen die we normaal nooit zien vanuit een totaal andere wereld, stapelen zich nu op en moeten omgeboekt worden naar voor Google normale zaken, zoals het inkopen van bijvoorbeeld hardware of investeringen in andere technologie bedrijven’. Weer bleef het stil en ik begon een beetje te vissen en vroeg: ‘Andere wereld?’ Kevin zei even niets en keek Sandy aan, die de hele tijd al niet meer genoot van haar wijntje, het gesprek beviel haar helemaal niet.

‘Het gaat om de medische wereld’, zei Kevin zachtjes, snel gevolgd door ‘Meer weet ik niet’. Chystel liet geen enkel teken van herkenning merken, maar haar nieuwsgierigheid alarmeerde haar, zoals een goed journalist die eigenschap hoort te hebben.

Ze besloot het rustig aan te doen en zei dat ze wel zin had om iets lekkers te eten. Kevin stemde daar snel mee in en was blij dat de druk even van de ketel was. Sandy knikte koeltjes en ik probeerde onopvallend de aandacht te trekken van een niet onaantrekkelijke ober om van hem de kaart te krijgen. Dat duurde niet lang en hij kwam al aangehuppeld met een typisch Amerikaanse glimlach en zei zijn standaard zinnetjes om in aanmerking te komen voor de gebruikelijk 15% fooi. We bestelden snel wat eenvoudigs. Ik merkte dat Kevin en Sandy gespannen waren en eigenlijk geen zin hadden om hier nog lang te zitten. Met het Amerikaanse systeem van eten zouden we binnen een uur vertrokken zijn.
Na de koffie rekende ik af en met de gebruikelijke beleefdheden namen we afscheid van elkaar. Sandy keek me aan en zei: ‘Dank voor de leuke middag, ik bel je gauw weer’.

Ik stapte in de auto en reed in gedachten terug naar down-town. Het was nog vroeg in de avond en besloot Patrick te bellen. ‘Ken jij Miller Accountancy?’, vroeg ik. Journalisten kenden onderling elkaars gebruiken wanneer ze iets op het spoor waren en ook Patrick herkende dit en ging meteen op zijn doel af: ‘Ja, die doen Google, weet je al iets meer?’ Ik glimlachte en zei: ‘Ja, er komen veel medische rekeningen terecht bij Google die door Miller op een andere manier in de boekhouding verwerkt moeten worden’. Patrick vroeg of ik details wist, maar ik kon hem niet veel meer vertellen dat de bron een goede vriend van haar is en dat zij haar bron niet zou prijsgeven. Althans niet in deze situatie. ‘Hij is erg gespannen en weet volgens mij meer en wil zelfs ontslag nemen, vanmiddag zaten we in Sausalito aan een wijntje. Hij kwam uit zijn werk en maakte een vreemde indruk. Hij was blij dat hij iets kon vertellen, maar liet niet het achterste van zijn tong zien. Met zijn vrouw liep ik vanmiddah door Muire Woods en zij maakt zich vreselijke zorgen. Zijn gedrag blijkt al weken vreemd te zijn, ook thuis’.

Patrick vroeg of ik samen met hem een onderzoek wilde starten. Ik zei dat ik na dit weekend aan de slag moest voor een grote klus en veel moest reizen. Maar anderzijds was ik wel nieuwsgierig en zei er dus snel achteraan: ‘Houd me op de hoogte Patrick, je weet dat je op me kunt rekenen, maar ik moet eerst maandag aan de slag met mijn nieuwe klus, pas dan kan ik zeggen hoeveel tijd ik heb’.

Het weekend verliep verder rustig. Ik was blij met de vier dagen rust die ik mijzelf had gegund. Gelukkig geen telefoontjes vanaf de redactie of van Glenn. Zaterdagochtend kon ik het niet laten om mijn e-mail te checken. Frank had gemailed, iets wat hij zelden deed. Frank was nog van de generatie ‘opbellen’ en ‘faxen’. Zijn e-mail was kort: ‘Bel me zondagavond, dan heb ik instructies voor hetgeen je maandag moet gaan doen. Groetjes Frank’. Ik vond het een beetje vreemd, maar besteedde er verder weinig aandacht aan en dacht: ‘Ze zullen op het hoofdkantoor vast geklaagd hebben over zijn hoge telefoonrekeningen en hem hebben aangezet tot meer gebruik van e-mail’.

Zondagmiddag laat belde ik mijn vader, hij was blij me te horen. Het ging redelijk met hem, probeerde zich zo goed mogelijk te vermaken met vrienden, kennissen en familie. Hij bekende dat hij de eenzaamheid thuis zoveel mogelijk ontweek. ‘Ik moet straks al je spullen van je moeder gaan opruimen, ik zie daar enorm tegenop, wil jij me helpen?’ Ik zuchtte en zei: ‘Pap, hoe graag ik dat ook zou willen, het gaat niet, morgen begint een grote klus, ik moet veel reizen. Ik weet niet wanneer ik in Nederland zal zijn, maar als zich de gelegenheid voordoet, kom ik je natuurlijk helpen. Waarom laat je niet nog even zo?’ Mijn vader zei dat hij het vooral voor zichzelf moest doen, afscheid nemen van haar spullen, zou het verwerkingsproces volgens hem makkelijker maken. Hij moest er aan gaan wennen dat ‘hun’ thuis nu ‘zijn’ thuis moest gaan worden, met de nadelen van de eenzaamheid, maar de voordelen van vooruit kijken. Dat kon alleen als de kasten met kleding leeg gemaakt zouden worden.

Posted in hoofdstuk | Leave a comment

3.

De dag was heel relaxed, ik genoot van het heerlijke weer en winkelde lekker bij Macys, genoot van een lunch bij Kuleto’s in Powell Street en kwam om een uur of vijf terecht in The GoldDust bar aan het Union Square. Het was er nog niet druk. The GoldDust was één van de spaarzame kroegen in de buurt van Union en het was er ‘s avonds altijd druk. Live muziek verhoogde de sfeer en vaak hoorde ik vakantie vierende Nederlanders die met hun dollars zwaaiden en met gemak 8 dollar betaalden voor een eigenlijk gewoon glaasje Chardonnay uit de buurt.

Het was druk in de stad, volop congressen in het Moscone Center. De grote bedrijven uit Silivon Valley nodigden daar vaak al hun internationale relaties uit en versierden voor hoge bedragen de straten rondom het congres centrum. Deze week was er een Google Developers congres, maar gek genoeg was er totaal geen enkele media aandacht aan geschonken. Het gerucht gaat dat Google het zowel de directie van Mocone als het stadsbestuur de opdracht had gegeven geen enkele rugbaarheid aan het event te geven.

Een aantal journalisten die ik kende van de San Francisco Chronicle hadden mij verteld dat Google bezig was met een geheim experiment. Eén van hen, Patrick Seymour vertelde mij dat hij opvallend veel bekende medici rondom de verschillende congres gebouwen had zien rondlopen.

Maar goed, het was niet mijn zaak. Ik kende Google niet goed. Het zou een soort zokemachine zijn op het web, met een zeer ingewikkeld zoek algoritme en de concurrentie van Yahoo en Altavista snel achter zich zou laten. Wat medici daarmee zouden moeten, was mij op dat moment nog een raadsel. Ik hield met niet bezig met medici en zeker ook niet met Google. Ik gebruikte mijn laptop voor het mailen van mijn journalistieke kunstwerkjes en gebruikte nu en dan het web om wat op te zoeken. Ik had er verder niet zo heel veel mee.

Ik zat bij het enige kleine tafletje bij het raam en kon door de wazige raampjes de silhouetten van een wel erg druk lopend volkj zien. Ik realiseerde me heel soms dat ik even niet zoals die mensen wilde zijn, maar moest bekennen dat ik inmiddels net zo gehaast door straten liep. In New York was dat nog erger dan hier in het westen.

Het werd wat drukker in de kroeg en een hele groep duitsers kwam binnen. Luidruchtig als altijd gaven de duitsers me ineens het gevoel dat de GoldDust ineens heel erg druk leek. Tien mannen en een paar vrouwen namen hun plaats in aan de bar. Ik lette er verder niet op en genoot van nog een tweede glas Chardonnay. Op dat moment kwam Patrick binnen, en was blij verrast door mijn aanwezigheid. Hij bestelde een groot glas bier en kwam bij mij zitten.

Hij was één van de weinigen die echt antwoord wilde hebben op de doorgaans oppervlakkige vraag ‘How are you doing today?’ Ik vertelde hem van het overlijden van mijn moeder en hoezeer het me speet dat ik er niet was toen zij overleed. Hij had operechte interesse en luisterde naar mijn verhaal. We zaten lange tijd te kletsen toen een opvallende vrouw binnenkwam. Ze was lang en slank, mooi gekleed, echt een lust voor het oog van elke niet-homo in de stad. Ik lachtte naar Patrick, die nog altijd vrijgezel was en ik zei: ‘Jeetje, ze is mooi, ga er op af, misschien is zij wel de droomvrouw waar je op zit te wachten’. Hij moest lachen en zei: ‘Jullie Europeanen zijn zo heerlijk direct, zo werkt het hier niet. Hier bouw je de dingen op’. Ik schoot in de lach van de zogenaamde preutse houding van die Amerikanen. Het verhaal doet de ronde dat Amerikaanse vrouwen nooit bij een eerste date met een man naar bed gaan. Dat het helemaal niet waar is doet er al helemaal niet meer toe, maar houdt een niet bestaand imago in stand dat Amerikanen netjes zijn en ‘zoiets’ niet doen.

De vrouw bestelde een drankje en ging – althans zo leek het – een beetje verveeld met haar mobieltje zitten spelen. Patrick kwam wat dichter bij me zitten en zei zachtjes: ‘Het mobieltje van die vrouw maakt deel uit van dat Google congres, je weet wel dat congres met die medici.’ Ik knikte een beetje ongeïnteresseerd, mobieltjes hielden mij niet zo bezig. Ik had er één om mee te bellen, dat was het. Eén voor hier in de stad en in New York en eentje voor de spaarzame momenten ‘thuis’ in Nederland.
Het apparaatje van de vrouw hield Patrick flink bezig en ik was zijn aandacht helemaal kwijt totdat ik zei: ‘En, vind je haar aantrekkelijk?’ Patrick kleurde en zei dat hij helemaal niet naar haar keek, maar naar haar mobieltje. Ik dacht: ‘Zou hij dan toch homo zijn?’

Alsof hij mijn gedachten kon lezen, zei hij lachtend: ‘Haha, ze is bloedmooi hoor, ik zou haar thuis niet wegsturen als ik haar tussen mijn lakens zou vinden’. ‘Zo mag ik het horen’, zei Chrystel, die op dat moment dacht aan een heerlijke man tussen haar lakens. Patrick was niet onaantrekkelijk, maar altijd zo bezig met zijn werk, dat Chrystel vaak dacht dat hij homo was. Een heel gewoon en openlijk verschijnsel in deze stad, alhoewel vaak verdreven tot gebieden buiten het directe centrum om de toeristen niet teveel af te schrikken. Naast San Fran was alleen Amsterdam een homo vriendelijke stad.

‘Zullen we zo ergens gaan eten?’, vroeg ik in een spontane opwelling. Patrick keek, zoals gebruikelijk, eerst zorgelijk op zijn horloge en zei: ‘Ik moet nog wel een stuk afmaken voor de editie van morgen, maar een snelle hap kan wel’. ‘Het hoeft niet hoor, maar ik trakteer’. Patrick lachtte en zei: ‘Ja, dat werk ook, zo kom ik natuurlijk nooit aan een leuke vrouw’. We glimlachten, bestelden nog wat te drinken en liepen een half uurtje later de drukte van het centrum in op zoek naar de gebruikelijke snelle hap.

Eenmaal thuis gekomen dacht ik na over hetgeen Patrick die avond had gezegd over Google en dat geheimzinnige congres. Misschien morgen toch maar even langs Moscone lopen en de sfeer proeven. Het zou de laatste dag van het congres zijn.

Tevreden over mijn heerlijke vrije dag met het uitzicht op nog een vrije dag kroop ik tegen twaalven mijn bed in. De volgende ochtend werd ik wakkeer met gek genoge meteen de gedachten aan Google in mijn hoofd. Ik geloof altijd in mijn intuïtie, dus volg ik dat soort signalen altijd op. Maar ik had geen idee waarom en ik had mezelf beloofd te genieten van de dag en lekker te gaan wandelen in het Muire Woods park aan de noordzijde van de Golden Gate en daarna een vriendin opzoeken die in Sausalito woont.
Om 11 uur liep ik langs Moscone, het congrescentrum waar Google zijn gheimzinnige congres hield. Merkwaardig genoeg was er niets te zien, helemaal niets. Ik kwam wel vaker in Moscone voor congressen op het gebied van de krantenwereld, dus ik kende het gebouw redelijk goed. Ik werd nieuwsgierig en liep naar binnen en sprak een willekeurige medewerker aan en vroeg: ‘Vandaag is toch de laatste dag van het Google congres?’ De man keek me verschrikt aan en vroeg: ‘Hoorde u daarbij dan, weet u dan niet dat u al weg had moeten zijn?’ Ik was verbaasd, maar vroeg zonder een spier in mijn gezicht te vertrekken: ‘Maar dit is toch de laatste dag, volgens mijn programma zouden er vandaag nog vele lezingen plaatsvinden’. De man zei snel en een tikje geïrriteerd: ‘Mevrouw, u kunt maar beter naar huis gaan, afgelopen nacht ie iedereen plotseling vertrokken, de sfeer was gespannen, meer weet ik ook niet. Mijn baas zei dat ik niets mocht zeggen. Misschien zeg ik nu al teveel’. En gehaast liep hij weg, mij achter latend in de enorme ontvangsthal, waar werkelijk geen spoor van een congres was te bekennen.

Eenmaal weer buiten dacht ik: ‘Ach, waar ben ik mee bezig, ik ben lekker vrij en ga nu snel naar Muire Woods, mijn vriendin wilde ook wel mee wandelen, daarna zouden we heerlijk op een terrasje gaan zitten in het gezellige stadje’. Net op weg naar mijn auto zag ik die vrouw die ik gisteren bij The GoldDust zag zitten. Weer liep ze met haar – volgens Patrick – geheimzinnige mobieltje. Ik spelde ven met de gedachten om haar te vragen naar het congres. Volgens Patrick had ze er iets mee te maken. ‘Ach, waarom niet?’, dacht ik en liep op de vrouw af.

Ik verzon een smoes om haar aan te spreken: ‘Staat u ook te wachten op het begin van de laatste congresdag van Google? Ik begrijp er niets van, ik dacht dat vandaag de slotsessie zou zijn, maar binnen wisten ze van niets’.
De vrouw keek maar langzaam op en was dus kennelijk diep geconcentreerd bezig met haar mobieltje. Ze keek wat verward, zelf een beetje verschrikt volgens mij, maar dat kon ook mijn fantasie zijn. Van dichtbij was ze nog mooier dan ik gisteren bij de GoldDust kon waarnemen. Ze was sexy gekleed en zou zeker als een magneet werken op de vele mannen in de stad. Zelfs ik kreeg de kriebels van haar, maar of die kriebels sexueel waren, wist ik eigenlijk niet.

Haar reactie was vreemd: ‘Was u ingeschreven dan?’ Ik haperde een beetje en volgens mij merkte ze dat, dus ik zei: ‘Nee, ik ben journalist en zou verslag doen van het congres’. Daarmee maakte ik een opvallende fout. ‘Er was helemaal geen pers aanwezig’, zei ze kortaf en keek me strak aan. Ik herstelde snel en zei: ‘Ik kom uit Nederland en zou speciaal voor een financieel economisch blad verslag van dit congres over Google en de medische wereld’. Ik hoopte maar dat dat ‘medisch’ van Patrick klopte, ik wist immers formeel nergens van. Dat bleek te werken. ‘Ja, dat congres is gisteren plotseling ten einde gekomen, iedereen is al naar huis’. Meer wilde ze kennelijk niet kwijt en keek mij weer aan voor de volgende stap in dit merkwaardige gesprek. Ik besloot om het hierbij te laten en zei: ‘Dank u voor de informatie, ik heb me kennelijk vergist’. De vrouw knikte en liep door zonder verder wat te zeggen.

Posted in hoofdstuk | 1 Comment